Ik ben net zo goed een Joost de Vries

‘Problematisch’, schreef Joost de Vries in zijn laatste column, dat ik dezelfde naam en beroepskeuze heb als hij.

Moet ik soms mijn naam opgeven, of mijn ambitie?

Lachend als een boer met kiespijn schudde hij mij de hand. In gedachten vervloekte hij mijn bestaan. Joost de Vries, mijn naamgenoot, de jongen die mij een paar jaar en een paar stappen voor is (eerste boek in de winkel, vaste redacteur bij De Groene Amsterdammer, columnist in nrc.next).

Toen ik nog antropologie studeerde, maar al wel journalistieke ambities koesterde, wees mijn vader mij er eens op dat ene Joost de Vries columns schreef voor het blaadje van de Universiteit Utrecht. Ik wuifde de opmerking weg, onterecht. Onlangs kwamen wij elkaar tegen, Joost de Vries en Joost de Vries, omdat ik als postdoc-journalistiekstudent een stuk mocht schrijven voor De Groene. Boven mijn eerste publicatie in het walhalla van de kritische journalistiek mocht niet mijn echte naam staan. Dat zou verwarrend zijn. Ik verzon een tweede initiaal, M.

Ik heb veel bijnamen gehad. Joost is nu eenmaal een veel voorkomende naam, in de jaren ’80 was er een ware babyboom van kleine Joostjes. Op de basisschool was ik een van de drie Joosten in mijn klas. ‘Vriesje’, klonk het op het speelplein. Tijdens mijn middelbare schooltijd luisterde ik afwisselend naar Host en Yousef. In mijn eerste studentenhuis kreeg ik de titel ‘two-point-o’ of ‘number two’. Op reis was ik de enige, maar moest ik genoegen nemen met Djoest, George, Josh en José.

Niet eerder kreeg ik de bijnaam Pipik, Jiddisch voor ‘navel’ (geen compliment, weten lezers van Philip Roth). Die kreeg ik wel van Joost de Vries, luidkeels, vanaf zijn podium, de tweekolommer in next. Vrienden hadden hem gevraagd of hij nu ook al voor de Volkskrant schreef. Dat was ik dus. Dezelfde naam en ambities, dan kom je elkaar tegen. Problematisch, vindt hij.

Wat te doen? Het aanzetje van mijn naamgenoot deed me nadenken over artiestennamen. Jozias? Van Aartsen ligt op de loer. Jodokus? Kwak volgt automatisch. Jozef? Maria en Jezus. Jaap? Stam. Joop? Van den Ende. Job? Cohen. Zoveel tenen om op te staan, wie weet nog wel gevoeliger dan die van Joost de Vries. Mijn ambities bijstellen dan? Dat kan ik niet. Terug naar de anonimiteit van de krantenjournalistiek, dat lijkt me het beste. Uiteindelijk gaat het om de stukjes.

Joost de Vries is schrijver en journalist.