Botte vechter voor VS en NAVO

Robert Gates kan vandaag op zijn laatste werkdag als minister van Defensie van Amerika een vinkje zetten voor twee van zijn prioriteiten van de afgelopen vier jaar. Ja, hij heeft de Amerikaanse strijdkrachten aangespoord dat ze moeten aanpassen aan een veranderende wereld. En ja, hij heeft Europa ingepeperd dat Amerika het zat is om telkens de kar te moeten trekken in het trans-Atlantisch bondgenootschap.

Toen Gates eind 2006 de haastig afgetreden Donald Rumsfeld opvolgde, sprak hij zijn Europese defensiecollega’s al snel aan op hun verantwoordelijkheid. Ze moesten als NAVO-landen meedoen aan de troepenuitbreiding in Afghanistan. De strijd tegen Al-Qaeda en de Talibaan was immers ook in hun belang.

Herhaaldelijk sprak Gates zijn zorgen uit over de slagkracht van de NAVO. Niet omdat hij geen waarde hechtte aan het bondgenootschap, in tegendeel. Als plaatsvervangend directeur van de CIA in de laatste jaren van de Koude Oorlog zag Gates het belang van de samenwerking met bevriende landen in Europa. Maar dan moet wel iedereen meedoen.

Gates ergerde zich aan verdeeldheid in Europa over het leveren van militairen en materieel aan NAVO-missies. Meeliften op landen die wel een grote bijdrage maakten, dat maakte hem kwaad.

De bombardementen in Libië bevestigden de eerder uitgesproken vrees van Gates dat de NAVO zou uiteenvallen in twee groepen: landen die meedoen aan missies en landen die thuis blijven. Begin deze maand bekritiseerde Gates in Brussel de achterblijvers bij naam. Ook Nederland moet een grotere bijdrage leveren aan de missie in Libië, zei Gates.

Bot, oordeelden de defensieministers in Europa over deze afscheidsboodschap van Gates, die inderdaad bekend staat als rechtdoorzee. Eerlijk, zo kan het ook worden uitgelegd. Want de 67-jarige Gates, die als Republikein diende onder een Republikeinse president (Bush junior) en een Democraat (Obama), lijkt zijn laatste maanden als minister te hebben willen gebruiken om nog één keer duidelijk te maken dat Amerika niet langer de politieagent van de wereld kan zijn.

Amerika kan en wil niet langer driekwart van de rekening betalen van de NAVO. Nog steeds zal het land militairen naar het buitenland uitzenden, maar alleen bij hoge uitzondering. En dan in een eerlijke verhouding met de bondgenoten. Een beleidslijn die Gates’ opvolger Leon Panetta waarschijnlijk zal voortzetten. Die boodschap is ook gericht aan het eigen Amerikaanse leger. Gisteren bleek uit een onafhankelijke studie dat de Amerikaanse aanwezigheid in Irak, Afghanistan en Pakistan de afgelopen tien jaar zo’n 4.000 miljard dollar heeft gekost. De overheid moet bezuinigen en het leger is niet heilig.

Liever dan het toepassen van de kaasschaaf, heeft Gates duidelijke keuzes willen maken. Hij beoogde een kleiner, maar niet minder daadkrachtig leger. In plaats van grote troepenmachten in te zetten tegen een vaak ongrijpbare vijand, zou het leger speciale eenheden moeten opleiden voor het jagen op specifieke doelwitten, zoals in mei gebeurde met Osama bin Laden in Pakistan.

Ykje Vriesinga