Kamerdebat biedt beide FNV-opponenten hoop

Nieuwsanalyse

De Kamer sprak gisteren over het pensioenakkoord. De oppositie was fel, maar minister Kamp en de PvdA naderden elkaar. Van ‘wurgcontract’ tot ‘goede basis’.

Als twee ex-geliefden die elkaar na weken getouwtrek over het huis en de kinderen voor het eerst weer bij de notaris zien om de scheiding te regelen. Zo ongemakkelijk ging Henk van der Kolk van FNV Bondgenoten naast zijn opponent Agnes Jongerius zitten, de voorzitter van de overkoepelende vakcentrale FNV. Een vriendelijk handje kon er net van af.

Samen keken zij gisteren naar het Kamerdebat over het pensioenakkoord. Niet verrassend trokken zij na afloop een tegenovergestelde conclusie. Van der Kolk, tegenstander van het pensioenakkoord, voelde zich gesterkt door de bijzonder kritische geluiden van de oppositie. „De Tweede Kamer komt onze kant uit, dat is wel duidelijk”, zei hij na afloop van het debat. „De risico’s voor de gepensioneerde, de dalende koopkracht voor mensen die eerder stoppen met werken, de risico’s voor de jongere generaties: alles kwam aan de orde.”

Jongerius voelde zich juist weer gesterkt door de toenadering tussen minister Henk Kamp (Sociale Zaken, VVD) en de PvdA. Die grootste oppositiepartij neemt een cruciale positie in, omdat gedoogpartij PVV zich heftig tegen het akkoord verzet. Een combinatie van „onnozelheid en wensdenken”, zo brandde PVV’er Ino van den Besselaar de minister af – die hij uiteindelijk toch zal steunen. Want, uitgenodigd door SP’er Paul Ulenbelt, wilde hij niet dreigen, de steun aan het kabinet in te trekken als de AOW-leeftijd inderdaad op termijn naar 67 of zelfs 68 jaar gaat stijgen.

De regeringspartijen VVD en CDA staan achter het akkoord, en dus is steun van de PvdA voldoende voor een meerderheid. „Dit akkoord is een basis, maar het moet beter”, aldus Roos Vermeij namens de PvdA.

Wat betreft de PvdA waren er nog twee struikelblokken. Centraal in het pensioenakkoord, dat eerder deze maand door de sociale partners en de overheid is gesloten, is de verhoging van de AOW-leeftijd naar 66 jaar in 2020 en vijf jaar later vermoedelijk naar 67. Wie na 2020 als 65 jarige wil stoppen met werken, levert zo’n 6 procent aan koopkracht in. Te veel, vindt Vermeij – en met haar Bondgenoten – vooral voor mensen die al weinig verdienen.

Kamp kwam Vermeij op dit punt enigszins tegemoet. Een uitkering voor oudere werklozen, die moet voorkomen dat zij hun spaargeld moeten opeten, wordt niet in 2016 opgeheven, zoals uiteindelijk de bedoeling was. Ook toonde de minister zich bereid om nog eens te kijken of hij mensen met lage inkomens tegemoet kan komen, op het moment dat zij eerder willen stoppen met werken. Jongerius uitte die wens gisteren nog eens, met name voor mensen met een inkomen tot 24.000 euro.

Een tweede struikelblok voor veel critici van het akkoord – dat het pensioenstelsel ondanks de vergrijzing gezond moet houden – is het mogelijk riskante beleggingsbeleid van pensioenfondsen. De Kamer is bevreesd dat zij van te hoge rendementen uitgaan, waardoor minder strenge eisen aan buffers hoeven worden gesteld. Dit zou ertoe kunnen leiden dat er voor jongere generaties te weinig geld overblijft. De Nederlandsche Bank moet vooraf kijken naar die beoogde rendementen, zo stelde Vermeij in een tweede motie. Prima idee, vond Kamp. „Ik ben zeer bereid om te doen wat mevrouw Vermeij nastreeft.” Duidelijker zou de toenadering die avond niet worden.

Jongerius kon tevreden zijn. Van der Kolk luisterde liever naar de critici. Op steun van de PVV, SP en zelfs ook op GroenLinks en D66 hoeft Kamp niet te rekenen. „Pensioenwrak” (SP), „wurgcontract voor 55-minners” (D66) en de 25-jarige Jesse Klaver (GroenLinks) sprak als jongste woordvoerder van „een generatieakkoord dat mij door de strot wordt geduwd”.

Ruim voordat de Kamer een definitief oordeel uitspreekt, krijgen de 1,4 miljoen FNV-leden de gelegenheid zich uit te spreken over het akkoord. Als het oordeel negatief is, lijkt het einde van het akkoord een feit. Kamp zei zich een dergelijk scenario niet voor te kunnen stellen. Mocht het toch gebeuren, dan valt hij terug op het voornemen uit het regeerakkoord: de AOW in 2020 naar 66 jaar, zonder compensatie voor mensen die eerder willen stoppen. Volgens Jongerius pakt dat veel slechter uit dan het akkoord. Volgens Van der Kolk is het „zeer de vraag” of plan B van Kamp slechter is.