De tover van duizend vrouwen

Walter van den Broeck: Een vrouw voor elk seizoen. Verhalen. De Bezige Bij Antwerpen, 256 blz. € 22,50

Er zijn gelukkiger combinaties dan de oudere schrijver en de vrouw. Voor je het weet laat een auteur zich gaan in uitweidingen over opwindende haarkleuren (zoals rood) of de wisselwerking tussen klimaat en kleding (rokjesdag) om te komen tot Alles wat je niet wilde weten over de verouderende man (en daarom niet vroeg).

Met dat in gedachten is je eerste aanvechting om onder je bureau te kruipen bij de verschijning van de bundel ‘verhalen over vrouwen’ van de Vlaamse schrijver Walter van den Broeck: Een vrouw voor elk seizoen. En als Van den Broeck in de inleiding zijn moeder en zijn vrouw vraagt hem zijn liefde voor de fictieve vrouw niet kwalijk te nemen, doet hij dat met een pathos waarvan je hoopt en bidt dat het ironisch bedoeld is: ‘Zij is niet slecht, zij is niet echt, zij is maar schijn. Zij is de geroofde tover van duizend vrouwen, die van de prins geen kwaad weten. Samen vormen jullie een Drievuldigheid waardoor ik ben bezeten en bezet tot in mijn verste vezels.’

Gelukkig is Van den Broeck (70) niet zomaar een schrijver – vorig jaar werd het fascinerende Terug naar Walden genomineerd voor de Librisprijs – en is de lading hier zakelijker dan de vlag doet vermoeden. Een vrouw voor elk seizoen bevat zeven verhalen vol vrouwen, maar het zijn niet de verhalen die je verwacht. Vrijwel steeds word je meegevoerd in een clichématige setting, waar Van den Broeck een draai aan geeft, met soms een bizar slot waardoor je dadelijk weer van voren af aan wilt beginnen.

Heel sterk komt dat naar voren in ‘Yolanda’, waarin de hoofdpersoon van die naam naast haar Maarten (een componist) op bed ligt te wachten tot ze veilig weg kan sluipen naar Gerard, die in een chique café op haar wacht. Van ongezien verdwijnen kan geen sprake zijn, want Maarten wordt gewekt door de telefoon, met een klassieke confrontatie tot gevolg: waar of ze heengaat, en wanneer ze dan terugkomt.

Zo denk je dat Yolanda zich van haar eenzelvige muzikant wil bevrijden, al klinkt in haar gedachten het verlangen door om beide mannen te bezitten: ‘Hoe praat je de losse schakels tot een ketting aan elkaar?’ De ontwikkelingen zijn semi-kolderiek, met Maarten die Yolanda naar de ander laat gaan, maar dan in kamerjas het café binnenlopend, haar samenzijn met Gerard verstoort om te melden dat hij een langverwachte sonate eindelijk heeft voltooid. Zij wil dat eigenlijk wel met Maarten vieren, en het liefst nog met zijn drieën in één bed, maar gaat aan het eind van de rit met Gerard naar huis, want ‘afspraak is nu eenmaal afspraak’. In huis voltrekt zich dan een omwenteling die alle gebeurtenissen in een nieuw perspectief plaatst.

Een paar keer, zoals het als theaterscenario geschreven ‘Hanne en Debra’ past Van den Broeck de structuur toe van de ontmoeting tussen twee oude kennissen, waarbij geleidelijk blijkt hoezeer hun levens met elkaar verknoopt zijn en dat één van de twee nog een verborgen agendapunt heeft, zoals in ‘Suzanne’, waarin een tot platenbaas opgeklommen Suzanne Laarmans (what’s in a name) probeert haar oude bandmaat Ronny tot een comeback te verleiden – een gesprek dat leidt tot schitterende woeste uithalen als zij hun rock ’n roll-verleden wil oprakelen, het woord ‘neuken’ in kapitalen uitschreeuwend. ‘Suzanne’ is trouwens een van de verhalen waarin de ‘twist’ aan het einde een beetje banaal overkomt.

Uiteindelijk blijkt het thema van de bundel niet de vrouw te zijn, maar de tegenstelling tussen het creatieve en het burgerlijke leven, waarbij afwisselende de vergeefsheid van het kunstenaarschap en die van het bestaan zonder muze de boventoon voert. Of het nu gaat om de dilemma’s van Yolanda, die niet wil kiezen tussen twee mannen, de weigering van Ronny om zijn gitaar weer op te pakken of de moeizame relatie tussen de schrijfster Hanne en haar ex – altijd staat de creativiteit tegenover de voorzichtigheid. En, in het vervolg daarop, staat de kunstenaar tegenover de muze, waarbij de ene keer de kunstenaar machteloos is zonder de inspirerende ander en de andere keer een muze wanhopig probeert een genie weer aan de praat te krijgen. Waarschijnlijk ligt daar ook de bodem van de merkwaardig hoogdravende toon die Van den Broeck in de inleiding aanslaat: Een vrouw voor elk seizoen is een boek over inspiratie die zich net zo grillig gedraagt als de verhalen in de bundel onvoorspelbaar zijn.