Nu weet Gio eindelijk ook hoe het werkt in Indonesië

De oud-voetballer was vijf dagen lang op tournee in Indonesië.

Van Bronckhorst wilde niet worden gebruikt als speelbal van politieke belangen.

In afwachting van Giovanni van Bronckhorst mogen tientallen kinderen in het voetbalstadion van Jakarta vragen beantwoorden over hun held.

Waar komt hij vandaan? Bij welke clubs speelde hij? Wat was zijn positie in het veld? Allemaal gemakkelijk: pas bij de vraag hoe zijn zus heet, haken ze af.

Van Bronckhorst, wiens grootouders zijn geboren op de Molukken, is een idool in Indonesië. Afgelopen week bezocht hij het land voor het eerst. Indonesiërs zien de 106-voudig international als een verloren zoon die eindelijk terugkeert. Zelf ziet hij dat een tikje anders. „Ik zeg steeds: ik ben Nederlander en heb een Molukse achtergrond. Je moet toch zorgen dat je dat goed naar voren brengt.”

Het is een heet hangijzer in Indonesië én in Nederland. Indonesiërs zien de Molukken als een van de vele eilandgroepen in de archipel; de regering pakt de geweldloze Molukse afscheidingsbeweging RMS keihard aan. Terwijl de Molukkers in Nederland het vaak als een lelijke streek van de geschiedenis beschouwen dat hun eilanden nu bij Indonesië horen, en niets met Jakarta op hebben.

Een emotionele reis zou Van Bronckhorst het dan ook niet noemen. Hij bezocht tenslotte alleen Jakarta; een reis naar de Molukken bewaart hij voor later, met zijn gezin. „Toen we met Oranje naar Australië gingen, vlogen we over de Molukken heen. Ik ben wakker gebleven en kon die eilanden zien liggen. Ik had daar meer gevoel bij dan ik nu heb.”

In de brandende zon geeft Van Bronckhorst kinderen uit een weeshuis voetballes en hij speelt zelf ook een potje mee. Hij verbaast zich hier vooral over het verkeer: moeders met hun baby op de arm achterop de brommer, zonder helm! Eerder bezocht hij een galadiner, voetbalde hij met kinderen in de kampong en was hij de ster van een wedstrijd.

Nu hij sinds de verloren finale van het WK van vorig jaar in Zuid-Afrika niet meer professioneel voetbalt, wilde hij naar Indonesië om bekendheid te geven aan zijn Van Bronckhorst Foundation. De liefdadigheidsstichting heeft al een geboortecentrum en een bijlesschool in Rotterdam opgezet – en Van Bronckhorst wil uitbreiden naar Indonesië. De reis heeft hem op ideeën gebracht. „Het valt op dat hier weinig ruimte is voor kinderen. In Nederland ben je gewend dat er in elke wijk een trapveldje is.” Ook onderwijs en gezondheidszorg noemt hij als speerpunten.

Daarnaast wilde Van Bronckhorst zijn Indonesische fans ontmoeten, over wie hij al zoveel had gehoord. Zijn familie had hem al voorbereid op de Gio-gekte die hij kon verwachten. Ze hadden niets te veel gezegd: overal waar hij komt, willen fans met hem op de foto, zijn hand schudden, een handtekening. Hij verscheen in talloze televisieprogramma’s, waaronder het populaire Bukan Empat Mata. Aantal kijkers: tientallen miljoenen.

Maar niet alles verliep voorspoedig. Dit was de derde keer in een half jaar dat Van Bronckhorst probeerde naar Indonesië te reizen, nadat eerdere reizen strandden in het wespennest van de Indonesische en Molukse politiek. „De laatste zes, zeven maanden ben ik veel te weten gekomen over hoe het werkt in dit land, laat ik het zo zeggen”, vertelt hij diplomatiek.

De eerste poging was in januari, toen de speler was uitgenodigd om de Indonesische voetbalcompetitie te openen. Hartstikke leuk, tot hij erachter kwam dat het om een illegale competitie ging, die niet was erkend door wereldvoetbalbond FIFA. „Daar kan je je gewoon niet mee identificeren.”

De tweede poging in maart was ingewikkelder. Van Bronckhorst was uitgenodigd door het ministerie van Sport. Maar al snel bleek dat men hem wilde inschakelen voor een voetbalproject voor Molukse Nederlanders onder de naam ‘Indonesië is mijn vaderland’. Van Bronckhorst begreep meteen dat hij zich daar verre van moest houden en liet in zijn contract zetten dat hij weliswaar zou komen, maar niet aan het project zou meewerken. Wat de regering er niet van weerhield om het goede nieuws over zijn deelname te verspreiden in de Indonesische pers. Intussen greep de ‘regering in ballingsschap’ van de RMS in Nederland de kwestie aan om Van Bronckhorst ervan te beschuldigen dat hij zich „liet misbruiken voor Indonesische propaganda”.

Uiteindelijk werd de trip twaalf uur voor vertrek afgezegd, omdat de Indonesische gastheren het contract weigerden te ondertekenen. Waarop de RMS tot zijn ergernis weer deed alsof zij de trip had geblokkeerd. Van Bronckhorst: „Ik ben achteraf wel blij dat het niet is doorgegaan, want we hadden met die trip veel problemen kunnen krijgen, vooral in Nederland. Je wilt natuurlijk niet als speelbal gebruikt worden voor beide belangen.”

Na een moordend schema van vijf dagen in Jakarta concludeert de voetballer dat alles dit keer wel voorspoedig is verlopen. Nu richt hij zich weer op zijn beginnende carrière als trainer: bij Jong Oranje en komend seizoen twee dagen per week bij het eerste van Feyenoord. „Erg leuk, maar het is iets heel anders. Als voetballer heb ik het hoogste bereikt, nu begint het voor mij gewoon weer opnieuw.”

Hij besteedt ook veel tijd aan zijn stichting, waarmee hij een mooi project op de Molukken wil neerzetten. Maar hij begint in een ander deel van de Indonesische archipel. „Ik denk dat dat een verstandige omweg is.” Want dat is tijdens deze reis wel duidelijk geworden: in Indonesië moet je als Nederlander van Molukse afkomst voorzichtig te werk gaan.