De tijd gevouwen als harmonica

Pas in de 18de eeuw lukte het om tijdsverloop goed in kaart te brengen: met de tijdbalk. Maar het kon ook op veel andere manieren, bewijst een mooi boek over dit fenomeen.

Daniel Rosenberg en Anthony Grafton: Cartographies of Time. A History of the Time- line. Princeton Achitectural Press, 272 blz. €40,-

Hoe beschrijf je kort en bondig het verleden, gemeten in decennia, eeuwen of millennia? En dan nog liefst zo dat contemporaine gebeurtenissen op verschillende plaatsen in één oogopslag te vinden zijn? Van oudsher bestonden hiervoor oplossingen die niet verhalend waren, maar opsommend: lijst, tabel, annalen, kroniek.

Pas in de 18de eeuw kwam daar nog een specifieke vorm bij: de tijdbalk, een vinding die nog altijd zijn nut bewijst, al realiseren we ons niet meer hoe vindingrijk de drukkers van weleer te werk moesten gaan. De vele creatieve manieren om de tijd grafisch weer te geven is het thema van het originele Cartographies of Time van twee Amerikaanse Renaissance-specialisten, Daniel Rosenberg en Anthony Grafton.

Dit boek over visuele chronologie staat boordevol inventieve tabellen en kolommen. Het oog wordt meegezogen door rechte, meanderende, spiralende en zich vertakkende lijnen en balken die de mens een besef geven van de sequentie van historische gebeurtenissen. Een fascinerend boek dat helaas door de obligate lay-out en de lang niet altijd scherpe reproducties geen recht doet aan de meesterlijke staaltjes van typografische vormgeving en druktechniek.

Rosenberg en Grafton nemen een aanloopje bij de Grieken en Romeinen, die al lijsten opstelden van keizers, koningen en consuls, van de Olympische Spelen en van geslachten. In de Middeleeuwen noteerden monniken opvallende zaken die per jaar waren voorgevallen; soms zo summier dat je hen van luiheid verdenkt.

Cartographies of Time komt echt goed op gang in de 15de eeuw toen de boekdrukkunst nieuwe vormen mogelijk maakte om informatie op te slaan en aanschouwelijk te maken. Wat al deze chronologieën gemeen hadden was de tabulaire vorm; het waren geschreven lijstjes, vaak zeer vernuftig naast elkaar geplaatst.

In de 17de eeuw werd het Theatrum Historicum van de Duitse geleerde Christophe Helwig populair in het historisch onderwijs. Dit overvolle, eindeloos herdrukte boek, voor het eerst gepubliceerd in 1609, bestreek de geschiedenis vanaf de schepping (gedateerd op 23 oktober 4004 vC) met soms wel 30 kolommen op een pagina die eruitzien als de beurspagina’s in de Financial Times. Je kon er snel in opzoeken welke vorsten in welke landen aan de macht waren geweest, er staan tabellen in van kerkvaders, pausen, rabbi’s, artsen en andere geleerden. Men kan er zelfs in vinden waar en wanneer universiteiten werden opgericht en waar ketters actief waren.

Metafoor voor de tijd

Tijdens de Renaissance kwam er een massa historisch materiaal beschikbaar – reisbeschrijvingen, historische teksten, munten, archeologische vondsten, astronomische waarnemingen – dat onmogelijk allemaal overzichtelijk te beschrijven viel, niet narratief en niet tabulair. Men zocht daarom naar typografische oplossingen en vond die pas in de 18de eeuw in de tijdbalk. De tijdbalk is niets anders dan een simpele metafoor voor de tijd. Het nieuwe ervan was dat de tijd werd opgedeeld in gelijke moten. Voordeel is ook dat je verschillende tijdbalken boven elkaar kunt opstellen die elk een land, een continent of een beschaving representeren. Toch kleefden hier dezelfde problemen aan. Hoe groter de historische kennis, hoe langer de balk werd en hoe meer men er op aan wilde geven. Allerlei oplossingen werden bedacht om de historische feitenmassa te vereenvoudigen en te structureren.

De meeste tijdbalkbouwers zetten de geschiedenis uit op twee assen, met horizontaal de tijd en verticaal een land of een hele cultuur. Zo ontstonden schitterende, vaak gekleurde patronen. De meest organische in dit genre lijken op geografische kaarten van een rivierenland. Links of ook wel onderaan beginnen aarzelende stroompjes (Assyriërs, Perzen, Egyptenaren) dan ontspringt de stroom der Grieken, wier loop langzaam weer verdrongen wordt door de vloedgolf van het Romeinse Rijk. Ook die droogt op, waarna we in de smalle beekjes van de Middeleeuwen belanden. Als die bijna zijn uitgedroogd wacht ons de tsunami van het Ottomaanse rijk. Enzovoort enzovoort.

Leporello

Tot de mooiste vindingen op dit gebied mogen we wel de tijdmachine van de Fransman Jacques Barbeu-Dubourg rekenen. Hij was bevriend met de Encyclopedisten en ook hij wilde zoveel mogelijk kennis compact beschikbaar stellen. Hij zag wel in dat alle historische data onmogelijk in één boek pasten, ook al koos je voor het allergrootste formaat. Daarom ontwierp Jacques Barbeu-Dubourg een stelsel van tijdbalken dat hij liet drukken op een reuzenstrook papier van zestien meter lang. Onhanteerbaar natuurlijk, maar voor zijn Chronographie universelle uit 1753 vond hij twee oplossingen: het harmonicamodel en de rol. In het eerste geval schafte men het verleden aan als een leporello (harmonicaboek), in het tweede kocht men er een kast bij waarin de hele tijd viel af te draaien op twee deegrol-achtige spoelen.

Een niet minder fraaie vinding dateert van 1846: de Temple of Time, ontworpen door Emma Willard. In deze tempel zijn verschillende tijdbalken geprojecteerd. Men loopt als het ware de tijd binnen. De zuilen vertegenwoordigen de eeuwen met daarop aangegeven de heersers. Vooraan zien we bijvoorbeeld Napoleon en Thomas Jefferson. Op de vloer lopen tijdstromen die verschillende rijken verbeelden en op het plafond staan de data van beroemde mannen en vrouwen.

Een dergelijke tempel moet ook werkelijk te bouwen zijn. Dat hoeft niet in onvergankelijk marmer, maar kan van vouwbaar karton. En het hoeft ook geen wereldgeschiedenis te zijn, ook een Nederlandse uitvoering behoort zeker tot de mogelijkheden. Een handige ondernemer zou dat eens in productie moeten nemen en elke Nederlander voorzien van een eigen Nationaal Historisch Museum. Voor een schappelijke prijs. Leerzaam en gemakkelijk op te zetten in de achtertuin.