De uitgestoken hand van Rutte

Het kabinet-Rutte was bij zijn aantreden geen gewoon kabinet, en dat is het nog steeds niet. Gezien zijn bijzondere positie – een minderheidskabinet dat zelf op slechts 52 zetels in de Tweede Kamer mag rekenen – zal het moeten blijven laveren tussen de toorn van een gedoogpartij en de hoop op loyaliteit van de oppositie.

De Tweede Kamer ging gisteren op zomerreces in de wetenschap dat de coalitie van VVD en CDA, die regeert bij de gratie van gedoogsteun door de PVV, gestaag doorgaat met de uitvoering van haar regeerakkoord, in het bijzonder het onderdeel gedoogakkoord. Oppositiepartijen zijn er niet of nauwelijks in geslaagd een bres te slaan in de plannen waarover deze drie partijen het eens waren. Het eerste ‘seizoen-Rutte’ zit erop. Dat wil zeggen: voor de Tweede Kamer; het kabinet werkt onder meer aan de begroting voor het jaar 2012.

Het bijzondere aan het verbond van VVD, CDA en PVV is niet dat ze zich aan (delen van) het regeerakkoord houden, maar dat ze zijn overeengekomen het op een aantal terreinen oneens te zijn en te blijven – en dat van elkaar te accepteren. Dat biedt PVV-leider Geert Wilders af en toe de gelegenheid om hard op de trom te slaan en premier en VVD-leider Rutte om daaraan schouderophalend voorbij te gaan: „We weten toch hoe hij is...”

De premier heeft zich ontpopt als een slimme communicator, die welbespraakt en redelijk consequent zijn beleid verdedigt. Hij heeft het bovendien getroffen met de oppositie. Bij majeure onderwerpen kunnen VVD en CDA niet op de PVV rekenen: Griekenland, pensioenakkoord, Afghanistan, Libië. De premier besefte de noodzaak van oppositionele steun, toen hij in de regeringsverklaring op 26 oktober opmerkte „dat er veel ruimte is voor samenwerking met alle fracties” en dat het kabinet die samenwerking ook zou zoeken.

Hoewel dat bijvoorbeeld voor de politietraining in Kunduz is gebeurd, heeft de oppositie niet de ervaring dat Ruttes hand dikwijls in haar richting wordt uitgestoken. Daarin schuilt het gevaar voor zijn kabinet. De kans dat Den Haag een grotere toeloop van demonstranten krijgt te verwerken dan de afgelopen week al het geval was, is niet denkbeeldig. Het kabinet is maar net begonnen met zijn bezuinigingen. De 2,9 miljard euro van dit jaar moet in 2015 zijn opgelopen tot 18 miljard. Veel van de maatregelen van nu worden in de loop van de komende tijd geëffectueerd en dan voelbaar. Als de maatschappelijke onvrede daarover groeit, zal de verleiding voor ‘links’ groter worden om het kabinet niet aan een meerderheid te helpen als de PVV weer eens niet aanhaakt.

Triomfalisme is daarom het grootste risico voor het voortbestaan van dit kabinet. Het meest rechtse kabinet uit de naoorlogse geschiedenis kan niet zonder links.