Debat EU-begroting wordt weer een veldslag

De Europese Commissie wil de begroting van de Europese Unie voor de periode 2014-2020 met 5 procent verhogen. Veel EU-landen zijn tegen. Ook het plan voor een EU- belasting is omstreden.

Europese landen willen dat Europa alsmaar meer uitgeeft, aan banktoezicht, gedupeerde komkommerkwekers en de nieuwe diplomatieke dienst. Tegelijkertijd eisen ze dat de Europese Unie, zoals zijzelf, in crisistijd bezuinigt. Toen de Europese Commissie gisteravond een voorstel deed voor de nieuwe Europese meerjarenbegroting voor 2014-2020, wist zij op voorhand dat het onmogelijk zou zijn iedereen tevreden te stellen.

Volgens het voorstel, waarover de 27 lidstaten en het Europees Parlement de komende anderhalf jaar moeten onderhandelen, stijgt de begroting met bijna 5 procent – naar 971,5 miljard euro. Tegelijkertijd moeten Europese landen dit niet in hun portemonnee voelen, want de Commissie wil nationale bijdragen aan Brussel beperken door eigen inkomsten te heffen.

Eén daarvan is een Europese belasting op financiële transacties. Landbouwuitgaven, de grootste uitgavenpost, worden bevroren. Hetzelfde geldt voor de kleinste uitgavenpost: administratie, waaronder salarissen voor ambtenaren. Er gaat meer geld naar onderzoek, innovatie, terreurbestrijding, migratie en energie. Deze accentverschuivingen staan hoog op het verlanglijstje van Nederland.

In een eerste reactie liet minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) weten: „Ik steun de introductie van Europese belastingen niet. […] Belastingen zijn een nationale competentie”. Staatssecretaris Ben Knapen (Europese Zaken, CDA) zei: „Ik lees erkenning voor de netto problematiek en het belang van een budget dat sterker is op innovatie, concurrentiekracht en veiligheid. We zijn er echter nog lang niet. Nederland wil substantieel lagere afdrachten en het EU-budget is te hoog.”

De meerjarenbegroting, altijd ongeveer 1 procent van het gezamenlijke bruto binnenlands product, legt tamelijk nauwkeurig vast waar de komende zeven jaar het Europese geld aan wordt uitgegeven en wat de voornaamste inkomstenbronnen zijn. Jaarlijkse begrotingen passen hierin. De Commissie maakt altijd het voorstel voor de meerjarenbegroting en geeft de richting aan – maar de beslissing ligt bij lidstaten en Europees Parlement.

Elke zeven jaar levert dit een veldslag op. Onderhandelingen zijn altijd, ook in tijden van voorspoed, moeizaam: elk land wil zo weinig mogelijk aan Europa uitgeven en zoveel mogelijk landbouwsubsidies, steun voor arme regio’s of andere projecten. Nu, in crisistijd, zullen deze gevechten zeker heftiger worden. „Het wordt een slagveld”, voorspelt een ambtenaar.

Noordelijke landen als Nederland hebben hebben geëist dat de begroting bevroren wordt. Ook willen zij dat Europa meer geld pompt in innovatie en high tech. Dat betekent dat de twee grootste traditionele kostenposten – landbouw en ‘cohesie’ ofwel hulp aan arme regio’s, samen goed voor 80 procent van de uitgaven – moeten inleveren. Maar in Frankrijk, de grootste ontvanger van landbouwsubsidies, heeft president Nicolas Sarkozy met „oorlog” gedreigd als ook maar „één euro” van het landbouwbudget wordt afgehaald.

Andere landbouwontvangers, zoals Roemenië, steunen hem. Landen die veel uit de cohesiepot krijgen, zoals Polen, hebben al laten weten dat snijden in het cohesiebudget voor hen onbespreekbaar is. Iedereen wil kortom bezuinigen, maar vindt dat anderen moeten inleveren.

Het is niet alleen de crisis die dit financiële dilemma aanscherpt. Een tweede factor is dat de EU afgelopen jaren voor zijn inkomsten steeds afhankelijker is geworden van nationale bijdragen – en dus van rijkere landen als Nederland en Duitsland, want nationale bijdragen worden gecalculeerd op basis van bruto nationaal inkomen.

De Europese begroting heeft twee bronnen van inkomsten: enerzijds nationale bijdragen, anderzijds eigen inkomsten zoals douanegelden, afdracht van nationaal geheven btw en belastingen van Europees functionarissen. De bedoeling was dat die eigen inkomsten zouden groeien, zodat de Europese begroting steeds minder beroep zou hoeven doen op nationale afdrachten. Zo zou ze minder speelbal worden van politieke veranderingen in de lidstaten.

Maar het omgekeerde is gebeurd: door decennialange liberalisering sloot Europa het ene vrijhandelsakkoord na het andere met derde landen. Douane-inkomsten dalen daardoor. Ruim 85 procent van de begroting komt nu van nationale afdrachten, schrijft de Commissie in de ontwerpbegroting. „Dit heeft een mentaliteit van ‘I want my money back’ in de hand gewerkt.”

Groot-Brittannië krijgt al sinds het tijdperk-Thatcher een rebate, een soort extra korting. Maar dat betekent dat andere landen relatief méér betalen. Zij protesteren. Nederland heeft al een korting op deze Britse korting. Daar betalen andere landen weer voor. Niemand wil zijn korting kwijt, en anderen eisen ook kortingen. De Commissie denkt dat financiële transactiebelasting en een nieuwe manier van btw-afdracht kunnen helpen uit deze situatie te komen; dit kan 60 miljard per jaar opleveren.

Velen denken dat de lidstaten geen transactiebelasting willen – sommige uit principe, andere omdat ze al bankbelasting hebben. Zij gebruiken de opbrengst voor hun eigen begroting en willen dat niet kwijt. „Zij zullen zeker in crisistijd zoveel mogelijk controle over hun eigen begroting willen houden”, zegt een diplomaat.