Schofferen voor het hogere doel

De Duitse kunstenaar en choreograaf VA Wölfl brengt de toeschouwer graag op een dwaalspoor. Hij giet zijn thema’s in beelden die schoonheid met gruwel combineren. Volgens Francine van der Wiel levert dat een ongemakkelijke kijkervaring op. Zijn voorstelling ‘Ich sah: Das Lamm auf dem Berg Zion, Offb. 14,1’ opent morgen het festival Julidans in Amsterdam.

Publiekje pesten, hoe doe je dat? Die vraag lijkt bepalend voor het theatrale oeuvre van de Duitse beeldend kunstenaar, fotograaf en choreograaf VA Wölfl (1944). Wölfl heeft in zijn loopbaan op alle mogelijke manieren de ergernis van de toeschouwer gewekt. De voorstellingen die hij in de jaren negentig maakte met zijn toenmalige partner Wanda Golonka, een Frans-Poolse danseres, speelden zich niet zelden af in het pikkedonker, met slechts hier een daar een straal licht die een stel voeten belichtte of de lijnen van ledematen verlengde. Hij liet het geluid van overvliegende gevechtshelikopters ‘op ware sterkte’ in de zaal klinken, waardoor de toeschouwers bijna uit hun stoelen trilden. Ook stelde hij het geduld van het publiek op de proef door dansers (zelf noemt hij ze graag ‘beeldende acteurs’) eindeloos te laten stilstaan.

In de voorstelling waarmee zijn gezelschap NEUER TANZ Julidans opent, beneemt hij een aantal toeschouwers welbewust het uitzicht op een deel van het toneel door ín de zaal her en der metershoge cypressen te plaatsen. Ook zaait hij verwarring omtrent de vraag of Ich sah: Das Lamm auf dem Berg Zion, Offb. 14,1 nu afgelopen is ja of nee, om op het moment dat het publiek – na aarzelend te hebben geapplaudisseerd voor een leeg toneel – besluit de zaal te verlaten zijn dansers weer het toneel op te sturen.

Het is genoeg om velen te doen concluderen dat VA – die initialen zonder puntjes, spreek uit: Vau Aa, wekken bij sommigen al lichte wrevel – Wölfl een beroeps-Publikumsbeschimpfer is, en niet eens zo’n originele. Al dit soort fratsen zijn immers terug te voeren op de dadaïsten en de vroege, Amerikaanse danspostmodernisten uit de jaren zestig.

Net als die laatsten omzeilt hij de vraag naar de betekenis van zijn producties, die, hoewel zeker niet eenvoudig te duiden, bol staan van de symboliek, met name rond thema’s als macht, geweld, religie en de algehele morele en emotionele afstomping van de westerse mens. Objecten als pistolen, strak gesneden pakken en jachtvliegtuigen keren, evenals kruissymbolen, ballet- en muziekclichés regelmatig in zijn producties terug.

„Het zijn vormen, tekens”, zegt de uiterst vriendelijke Wölfl vanachter een kopje koffie in het Parijse café Zimmer, tegenover Théâtre de la Ville, waar hij in maart jongstleden zijn Parijse debuut maakte. Merkwaardig laat, want NEUER TANZ geldt al sinds de oprichting in 1986 als een vooraanstaand Duits gezelschap. „Als ik een vorm zie die mij bevalt, kijk ik of het in het geheel van ruimte, geluid, licht, beweging en tekst past, niet naar een eventuele betekenis. Die ontstaat pas achteraf en ligt besloten in de vorm zelf.”

Het is dan ook vooral de vormgeving die de voorstellingen van Wölfl meer maken dan het product van een charlatan. Wölfl verkoos in de jaren zeventig de dans boven de beeldende kunst als expressievorm omdat, in zijn ervaring, dans hem als kunstenaar optimale vrijheid biedt. In de studio’s van NEUER TANZ, gevestigd in de koninklijke stallen van Schloss Benrath in Düsseldorf, creëert hij zijn producties in een ‘white cube’, een kraakheldere, museaal aandoende ruimte waarin hij zorgvuldig handelingen en objecten rangschikt, perfect getimed en spaarzaam maar betoverend mooi belicht. Een driedimensionaal doek, als het ware, waarin secuur naar de juiste ruimtelijke verhoudingen wordt gezocht – Wölfl ontleent zijn ideeën over dans onder meer aan de Bauhaus-experimenten van Oskar Schlemmer.

Langzaam (vaak héél langzaam) ontwikkelen zich scènes van een dusdanig sterke beeldende kwaliteit, dat ze nog dagen, zelfs maanden door het hoofd blijven rondspoken. Zoals het metershoge, traag dichtschuivende ‘vliegengordijn’ van skeletten in 12/... im linken Rückspiegel auf dem Parkplatz von Woolworth, zijn vorige productie (waar de verwarring al bij de titel begon). „Veel mensen dachten dat dat een anti-oorlogsballet was”, legt hij nu toch uit. „Maar het is juist reclame voor oorlog! Daar bereik je meer mee dan met reclame voor vrede. Iedereen wil vrede; communisten, kapitalisten, christenen, islamieten. Zeggen dat oorlog slecht is, is stomvervelend.”

De choreografie uit 2007 bezorgde hem de derde plaats in de jaarlijkse choreografenverkiezing van het gerenommeerde blad BalletTanz. In een interview vertelde provocateur Wölfl destijds dat hij bewust een slechte voorstelling had willen maken, omdat in tegenstelling tot het normale leven „in de kunst niet alles hoeft te kloppen”. Het spektakel riep herinneringen op aan de bestudeerd houterige optredens van de Duitse technopopgroep uit de jaren zeventig Kraftwerk (bekend van de hit Fahren, fahren, fahren auf der Autobahn). Het toneel, met een achterwand van TL-buizen, was volgestouwd met microfoonhengels, kabels, geluidsboxen, keyboards en mengtafels met daarachter acht dansers/musici die meestentijds stokstijf stilstonden. Nu en dan waagden ze een pasje links of rechts, soms namen ze plastische houdingen aan of lieten geconcentreerd elektrische gitaren gieren. Een volledig in latex gehulde vrouw zong onbenullige popliedjes, begeleid door (soms net niet) strak handgeklap van een achtergrondkoortje. Tussendoor droeg een aalgladde dj van een soldatenradiozender, type Uruzgan.FM, een gezellig nummer op aan een gesneuvelde soldaat („een echte held”) in Irak. Of was het nou Afghanistan? Maakt ook eigenlijk niet uit. Waarna achteloos melding werd gemaakt van wapenamnestie, officieren in no-go-areas en een nieuwe, ridicule hobby van de vredessoldaten: nachtgolf. „Global people, global news.” Tijd voor Dancing Queen van Abba.

Reclame voor oorlog? Eerder een betoog over de banaliteiten waarmee men tegenwoordig de gruwelijkheid van oorlog tracht te neutraliseren. Beamen zal Wölfl het nooit, bedoelen wel degelijk. Om de toeschouwer op een dwaalspoor te brengen, giet hij zijn favoriete thema’s in beelden die schoonheid met gruwel combineren, wat een ongemakkelijke kijkervaring oplevert. In Revolver (2005) keek het publiek bijvoorbeeld recht in de loop van twee sneeuwwitte opblaasbare tanks. Die, nadat ze weer waren leeggelopen, letterlijk onder het tapijt, in dit geval de dansvloer, werden geveegd.

In Ich sah: Das Lamm auf den Berg Zion, Offb. 14,1 – de titel, een bijbelcitaat over de wederkomst van Christus, zegt Wölfl uitsluitend gekozen te hebben omdat hij in een klein kapelletje werd getroffen door de grafische schoonheid van de woorden – presenteert hij een ‘klassiek’ ensemble: de mannen in keurig pak, de vrouwen in lange, romantische, zij het zwarte tutu’s. Tijdens hun arabesken en zweeflifts houden de dames in elke hand een pistool. Door de eindeloze herhaling van een clichématig choreografietje krijgen de wapens in de beleving van de toeschouwer langzamerhand dezelfde functie als die van de spitzen aan de voeten van de danseressen: een verlenging van de arm, een versterking van het ruimtelijke lijnenspel. Het gezelschap voerde zijn vorige stuk op op de wapenbeurs Defense Systems & Equipment International.

„In Europa is een pistool een heel beladen voorwerp”, luidt de toelichting van de leider van NEUER TANZ. „In de Verenigde Staten daarentegen is het net zoiets als een handtas. Iedereen heeft daar een pistool. Wij gebruiken het hier ook als een vorm, een lijn die verder gaat als de armen ophouden. Bij een pistool wordt het effect nog mooier, omdat de connotatie van ballistiek erbij komt. Daar ben ik meer mee bezig dan met het idee van geweld. Dat bestaat natuurlijk, maar dat is zo voor de hand liggend. Een pistool is een rudiment van geweld dat, in de VS althans, iedereen thuis in de kast heeft liggen.”

Wölfl speelt een desoriënterend spel met beelden en betekenissen. Door alledaagse, herkenbare voorwerpen en situaties te presenteren in een context waar ze niet thuishoren, deconstrueert hij de betekenis. Vertellen waar het over gaat, of een moreel oordeel vellen, laat hij over aan de toeschouwer. Daarin schaart hij zich in de modernistische traditie, waarbinnen een ongefilterde afbeelding van de werkelijkheid niet alleen als onmogelijk, maar vooral als artistiek oninteressant wordt gezien. Wölfl wil zijn publiek aan het denken zetten, en doet dat door groteske combinaties te tonen, onaangename sensaties te creëren en vooral door te voorkomen dat men prettig achterover leunt. Er moet nagedacht worden, en in die zin plaatst hij zichzelf ook in de lijn van de Griekse cynici, die hun medemens schoffeerden en irriteerden teneinde een hoger doel te bereiken: zelfkennis.

De plukken toeschouwers die in vrijwel elke stad die NEUER TANZ aandoet het theater voortijdig verlaten, zullen die vergelijking te veel eer vinden en vooral het gevoel hebben dat zij hun tijd hebben verspild. Het zal Wölfl niet deren. Als ze hun tijd maar góéd hebben verspild.