Moedige Papandreou wint net

Qua stemming lijkt de strijd in Griekenland voorlopig gestreden. De linkse regering van premier Papandreou heeft gisteren een ramp op korte termijn afgewend. „Er zijn maar twee opties: de moeilijke weg van verandering en de makkelijke weg van desertie”, zei Papandreou tot het parlement, dat zijn bezuinigingsprogramma van 28 miljard euro daarna goedkeurde. Beurzen en bondgenoten reageerden opgelucht. De koers van de euro steeg, de rentestanden daalden. En politici elders complimenteerden de Griekse collega’s met de getoonde moed.

Het crisisdreigement van gedoogpartner PVV in de Tweede Kamer is voor de rest van de wereld slechts ketelmuziek. Alle oordelen over de ‘luie’ Griekse cultuur ten spijt, de ingrepen van de regering in Athene zijn wel degelijk „hard en zelfs oneerlijk maar onvermijdelijk”, zoals minister Venizelos van Financiën het samenvatte.

De combinatie van hogere belastingen, lagere lonen en pensioenen en meer privatisering van overheidsdiensten kan een gifpil zijn. Er is angst voor een averechts economisch effect. En er is reden voor zorg over de politieke stabiliteit. Sinds 2009 zijn zowel bij de Pan-Helleense Socialistische Beweging (Pasok) als bij de conservatieve Nieuwe Democratie (ND) al zes parlementariërs uit hun partij gestapt.

Voor de kiezers van Papandreou is het saneringsbeleid eigenlijk een vorm van verraad. De Pasok heeft in haar bijna veertigjarig bestaan altijd gestaan voor etatisme. Ter linkerzijde loert bovendien gevaar. Het wordt wel eens vergeten, maar in Griekenland bestaan nog altijd twee min of meer communistische partijen: een orthodoxe en een verlichte. De afvalligheid binnen Pasok bleef gisteren beperkt tot één man. Maar de eenheid staat wel onder druk, zeker als het protest op straat voortduurt en de politie net zo hard blijft optreden als vannacht in Athene.

Het is de vraag of ND profiteert. Trouw aan de traditie van polarisatie in de Griekse politiek heeft oppositieleider Samaras tot nu toe elke samenwerking van de hand gewezen. Ook toen Papandreou deze maand een tijdelijke regering van nationale eenheid voorstelde, koos Samaras voor partijpolitiek gewin en tegen het algemeen belang. Omdat ook ND verantwoordelijk is voor de financiële chaos – ND heeft Griekenland sinds het einde van de kolonelsjunta in 1974 net zo vaak geregeerd als Pasok – neemt hij zo een risico. Aan de radicale rechterflank groeit intussen namelijk een orthodox-populistische partij gestaag.

De Griekse premier Papandreou, die zich een moedige doorzetter toont, mag gisteren in het parlement dan enig respijt hebben veroverd, voor Griekenland zelf is dit succes slechts een korte adempauze.