Dit is troosteloos Nederland

Braakliggende terreinen hebben een nare uitstraling op de omgeving.

Maar juist gemeenten zijn huiverig: dat ze de tijdelijke gebruiker niet weg krijgen.

Onkruid, wat kapotte flessen en scheefstaande Heras-hekken: dat beeld kom je overal in Nederland tegen. Het zijn plekken – bedrijventerreinen, woonwijken, waterberging – die in limbo hangen, die noodgedwongen wachten op de plannenmakers, op de economie, op de uitkomst van de bezwaarschriften. Het vagevuur van de ruimtelijke ordening.

Wat moeten we ermee? Laten we ze dan maar tijdelijk gebruiken, is het idee achter het innovatieprogramma Tijdelijk Anders Bestemmen. TAB – wat is een innovatieprogramma zonder een eigen acroniem – is ontstaan vanuit Rijkswaterstaat, Deltares (kennisinstituut voor water), Curnet (netwerk op het gebied van ruimte, bouw, bodem en water) en het Innovatienetwerk dat nieuwe concepten bedenkt voor het landelijk gebied.

„We beginnen met een aantal pilots”, zei initiatiefnemer Nico Beun van het Innovatienetwerk op een recent congres waar TAB zich presenteerde, „maar wij willen dat tijdelijkheid een regulier instrument in de ruimtelijke ordening wordt.” Gedeputeerde Co Verdaas van Gelderland ziet dit zelfs als een kentering in de planologie, die nu vooral is gericht op het uitsluiten van onzekerheden. „De tijd van aanbodgerichte planning is voorbij. Het moet flexibeler. De provincie maakte altijd plannen voor tien, vijftien jaar vooruit en hoopte dat de wereld zich ernaar zou voegen. We moeten in termijnen van twee jaar gaan denken.”

De mogelijkheden voor tijdelijk gebruik zijn eindeloos. TAB heeft een brochure en een soort kleurenwaaier gemaakt met vrolijkmakende voorbeelden. Het kan ook om kleine ingrepen gaan op kleine terreinen, zoals een ligweide, een buurt(moes)tuin, een concertpodium, een klimmuur, studentenwoningen in containers. Op grotere bouwlocaties kan er ‘tijdelijke natuur’ worden toegestaan, die weer mag worden weggehaald als de bouw begint. Ook op de gronden langs de rivieren die voor waterberging zijn bestemd kan er voorlopig van alles, zegt stedebouwkundige Anne Loes Nillesen van bureau Defacto dat voor kust, rivieren en het rijnmond een ‘Kansenkaart’ heeft gemaakt. „Neem het plan Waalweelde bij Zaltbommel. De overheid heeft daar veel grond in bezit voor toekomstig waterberging, maar heeft geen geld om het in te richten. Doe iets lichts daar: trekkershutten bijvoorbeeld, of energieopwekking.”

Tijdelijk gebruik kan ook het imago van een plek opvijzelen, zegt Wim Braakhekke van het Bureau Stroming. Hij haalt het voorbeeld aan van Meerstad, een grote nieuwe woonwijk in het noorden dat moeilijk van de grond komt. „Doe dingen die nergens anders mogen. Van mijn part zaai je een enorm gebied in met korenbloemen. Maar dóé iets!”

Als leek denk je meteen: logisch, een tijdelijke bestemming is toch altijd beter dan de boel leeg verkommeren. Braakliggende terreinen hebben een nare uitstraling op de omgeving (en een magische aantrekkingskracht op jongens die er willen ravotten), en aan een tijdelijke bestemming kan iemand wellicht ook iets verdienen. Op het TAB-congres bleek echter dat vooral gemeenten huiverig zijn: ze denken dat ze de tijdelijke gebruiker nooit meer weg krijgen. In een rollenspel lepelde een ‘bestuurder’ alle tegenargumenten op: juridisch gedoe, je krijgt ze niet meer weg, niets is zo permanent als tijdelijk, er gebeurt nu al van alles daar wat het daglicht niet kan verdragen.

Hoeft geen probleem te zijn, zei advocaat Iwan Smeenk in een sessie over de juridische aspecten: „De gemeente kan een ontheffing van het bestemmingsplan geven voor vijf jaar. De gemeente kan zeggenschap houden door samen met de ondernemer een stichting te vormen, of desnoods onteigenen, al zit dat niet zo in de Nederlandse cultuur. Als er maar van tevoren duidelijke afspraken zijn gemaakt.”

Toch, mede dankzij de crisis, gaat ook de overheid zich voor dit idee interesseren. De stad Berlijn heeft al een loket waar je je kunt melden als je een stukje grond zoekt, het Grondbedrijf van de gemeente Amsterdam gaat alle lege gronden in een database op internet zetten. En het ministerie van Infrastructuur en Milieu werkt volgens programmadirecteur Edward Stigter aan nieuwe wet- en regelgeving die tijdelijk gebruik makkelijker zal maken. Nog geen lang geen improvisatie, zoals Temp.Architecture wil, maar je moet ergens beginnen.

Meer info en drie filmpjes op www.tijdelijkandersbestemmen.nl