Een lijf ontdooien duurt drie dagen

Medische studenten kunnen hun vak niet leren zonder ooit een echt lichaam van binnen te hebben gezien.

„Lichaamsdonoren zijn van onschatbare waarde.”

Vijf onderbenen liggen op vijf snijtafels in het Anatomisch Instituut van het Universitair Medisch Centrum Sint Radboud in Nijmegen. Dermatologen en chirurgen in opleiding staan er in groepjes omheen. Ze dragen operatiekleding: blauwe jassen, mondkapjes. Ze oefenen vandaag een spataderoperatie.

Joop van der Straaten (68), gepensioneerd anatoom en nu conservator van het anatomisch museum van het Instituut, leidt rond. Verderop liggen alle lichamen en lichaamsdelen opgeslagen. Links een wand met vriezers, rechts een wand vol metalen bakken met lichamen in formalinebaden. Op sommige bakken staat wat erin zit: ‘hoofden’, ‘ruggen’. In de hoek liggen twee lichamen te ontdooien – „dat duurt wel drie dagen” – voor een operatieoefening later deze week.

Medische studenten kunnen geen arts worden als ze niet ooit een lichaam van binnen hebben gezien, zegt Van der Straaten. „Want anatomie kun je niet uit een boek leren met tweedimensionale plaatjes.” En als ze kiezen voor een vervolgopleiding waarbij ze moeten opereren, zoals chirurgie, gynaecologie, oogheelkunde, dan moeten ze operatietechnieken oefenen op lichamen van overleden mensen. „Lichaamsdonoren zijn voor studenten geneeskunde en artsen in opleiding van onschatbare waarde.”

Als een lichaam van een overledene in Nijmegen binnenkomt, beslissen anatomen of het wordt ingevroren of gebalsemd. Een lichaam met weinig operatieschade is geschikt om te worden ingevroren. Voor het de vrieskast in gaat, maken anatomen een opening in het schedelbot en verwijderen de hersenen. Die zijn bestemd voor het wetenschappelijk onderzoek aan het Universitair Medisch Centrum.

Daarna gaat het lichaam in een vrieskast van min veertig graden om zo snel mogelijk af te koelen zodat het ontbindingsproces stopt. Als het koud genoeg is, gaat het naar een vrieskast van min drieëntwintig.

De ingevroren lichamen zijn bedoeld om operaties op te oefenen. Die lijken in ontdooide staat het meest op lijven van levende mensen. Een buikoperatie oefenen artsen in opleiding op een heel lichaam. Voor een spatader- of een ooroperatie hebben zij slechts lichaamsdelen nodig.

Lichamen worden desgewenst in bevroren toestand in stukken gezaagd. Van der Straaten wijst naar de splinternieuwe lintzaag boven de metalen snijtafel in de betegelde hoek. Na een operatieoefening worden lichamen of lichaamsdelen opnieuw ingevroren. Een lichaam kan maximaal drie keer voor een operatieoefening worden gebruikt. Dan is het ontbindingsproces te ver gevorderd.

Lichaamsresten gaan in de kist die in het Anatomisch Instituut staat. Als die vol is, haalt een lijkwagen hem op en brengt hem naar het crematorium. Daar wordt hij verbrand. De as wordt uitgestrooid over de Noordzee.

Van de tachtig lichamen die jaarlijks in Nijmegen binnenkomen, worden er vijftig ingevroren en dertig gebalsemd. Als anatomen balsemen, laten ze tien liter formaline in de bloedbaan van een lichaam lopen. Via een slagader in het been. Daarna verdwijnt het negen maanden in een formalinebad – met twee tot drie lichamen in een bak. Formaline maakt eiwitten kapot en voorkomt dat een lichaam ontbindt.

Na deze behandeling kunnen lichamen eindeloos bewaard worden. Van der Straaten: „Doordat we de gebalsemde lichaamsdelen veelvuldig gebruiken, slijten ze. Daarom moeten delen soms vervangen worden.”

Anatomen prepareren de gebalsemde lichamen of lichaamsdelen. Ze openen een buik en zorgen dat alle organen zichtbaar worden. Of ze zorgen dat de zenuwen en pezen in een hand bloot komen te liggen. Van der Straaten wijst op een geprepareerde bil in zijn anatomisch museum. Studenten kunnen daaraan meteen zien waar ze een bilprik moeten zetten. „Niet op de plek waar die zenuw loopt.” De gebalsemde lichaamsdelen worden vooral gebruikt voor de lessen anatomie.

Sinds 2009 is er een monument bij het Instituut. Van der Straaten gaat voor naar een kapelachtige ruimte en wijst naar de marmeren snijtafel vanwaar een bronzen vuurvogel opvliegt. Het is een monument ter nagedachtenis aan iedereen die zijn lichaam ter beschikking stelde aan de medische wetenschap. Het symboliseert de dankbaarheid van anatomen. Het leert studenten dat zij hun anatomische kennis danken aan lichaamsdonoren.

Voor het monument staat een vaas vol geelrode rozen. Ernaast ligt een gedenkboek waar nabestaanden iets in kunnen schrijven. Er staat: ‘Lieverd, op de eerste verjaardag na je dood, kom ik je een bloemetje brengen…’ en ‘Het is al weer vijf jaar geleden, pa. Ik was in de buurt en ik dacht: ik kom je even de groetjes doen.’