Ouderwets hoor, zo'n almachtig stamhoofd

In Jemen is zo’n driekwart van de bevolking jonger dan dertig jaar.

Voor de jeugd is het gezag van de sjeiks niet langer vanzelfsprekend.

In spijkerbroek en T-shirt wandelt hij over het Plein van de Verandering, zoals de demonstranten het terrein voor de universiteit in de Jemenitische hoofdstad Sana’a noemen waar ze al maanden bivakkeren. „Natuurlijk behoor ik tot een stam”, zegt Arif al-Sabri (29), verbaasd over de vraag. „Iedereen hoort bij een stam; dat geeft Jemenieten een gevoel van trots en waardigheid. Stammen vormen de kern van Jemen.”

Maar stammen vormen volgens sommigen ook de splijtzwam van Jemen. Ze zouden in de weg staan van een moderne staat die zich zou kunnen ontwikkelen als president Ali Abdullah Saleh, die nu in Saoedi-Arabië voor zijn verwondingen bij een aanslag wordt verpleegd, definitief zou vertrekken. De stammen zullen nooit centraal geleid gezag accepteren en zijn straks goed voor chaos. Dit is wat Saleh de wereld telkens voorhield.

Jemen is al duizenden jaren een tribale maatschappij. Lang voordat er zoiets als een centrale staat bestond, of de islam, waren er stammen die koninkrijkjes vormden. Daarom zeggen mensen als Sabri dat vrijwel iedere Jemeniet tot een stam behoort.

Toch voelt de een zich meer stamlid dan de ander. Families die al generaties lang in grote steden wonen, zullen zichzelf niet langer tribaal noemen. Plattelandbewoners zijn juist trots op hun tribale identiteit. Maar als het erop aankomt voelen ze zich allemaal Jemeniet. Als Jemen van buitenaf wordt bedreigd, vormen ze één front. De rol van de stam is sterker in regio’s waar de overheid het laat afweten. Nadwa al-Dawsari (36), directeur van een non-gouvernementele organisatie en kenner van de stammen in Jemen, beaamt dat. „De stammen bewaken de veiligheid en stabiliteit in gebieden waar geen functionerende politie of rechtbank is.”

Dawsari weet niet hoeveel stammen er zijn. „We hebben weleens geprobeerd te tellen, maar dat lukt niet”, zegt hij. „Elke stam is weer onderverdeeld in sub-stammen, en die ook weer, tot op familieniveau, dat zijn dan eerder clans.”

De meeste stammen hebben zich verenigd onder een van de twee stammenfederaties. De grootste is de Bakil-federatie; de machtigste de Hashid, die beter is georganiseerd. Vorige maand kwam het tot zware gevechten tussen de Hashid-federatie en de regeringstroepen. Dat had te maken met het al jaren sudderende machtsconflict tussen de familie van president Saleh en de familie Al-Ahmar, die de leiding heeft over de Hashid-federatie.

Om het behoud van de stam te waarborgen wordt – op het platteland – binnen de stam getrouwd. De stam wordt geleid door de sjeik, een titel die van vader op zoon overgaat. De kracht van de stam schuilt in de macht van de sjeik.

Als de sjeik zegt dat je op die politieke partij moet stemmen, doe je dat. Als de sjeik zegt dat je moet vechten tegen de president, doe je dat. Meestal zegt de sjeik zoiets niet vanuit ideologisch oogpunt, maar uit pragmatisme. Hij vecht voor de kant die op dat moment het meest betaalt.

De laatste jaren is het echter niet meer zo zwart-wit. De macht van de sjeik erodeert, het individualisme neemt toe.

Dawsari: „Dat komt vooral doordat de jeugd steeds bewuster wordt. Zij klagen dat de sjeiks rijk zijn geworden, terwijl hun dorpen zonder scholen blijven.”

Bovendien kunnen de stammen hun rol als conflictbeslechters nauwelijks meer aan, zegt Dawsari. „Het tribale systeem is overbelast, de rol van bemiddelaar zet veel druk op de stamleiders. Als ik hier met een sjeik afspreek, neemt hij tien lijfwachten mee. De sjeiks zijn bang.”

En zo wordt Jemen langzamerhand minder tribaal. Dat komt ook door economische en sociale modernisering, vooral onder jongeren. In Jemen is zo’n 75 procent van de bevolking jonger dan dertig jaar. Ook al ontbreekt het aan goed onderwijs en is de internetdichtheid laag, toch is het land de afgelopen vijftig jaar wel degelijk moderner geworden. Dat de stammen nog altijd een rol van betekenis spelen, komt doordat de staat zwak is. Verandert ook dat, dan zullen de stammen uiteindelijk niet langer plaatsvervangende ordehandhavers zijn en alleen nog een cultuurhistorische plaats innemen. Net zoals dat gebeurde in andere tribale samenlevingen op het Arabisch Schiereiland.

Anders dan president Saleh de wereld steeds wil doen geloven, hebben de stammen geen moeite met dit vooruitzicht. Veel stammen sloten zich in de afgelopen maanden aan bij de anti-regeringsdemonstranten. Abdulmajid Ali (43) noemt zichzelf de sjeik van zijn tent. Die tent is van de Arhab-stam en staat tussen veel andere tenten van stammen op het demonstratieterrein in Sana’a.

Abdulmajid stopt even met vegen en trekt bij de rand van het grondzeil zijn schoenen aan. Hij wijst op een enorm spandoek. Op het spandoek staat dat het volk het systeem omver wil werpen. „Daarom zijn we hier. Het geeft niet dat er in een nieuw systeem geen plaats meer is voor tribale regels. Er moet een rechtsstaat komen.” De rol van de stammen in een post-Saleh-tijdperk valt of staat met de opvolger van Saleh. Is het iemand die alle stammen aan zich weet te binden en een sterke staat weet neer te zetten, dan zal die rol minder belangrijk worden. Wordt het een aftreksel van Saleh met een tribale achtergrond, dan zullen andere stammen dat niet accepteren.

„Dan gaan ze vechten, tenzij Saoedi-Arabië ze afkoopt”, zegt stammenexpert Dawsari. Dat zou niets nieuws zijn, het rijke buurland hield de stammen jarenlang koest met giften.