Nog even over die polder, hè

Staatssecretaris Bleker heeft een plan om de Hedwigepolder droog te houden.

In Brussel heerst twijfel over dat alternatieve plan én over de Nederlandse houding.

Bij de Europese Commissie in Brussel zien ze de Nederlandse krantenkoppen al voor zich: ‘Brussel dwingt Nederland vruchtbare grond prijs te geven aan de zee.’ Europarlementariër Barry Madlener (PVV) glimlacht breed bij de gedachte dat de Commissie de Nederlandse plannen om de Hedwigepolder toch droog te houden, afwijst. „Dát zou nog eens een mooi voorbeeld zijn van de Europese bemoeizucht.”

Brusselse ambtenaren hebben nog geen plan uit Nederland gezien. De eurocommissaris van Milieu, de Sloveen Janez Potocnik, heeft nog niets op papier. Staatssecretaris Henk Bleker (Landbouw, CDA) was twee weken geleden in Brussel om erover te vertellen, maar hij liet zelfs geen plattegrondje achter met de gebieden in Zeeland die dan wél onder water zouden worden gezet. Vanmiddag debatteert de Tweede Kamer over de plannen met de Zeeuwse polder.

Het verhaal dat na Blekers gesprek rondging in Den Haag – de Commissie is er al mee akkoord – werd in Brussel meteen ontkend. Potocnik verklaarde dat hij het allemaal eerst nog eens moest zien: Nederland probeert al zo lang alternatieven te bedenken voor de ontpoldering. Waarom zou dat nu opeens wel lukken?

Nederland is wettelijk verplicht om de natuur in het mondingsgebied van de Schelde te beschermen – het staat ook in het verdrag met Vlaanderen over de verdieping van de Westerschelde. Uit veel studies kwam dat de beste manier is: de Hedwigepolder onder water zetten. Aan Vlaamse kant zal ook een polder volstromen en dan ontstaat één groot gebied met eb en vloed en de natuurvorming die daarbij hoort.

Uit gesprekken met betrokkenen blijkt dat Blekers verhaal in Brussel meteen tot twijfels leidde. „Je kunt zo’n groot getijdegebied niet vervangen door ergens anders gebiedjes onder te laten lopen”, zegt een Brusselse bron.

Potocnik zei in een eerste reactie ook dat de natuurbescherming in het mondingsgebied 100 procent moest zijn. In zijn gesprek met Bleker was duidelijk geworden dat die 100 procent nog niet gehaald zou worden – de bedoeling was dat dat in 2017 zo zou zijn.

Maar 2017? „In de politiek is dat een eeuwigheid”, zegt een betrokkene. Er is, zegt een ander, bij de Europese Commissie ook weinig vertrouwen in Nederland: dat land bedenkt nu al jaren plannen die anders zijn dan de plannen in het verdrag met Vlaanderen. Zal het dan níét gaan proberen om onder een afspraak uit te komen waar het pas in 2017 aan wil voldoen?

Brusselse ambtenaren weten ook dat Nederland wil bezuinigen op natuurbescherming. Ze zien, zeggen ze, dat manieren worden gezocht om onder Europese verplichtingen uit te komen.

En er waren de afgelopen tijd ook al drie eurocommissarissen die Nederland kritische vragen stelden over asielplannen en plannen om werknemers uit Midden- en Oost-Europa te weren. „Vinden ze Nederland op dit moment aardig in Brussel”, vraagt een betrokkene. „Nee. Denk je dan dat je een batterij van zo’n honderd milieuspecialisten in de Commissie een doek over de ogen kunt trekken bij de Hedwigepolder?”

Potocnik heeft tegen de Nederlandse staatssecretaris gezegd dat hij zich graag laat overtuigen. Maar als het mislukt, is het niet de Commissie die de Hedwigepolder onder water zet: het zijn de 27 EU-landen die samen hebben bedacht dat ze zich aan milieuregels houden en dat de Commissie erop toeziet of ze dat ook doen – om te voorkomen dat één land een betere concurrentiepositie heeft.

Potocnik zelf staat in Brussel bekend om zijn liefde voor Nederland. Hij heeft er gestudeerd, hij speelde graag volleybal op het strand van Scheveningen. Hij houdt ook, zegt hij tegen medewerkers, van de directe stijl van communiceren van Nederlanders. Aan Nederlandse kant wordt dat gezien als een voordeel in de onderhandelingen.

De Vlaamse regering wil daar nu niet aan meedoen. „Iedereen weet dat de rug van de Commissie breed is”, zegt een Brusselse bron. „Als de Commissie nee zegt, hoeven de Vlamingen er geen ruzie over te maken met Nederland.”

Dat de Vlaamse premier Kris Peeters zegt dat het plan Vlaanderen geld kost, ergert de Nederlandse kant. In gesprekken met Vlaanderen zou al vaak zijn gezegd: als we met nieuwe plannen komen, betalen wij de extra kosten. Er is ook irritatie omdat Peeters steeds de natuurorganisaties erbij haalt. Nederland vindt: als het lukt om de Commissie te overtuigen, is het klaar.

Maar Peeters wil zijn goede samenwerking met de natuurorganisaties niet op het spel zetten: Vlaanderen heeft hen nodig om vergunningen te krijgen voor onderhoudsbaggerwerken in de Westerschelde en voor uitbreiding van de Antwerpse haven. Woordvoerder Wim Van den Bossche van Natuurpunt zegt dat de milieuactivisten niemand „het mes op de keel zetten”.

„We dreigen nergens mee.”

Maar premier Peeters heeft gelijk. „Voor nieuwe plannen is het belangrijk dat het onderlinge vertrouwen blijft bestaan. Het is goed dat Peeters voet bij stuk houdt.”