Verhagen en de zorgen van de samenleving

Over een klein jaar moet het ‘Strategisch Beraad’ van het CDA met voorstellen komen om de koers van deze partij voor de komende tien à vijftien jaar uit te zetten. Vicepremier Maxime Verhagen heeft daarop een voorschot genomen. Eergisteren, op een symposium van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA en het Centre for European Studies, en eerder al, afgelopen donderdag in het Katholiek Nieuwsblad, trachtte Verhagen de positie te bepalen die zijn partij moet innemen tegenover het populisme.

Dat is op voorhand interessant want minister Verhagen maakt prominent deel uit van een kabinet dat hij zelf tot stand heeft helpen brengen en dat bestaat dankzij een gedoogpartij die veel zetels oogst door populistisch gedrag: de PVV. Het is bovendien logisch dat het CDA zich op zijn inhoudelijke koers beraadt, na de grote nederlagen die de partij leed bij de landelijke en provinciale verkiezingen en haar nog slechtere positie in de peilingen.

Naast het tonen van veel begrip voor het onbehagen en onzekerheid onder de bevolking, die hij als de voedingsbodem voor het populisme beschouwt, laakt Verhagen „de antwoorden van bepaalde leiders die er beter van willen worden”. Tegelijk bepleit hij zowel westerse waarden als „Leitkultur”. Daaronder verstaat hij „een gezonde openheid naar andere culturen en mensen”, die hij „noodzakelijk voor een vitale cultuur” acht.

Of Verhagen zich door iedereen goed begrepen voelt, is te betwijfelen. De reactie van PVV-leider Geert Wilders, via Twitter, zal hem verrast noch bekoord hebben: „Verhagen in verwarring: zet zich af tegen de PVV maar wil van CDA ’n soort PVV-light maken. Ach, je moet wat als je op 13 zetels staat :-).” CDA-partijvoorzitter Ruth Peetoom zei gisteren dat zij een andere toon dan Verhagen zou hanteren. En dat Verhagen, Limburger van huis uit, zich enkele malen uitsluitend beriep op de „katholieke sociale leer”, zal het protestantse smaldeel binnen het Christen-Democratisch Appel niet zo behagen.

Zijn constatering dat de multiculturele samenleving is mislukt, heeft al discussie opgeroepen, maar is eigenlijk van even weinig betekenis als de bewering dat zij geslaagd is. Die samenleving ìs er. Verhagen spreekt van „terechte zorgen” van veel burgers. Hij bedoelt hopelijk ‘begrijpelijk’, want niet al die zorgen zijn terecht. Zijn pleidooi dat politici ruimschoots aandacht aan die zorgen dienen te besteden, verdient aanvulling. Politici en zeker politieke leiders zijn er niet alleen om goed te luisteren en begrip te tonen. Ze zijn er ook voor de noodzakelijke tegenspraak, ze moeten de moed hebben om hardop zin en onzin van elkaar te onderscheiden. Om populistische politici met kracht van argumenten tegen te spreken. Over Europa én over de multiculturele samenleving.