'Met twee kapiteins loods je een schip niet door een storm'

Nout Wellink, scheidend president van De Nederland-sche Bank, is het oneens met de nieuwe bestuursstructuur van DNB. „Als de crisis voor-bij is, is er niet zo veel behoef-te meer aan een president die zich extern profileert als toezichthouder.”

Eind februari 2010 stapte de PvdA uit het vierde kabinet-Balkenende. Staatssecretaris Jan Kees de Jager van Financiën (CDA) nam als (demissionair) minister de leiding van het departement over van Wouter Bos.

Bos had onderzoeken in gang gezet over zaken die in de crisis mis waren gegaan, zoals bij DSB en de IJslandse Icesave. Ook liep er een parlementair onderzoek.

In Wellink aan het woord gaat de scheidende president van De Nederlandsche Bank in op deze episode en op de voorstellen van De Jager voor een nieuwe bestuursstructuur van DNB. Enkele passages:

„De Jager zat lastig, dat was duidelijk. Het Nederlandse publiek was boos. De Kamer was boos. Men was teleurgesteld over een aantal dingen dat mis was gegaan. Er bestond een negatief oordeel over de Bank en over mij, ook in de Kamer. Het was duidelijk dat er wat moest gebeuren.”

[...]

„De Jager en ik zijn het erover eens dat je een instelling die zowel toezicht op de banken als monetair beleid in huis heeft, moet beschermen tegen ongewenste besmetting. Maar je moet ze niet te ver uit elkaar trekken. Beide onderdelen moeten juist nauwer dan ooit met elkaar samenwerken, zeker in een land waar vier of vijf banken de markt domineren. Hierin moet je de goede balans zien te vinden. Enerzijds de toezichtsector meer profiel geven, anderzijds zorgen voor intensievere samenwerking tussen de toezichtafdeling en de afdelingen die zich met macrobeleid bezighouden. Er was een heel makkelijke oplossing voor te vinden geweest. Gewoon afspreken dat in de toekomst de Tweede Kamer het directielid dat belast is met het toezicht uitnodigt en niet, zoals de laatste jaren is gebeurd, de president. Voorts zou binnen de Bank de traditie hersteld moeten worden dat de directeur toezicht in beginsel ook het toezicht naar buiten uitdraagt.

Er is echter gekozen voor een aanzienlijk gecompliceerdere weg, een wettelijke regeling waarvoor naar mijn gevoel een overtuigende argumentatie ontbreekt. De richting is verkeerd en de risico’s op ongelukken in de toekomst worden vergroot. De Raad van State heeft in mei 2011 trouwens dezelfde opvatting naar buiten gebracht. Dit zeg ik als feitelijke constatering.

In plaats van de toezichtsector verder te verzelfstandigen, zou hij juist verder geïntegreerd moeten worden binnen de Bank, waardoor ook de checks and balances worden vergroot. Sommigen lezen de governance-voorstellen van De Jager [waarbij de directeur toezicht een prominentere rol moet krijgen, red.] als de introductie van twee kapiteins op één schip. Als dat de bedoeling zou zijn, gaat er iets goed mis. Met twee kapiteins loods je een schip niet door een storm en we zullen vermoedelijk nog meerdere jaren in zwaar weer zitten.”

[…]

„Natuurlijk, we hielden er rekening mee dat als gevolg van de crisis de bestuurspraktijk van DNB tegen het licht zou worden gehouden. Bij elke crisis vraagt men zich af of het toezichtmodel een van de oorzaken is geweest. Maar je moet oppassen dat je niet alleen verandert om te kunnen zeggen dat er een verandering is. Soms helpt het inderdaad het model te veranderen, meestal zijn andere zaken belangrijker: de mensen, de werkwijze, begrip van de onderlinge samenhang, enzovoort.”

[…]

„Neem de kwestie-Icesave als voorbeeld. De optopping bij Icesave [de verhoging van het bedrag dat onder het garantiestelsel voor spaargeld viel – red.] is in 2008 afgehandeld binnen de toezichtsector en is niet in de directie aan de orde geweest. De minister vindt nu dat het toezicht zich onafhankelijker moet opstellen en zich duidelijker moet profileren. Maar wij hebben bij DNB naar aanleiding van de beslissing over de optopping bij Icesave precies de tegenovergestelde conclusie getrokken. We hebben niet gezegd: de toezichtsector moet sterker geprofileerd worden. Nee, we hebben gezegd: een optopbeslissing kan onder omstandigheden zo belangrijk zijn dat deze in de voltallige directievergadering ter sprake moet komen. We hebben geconcludeerd: je vermindert de kwetsbaarheid als je voor belangrijke zaken de collega’s inschakelt en ze niet alleen door de toezichthouder laat afhandelen.

Gezien de recente geschiedenis begrijp ik dat de drang tot sterkere profilering van het toezicht is opgekomen. Maar als de crisis voorbij is, is er niet zo veel behoefte meer aan een president die zich extern profileert als toezichthouder. Dan ben je terug bij de situatie van vroeger. Duisenberg deed het eigenlijk nooit en ik heb het voor 2007 ook nauwelijks gedaan. Mijn profilering in de jaren daarna was sterk aan de crisisomstandigheden gerelateerd.”

Uit: Roel Janssen. Wellink aan het Woord. De Bezige Bij. 288 p. €18,50