Maar wat typisch Nederlands is, weet Kamer niet

Immigranten moeten zich houden aan de typisch Nederlandse normen en waarden. Maar Kamerleden kunnen niet goed zeggen wat dat zijn. Zo’n debat mondt uit in abstracties als ‘vrijheid’.

De oliebol op oudejaarsavond, dat is Nederland. En de Dodenherdenking op 4 mei. Net als de de vrijheid om euthanasie en abortus te plegen, openlijk homo te zijn en op zondag te winkelen. Of zijn juist geloof en kerk typisch Nederlands, de overleg- en consensuscultuur en de behoefte van Nederlanders om zich van hun landgenoten te onderscheiden? De Kamerleden kwamen er niet uit, gisteren.

Immigranten moeten zich van dit kabinet onderwerpen aan de typisch Nederlandse normen en waarden, zo staat in de recent verschenen integratievisie van minister Piet Hein Donner (Binnenlandse Zaken, CDA). Luisteren naar het debat dat Kamerleden met de minister over die notitie voerden, zal migranten daarbij zeker niet helpen. Met zijn afscheid van het ‘multiculturalisme’ heeft het kabinet de autochtone cultuur leidend gemaakt. Maar onder de autochtone volksvertegenwoordigers blijkt er bijzonder weinig overeenstemming te zijn over wat Nederland Nederland maakt.

Zoals het al jaren gaat, werd ook in dit integratiedebat weer gesproken over hoe belangrijk het is dat allochtonen zich schikken naar „onze normen en waarden”. Net zo gebruikelijk is dat politici het behoorlijk lastig vinden om vervolgens uit te leggen welke dat dan zijn. Die zoektocht naar wat alle Nederlanders delen, en waarmee zij zich onderscheiden van buitenlanders, mondt altijd weer uit in oliebolachtige symbolen, of abstracties als ‘vrijheid’.

Debatten over eisen die aan migranten moeten worden opgelegd, vormen een illustratie van de onzekerheid die autochtonen hebben over hun eigen wortels, in deze internationale, geïndividualiseerde samenleving. Donner veroorloofde zich er zelfs een grapje over, toen hij bevestigde dat kennis van het Wilhelmus onderdeel wordt van de nieuwe inburgeringseisen: „Ik zou de Kamerleden hier wel eens willen toetsen op hún kennis van het tweede, derde en vierde couplet.”

Niet elke Kamerlid voelt de last van deze verwarring. Mirjam Sterk (CDA): „Als je van vakantie terugkomt, en je rijdt de grens over, dan weet je direct dat je in Nederland bent.” Cora van Nieuwenhuizen (VVD) waagde zich niet aan culturele bespiegelingen, maar was verheugd dat het bij dit kabinet eindelijk om de „toekomst en niet de afkomst” van allochtonen ging. Joram van Klaveren, van de PVV, meldde nog even hoe „prachtig” het is dat migranten zich moeten aanpassen aan de Nederlandse cultuur, en bemoeide zich vervolgens vooral met zijn mobiele telefoon.

Minister Donner had in zijn notitie opgenoemd waar de Nederlandse samenleving op rust: „vrijheid, gelijkwaardigheid, verdraagzaamheid en solidariteit”. Dat vonden oppositiepartijen wel wat makkelijk. D66’er Gerard Schouw zag niet wat daar typisch Nederlands aan was. Waar het concreter werd, liepen de meningen uiteen: de vrijheid van euthanasie die Schouw zo prees, maakte bij de christen-democratische minister Donner heel wat minder enthousiasme los: „Van die vrijzinnigheid wil ik wat afstand nemen.” GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi brak nog een lans voor „mokkababy’s”, zoals hij de nakomelingen uit ‘gemengde’ relaties omschrijft.

Een migrant die zou willen weten wat van hem wordt verwacht, zou er in paniek van kunnen raken. Dat is overbodig. Zoals Donner zei: „We kunnen niet eisen dat nieuwe migranten precies weten wat de Nederlandse waarden zijn. Als ze maar weten dát er bepaalde waarden zijn.”

Het debat kreeg zo een wat surrealistisch karakter. Zeker toen Donner verkondigde dat dit kabinet afscheid neemt van het multiculturalisme – om in dezelfde adem te bezweren hoe belangrijk diversiteit en pluriformiteit zijn voor de samenleving. Tegenstrijdig? Zeker niet, vond Donner, er is een „fundamenteel verschil” tussen pluriformiteit en multiculturalisme. PvdA’er Martijn van Dam was niet de enige die verzuchtte „er niets meer van te begrijpen”. Dibi foeterde nog wat op de „meest elastische minister ooit”. En toen was de tijd om.