Debutanten

Bart Temme schreef over de ‘ondergang’ van het literaire tijdschrift (Opinie, 28 juni). Volgens zijn onderzoek was slechts slechts 1,4 procent van de auteurs in ‘de grote vier’ literaire bladen (Hollands Maanblad, De Revisor, De Gids en Tirade) tussen 1999 en 2008 een tijdschriftdebutant. Wat mij verbaasde, was de conclusie die hij trok: de debuutfunctie van tijdschriften is verdwenen. Je zou ook kunnen zeggen: in tien jaar tijd weten er 52 debutanten tot een literair tijdschrift door te dringen. Dat zijn er vijf per jaar. Ik weet niet hoe de vergelijking met voorgaande periodes uitvalt, maar ik vind vijf goede debutanten per jaar veel. Het is een illusie te stellen dat op een schrijfbevolking van één miljoen mensen jaarlijks vijftig of honderd goede debutanten te vinden zijn, hoe graag hongerige schrijver-twintigers dat ook willen geloven.

Talent ‘maken’ is talent ontdekken, maar ook begeleiden, steunen (redactioneel en financieel), de ruimte voor publicatie bieden (ook na het debuut) en vervolgens: loslaten. Het lijkt me duidelijk dat dit alles voor het goede literaire tijdschrift nog steeds kan gelden. En ook ‘gearriveerde’ schrijvers kunnen nog ‘rijpen’. In de laatste editie van Hollands Maandblad was het weer genieten van de gedichten van Leo Vroman (1915).

Philip Huff

Schrijver en winnaar van de Hollands Maandblad Prozaprijs 2011