2011: Holland Festival sterk maar veilig

In het charmante kameroperaatje The Cricket Recovers van Richard Ayres is een krekel depressief. Een olifant probeert vergeefs in een boom te klimmen. In tijden van bezuinigingen is het moeilijk allegorieën niet op de actualiteit te betrekken. De Nederlandse festivals mogen zich immers best een beetje een krekel voelen. De olifant is dan het Holland Festival, dat als internationaal topfestival wél zijn subsidie behoudt. Lukt het ze in die boom te klimmen?

Muzikaal was deze festivaleditie er een van negens. Niks ergers dan zij (docenten) die uit principe geen tienen geven („voor pubers is excellentie per definitie uitgesloten”). Maar de tien voor beste muziektheatervoorstelling van juni ging naar de Brusselse Muntopera: Les Huguenots van Meyerbeer bood daar precies de mix van spektakel en avontuur die het Holland Festival ook voorstaat.

In Amsterdam was het aanbod sterk en prikkelend, maar zonder echte verrassingen. Neem Jevgeni Onegin. Goed dat artistiek leider Pierre Audi de booming operaregisseur Stefan Herheim had gestrikt, geweldig dat Mariss Jansons als chef-dirigigent van het Concertgebouworkest eindelijk weer een opera dirigeerde. Maar was het de Jevgeni waar iedereen naar had uitgezien? Dat toch niet. De regie prikkelde tot discussie en het orkest realiseerde prachtmomenten. Maar een onvergetelijke productie, zoals Lady Macbeth van Mtsensk met Jansons en sopraan Eva-Maria Westbroek in het Holland Festival van 2006, vereist meer. In de titelrol de verrassing van een hier nog onbekende, betoverende Russische bariton bijvoorbeeld, in plaats van de veilige, wat koele veteraan Bo Skovhus (49).

Componist Wolfgang Rihm vatte de essentie van kunst eens samen als Ortlosigkeit. Dat je door de kunst wordt losgeweekt van wie je en waar je bent. Met Dionysos was er hier eindelijk eens een opera van Rihm – een van de belangrijkste levende componisten – te zien. Daarop was (te) lang gewacht, maar Dionysos bood in alles wel de quintessential Rihm: bedwelmend, theatraal, eclectisch en complex muziektheater. Een echte festivalproductie, daar deden de gesignaleerde reserves niet aan af.

Een festival moet niet vernieuwend pur sang willen zijn. Je wilt er ook horen wat anders niet snel zou klinken, zoals het Xenakis-retrospectief, en Reinbert de Leeuws Satie-vertolkingen. Maar de muzikale buzz kwam nu exclusief uit de niet-klassieke hoek: de musical Fela in Carré, het unieke optreden van Fairouz.

En de briljante uitvoering van The Rape of Lucretia dan, of The Cricket Recovers? Die gingen allebei al eerder op het festival in Aldeburgh. Rihms Dionysos ging vorig jaar in Salzburg. De werken van Adès: geen premières.

Je kunt het festival of artistiek leider Pierre Audi niet verwijten dat ze op safe spelen, want Dionysos en Polaris van Adès waren ten tijde van programmeren nog niet in première gegaan. Maar voor de festivalallure zouden enkele écht nieuwe opera’s, zangers of composities goed zijn.