'Onze architectuur is nu veelstemmiger'

Het NAi is bezig aan een heroriëntatie. En hoorde net dat het moet samenwerken met andere instituten. Ole Bouman: „Ik denk dat we kunnen doorgroeien naar 200.000 bezoekers.”

Het was een geluk bij een ongeluk dat de vloer van het Nederlands Architectuurinstituut zo snel na het begin van de verbouwing in 2010 omhoog kwam, vindt de directeur Ole Bouman (1960). Het was een gevolg van een constructiefout bij de bouw van het NAi twintig jaar geleden. „Als dat in deze turbulente tijden voor kunst en architectuur waarin het NAi moet bezuinigen, was gebeurd, was het een ramp geweest. Nu heeft het slechts tot een vertraging van zes maanden geleid.”

Behalve de kapotte vloer kende de 4,8 miljoen euro kostende verbouwing geen tegenslagen. Het NAi zal op 1 juli, na een jaar gesloten te zijn geweest, weer te bezoeken zijn. Wel kreeg het onlangs te horen dat het een flink deel van de rijkssubsidie kwijtraakt en moet gaan samenwerken met andere sectorinstituten.

Het NAi is bezig met een heroriëntatie. Wat gaat er veranderen?

„Veel mensen vonden het oude NAi niet heel toegankelijk. Bijna alle bezoekers hadden al iets met architectuur. Dat is gevaarlijk als je met algemene middelen wordt gefinancierd. We willen dan ook publieksgerichter en gastvrijer zijn. We willen laten zien dat architectuur een bron voor optimisme kan zijn, ook in barre tijden. We mikken nu op 150.000 bezoekers per jaar in plaats van 100.000 vroeger. Ik denk dat we kunnen doorgroeien naar 200.000 bezoekers.

„Het oude NAi koos vaak voor een gemiddeld niveau waar niemand echt warm voor liep. Vond de groep van ingewijden de aanpak simplistisch, dan was het voor anderen nog te hermetisch. Voortaan maken we voor het vakpubliek en het ‘brede’ publiek eigen presentaties.”

Vijftien jaar geleden gold Nederland met zijn ‘Superdutch-architectuur’ als het modernste architectuurland ter wereld. Hoe is het met die reputatie?

„De crisis heeft de architectuur hard getroffen, en dat doet veel architecten een toontje lager zingen. Maar de generatie van Superdutch is nog steeds actief, en nog steeds met succes. MVRDV en West 8, zijn nog altijd op een creatieve manier en op grote schaal in het buitenland actief. Dat zijn echt wereldmerken. Ook Sjoerd Soeters en Kuiper Compagnons bouwen in allerlei landen complete steden en wijken. Daarnaast is er ook aanwas van nieuw talent, zoals Florian Idenburg of 2012 architecten. Maar ook tot het buitenland is doorgedrongen dat er in Nederland in het begin van de 21ste eeuw twee politieke moorden zijn gepleegd en dat het land politiek en cultureel is veranderd. Er is een nationalistische toon bij gekomen. Daarnaast is de Nederlandse architectuur veelstemmiger geworden. Er is veel minder consensus over wat goed is.”

Als een van de oorzaken van het internationale succes wordt vaak het Nederlandse architectuurbeleid genoemd. Hoe belangrijk was dat?

„Heel belangrijk. Nederland was uniek in de wereld met zijn inzet van het overheidsapparaat om architectuur te stimuleren en te promoten, met onder meer het NAi en het Stimuleringsfonds voor de architectuur als instrumenten. Het vindt dan ook navolging. Van Denemarken tot Chili stimuleert men nu van staatswege de architectuur en heeft daarbij goed heeft gekeken naar Nederland.”

Het architectuurbeleid staat onder druk. Het NAi krijgt bijvoorbeeld 10 procent minder subsidie en moet in een nieuw instituut voor creatieve industrie samenwerken met de Stichting Premsela voor vormgeving en het Virtueel Platform voor nieuwe media.

„Ik sta niet op voorhand afwijzend tegenover samenwerking, maar toch hecht ik aan een eigen positie. Dat maakt alleen al de traditie noodzakelijk. Hoe breed je architectuur ook definieert, het is een gegeven dat het archief van het NAi vol zit met tekeningen van gebouwen en constructies. We hebben de archieven van Berlage, Cuypers, Dudok, Van Doesburg en vele anderen, maar konden daar tot nu weinig van laten zien. Dat was een groot gemis. Bij architectuur gaat het van oorsprong om beschutting en dat is altijd het werk van ingenieurs geweest. Dat is het verschil met vormgeving.”