Parijs: wapens voor rebellen niet illegaal

De NAVO ziet toe op naleving van het wapenembargo voor Libië, en NAVO-lid Frankrijk geeft toe wapens geleverd te hebben aan de rebellen. De VN-resoluties zijn, niet voor het eerst, dubbelzinnig.

Frankrijk erkent dat het wapens heeft geleverd aan de Libische opstandelingen, maar houdt vol dat het wapenembargo van Verenigde Naties daarmee niet is geschonden. Het zou slechts gaan om wapens voor bedreigde burgers. De zaak ligt gevoelig, want de NAVO, waar Frankrijk lid van is, heeft juist steeds uitdrukkelijk gezegd zich te onthouden van wapenleveranties..

De Franse krant Le Figaro bracht het nieuws gisteren als eerste, op basis van anonieme regeringsbronnen. De afgelopen weken zou Frankrijk in het Nafusah-gebergte, ten zuidwesten van Tripoli, per parachute wapens hebben afgeleverd bij berberrebellen die het regime van de Libische leider Gaddafi omver willen werpen. Het zou gaan om „een aanzienlijke hoeveelheid” raketwerpers, mitrailleurs, en anti-tankraketten. De Franse regering zou hiermee de militaire impasse in het Libische conflict willen doorbreken.

Een woordvoerder van het Franse ministerie van Defensie bevestigde dat er inderdaad wapens geleverd zijn, zij het alleen lichte wapens en munitie. De Verenigde Naties hadden begin juni gevraagd om een gevechtspauze om medicijnen en andere humanitaire hulp te kunnen verlenen. Toen de VN geen actie ondernamen, aldus de woordvoerder, „hebben wij water, voedsel en medicijnen gedropt. Tijdens dezelfde operatie hebben onze troepen ook een aantal keer wapens en munitie gedropt.” De rebellen in het westen hebben de afgelopen weken vooruitgang geboekt in hun opmars naar Tripoli.

De Britse regering, die samen met Parijs het initiatief heeft genomen voor de luchtaanvallen tegen het regime van Gaddafi, benadrukt dat zij géén wapens levert. „Onze positie is duidelijk: er is een wapenembargo van kracht”, zegt een woordvoerder van het Foreign Office - die er wel aan toevoegt dat er omstandigheden zijn waaronder toch wapens geleverd mogen worden.

De resoluties van de Veiligheidsraad hierover zijn, zoals zo vaak, voor verschillende uitleg vatbaar. In februari nam de raad resolutie 1970 aan, die (in paragraaf 9) een wapenembargo instelt „voor de Libisch Arabische Jamahiriya” – de Libische Staat van de Massa’s, en dus niet speciaal tegen de Libische regering. Dit zou betekenen dat wapenleveranties aan het hele Libische grondgebied verboden zijn. Toezien op naleving van het embargo is één van de taken die de NAVO op zich heeft genomen.

In maart nam de Veiligheidsraad de belangrijke resolutie 1973 aan, die het militaire ingrijpen van de NAVO mogelijk maakte. Deze resolutie stelt dat om burgers in Libië te beschermen „alle noodzakelijke maatregelen” genomen mogen worden, „niettegenstaande paragraaf 9 van resolutie 1970”. Betekent die formulering dat het wapenembargo niet geldt, als wapenleveranties bedoeld zijn om burgers te beschermen? De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Clinton zei op 29 maart al dat het een „legitieme rechtvaardiging” is om het embargo te omzeilen.

Russische en Chinese diplomaten bij de VN-Veiligheidsraad in New York zeggen echter dat de Franse wapenleveranties wel degelijk een schending van het embargo zijn. En volgens de voorzitter van de Afrikaanse Unie, Jean Ping, zijn de wapenleveranties een gevaar voor de hele regio, en vergroten zij de kans op „een Somalië-achtige situatie” in Libië.