Sprinkhanen en bloemen proeven

Laila (13) en Vera (12) bedachten een plan voor het Centraal Museum in Utrecht. Het draait om planten, op schilderijen én in het echt.

Op het schaaltje liggen twee chocolate chip koekjes: ronde koekjes met kleine stukjes chocolade. Maar als ik er een wil pakken zie ik dat het geen chocola is wat in het deeg is gebakken, maar het hoofdje van een sprinkhaan.

Sprinkhanen? In een koekje? In het restaurant van het Centraal Museum in Utrecht kun je ze bestellen. Ze zijn eetbaar – en bovendien lekker en zoet, wat je niet zou verwachten van koek gemaakt van insecten en planten. Want die behoren ook tot de ingrediënten: de blaadjes van een goudsbloem.

De tentoonstelling Groene vingers maakt een reis door het Centraal Museum langs zeventiende-eeuwse schilderijen waar allerlei eetbare bloemen en planten op te zien zijn. Vroeger (en in sommige landen nog steeds) was het namelijk heel normaal om stukken bloem in de maaltijd te verwerken. De blaadjes van een roos bijvoorbeeld – daar kun je taart en ijs van maken. En wist je dat ook de knol van een lelie te eten is, en de bollen van een tulp?

Het idee voor de tentoonstelling kwam van Laila (13) en Vera (12), twee Utrechtse scholieren. Zij wonnen vorig jaar de eerste prijs bij de Kinderraadsvergadering met hun plan een museum in te richten voor en door kinderen. Samen met het Centraal Museum nodigden ze ‘eetkunstenares’ Wietske Maas uit om de tentoonstelling samen te stellen. Laila en Vera hebben vervolgens de route uitgestippeld en opdrachten verzonnen.

Wietske heeft zich vooral laten inspireren door de stillevens die in het museum hangen. Stillevens zijn – de naam zegt het al – schilderijen van ‘levenloze’ dingen, zoals bloemen en eten.

Rijke mensen lieten wel eens zulke kunstwerken maken om op te scheppen, omdat de afgebeelde dingen hartstikke duur waren. Zoals druiven. Of tulpen: die kostten in de zeventiende eeuw soms wel 10.000 gulden per stuk!

Behalve stillevens zijn ook andere schilderijen te zien. Er hangt bijvoorbeeld een met de Perzische prinses Granida, die verliefd werd op een herder. Ze heeft een bloemenkrans in het haar en zit tussen de madeliefjes. Die groeien daar niet zomaar: bloemen hebben namelijk vaak een speciale betekenis. Het madeliefje is het symbool voor onschuld – en zo betekent elke bloem wel iets.

Bloemen vertellen op die manier een heleboel over het schilderij en de persoon die erop staat.

Als je de route helemaal hebt gevolgd kom je uit bij de tuin van het museum, waar Wietske alle planten die op de tentoonstelling te zien zijn, heeft gezaaid. Samen met kok Henri Roquas heeft ze er bijzondere recepten voor bedacht, zoals tulpenrisotto en madeliefjesdrank. Jammer genoeg zijn die gerechten niet te bestellen, dus dat zul je zelf moeten proberen. Maar de sprinkhaankoekjes – die staan voor je klaar. Als je durft.

Jet Steinz