Wat kan je nu nog eten op het Offerfeest?

Hadden ze maar een lobby zoals de joden. Maar Nederlandse moslims vormen geen eenheid. Nu wordt ritueel slachten verboden. En straks de besnijdenis van jongens?

Een groep moslims, liefst in djellaba gekleed, die met een kudde schapen over de Dam in Amsterdam paradeert. Of met een paar koeien. Of die ostentatief met koffers naar Schiphol gaat.

Het zijn wilde plannen, verzonnen door (jonge) leden van de Landelijke Commissie Moslimorganisaties, Moskeeën en Imams (LCMM&I). Waarom? Gewoon, om een daad te stellen. Ze voelen zich ten diepste gekrenkt, genegeerd, niet serieus genomen. Wat ze nooit hadden verwacht, dreigt werkelijkheid te worden: een verbod op de halalslacht in Nederland. Gisteren stemde de Tweede Kamer in met het wetsvoorstel daartoe van de Partij voor de Dieren. Slechts dertig Kamerleden stemden tegen.

Het zijn gekke plannen. Als moslims met een schaap op de Dam gaan staan, zullen ze aandacht krijgen. Maar het is te laat. De afgelopen twee maanden is pas het gevoel van urgentie ontstaan, zegt Mohamed Ben Hammouch, woordvoerder van de LCMM&I en bestuurder van moskee El Islam in de Haagse Schilderswijk. Hij bemoeide zich intensief met het protest tegen het slachtverbod. „Maar we zijn naïef geweest. We verwachtten rugdekking van de politieke partijen, maar die kwam niet.”

Nu komen de vragen van moskeegangers, zegt Ben Hammouch. ‘Hoe moet dat met het Offerfeest? Bij een trouwfeest? Een geboortefeest?’ „Bij islamitische feesten hoort vlees. Bij het dagelijks leven ook trouwens. En voor de meeste moslims is verdoofd geslacht vlees niet halal. Het is ondenkbaar dat ze dat kunnen eten.”

Is iedereen wakker geworden? Dat is nu juist het probleem, zegt Mohamed Boukari van het actiecomité Stop verbod halal slachten. Hij volgt de lerarenopleiding en werkt daarnaast als beveiliger. De afgelopen maanden is hij vrijwel non-stop bezig geweest het protest te organiseren. Langzaam bekroop hem het gevoel dat hij met een handvol actievelingen aan een dood paard trok. Hij spreekt op persoonlijke titel, niet namens het comité. „Het leek wel alsof het de meeste moslims niet interesseerde”, zegt hij. „Ze sliepen.”

De moslims zijn geen eenheid, zegt Hendrik Jan Bakker van de Groene Moslims, een organisatie die biologisch halalvlees promoot. „Er zijn verschillende etnische groepen, Turken, Marokkanen, Somaliërs, van alles. En daarbinnen zijn weer verschillende stromingen. Probeer dan maar eens een vuist te maken. Uiteindelijk gebeurde er wel iets, maar veel te laat. De kwestie speelt al sinds januari. Bovendien zijn de organisatoren mensen die dat naast hun studie of baan doen. Dan kan je het bijna niet professioneel aanpakken.”

Boukari: „Er is een gezegde: we zijn het eens dat we het niet eens zijn. Wij moslims wonen al zo’n zestig jaar in dit land. We tellen de derde generatie. Als we anno 2011 niet in staat zijn een keihard tegengeluid te laten horen, dan is dat triest.” Vooral, zegt hij, omdat de moslims een factor van betekenis zouden zijn, als ze zouden samenwerken. „We zijn met een miljoen. Stel, we hadden gezegd: een partij die het wetsvoorstel steunt, boycotten we bij de volgende verkiezingen. Dan hadden de politici zich nog een keer achter de oren gekrabd.”

Met een zekere jaloezie keken de actieve moslims de afgelopen maanden naar de joden. Terwijl Ben Hammouch druk bezig was om de vier grote Haagse moskeeën zover te krijgen een gezamenlijk standpunt te formuleren, bleek de joodse lobby een geoliede machine. Zes rabbijnen belegden in april een persconferentie op Schiphol.

Dat kunnen imams toch ook? Boukari schiet in de lach. Hij hoopt dat hij het nog mag meemaken.

Hoe dan ook, het lijkt erop dat de joden met hun krachtige lobby een verbod op de rituele slacht niet hebben kunnen tegenhouden. „Ze zijn het slachtoffer geworden van de anti-islamstemming in Nederland en van onze ongeorganiseerdheid”, zegt Boukari. „Als alleen de joden hun dieren ritueel zouden slachten, was het wetsvoorstel er nooit gekomen.”

Ibrahim Wijbenga, gemeenteraadslid voor het CDA in Eindhoven en jongerenwerker, hoopt dat de moslimgemeenschap van de joden leert. „We nemen hun aanpak als blauwdruk over. De volgende keer pakken wij het ook zo aan.”

De volgende keer?

Dat is de vrees. „Als halalslacht wordt verboden, is jongensbesnijdenis wellicht het volgende onderwerp”, zegt Ben Hammouch. „Of het dragen van een hoofddoek in de publieke ruimte”, oppert Boukari. „Of een moskeeverbod.” Ze staan nergens meer van te kijken, zeggen ze.

Intussen geven ze niet op. De Eerste Kamer moet nog akkoord gaan met het verbod op onverdoofd ritueel slachten. Daar liggen kansen. Ben Hammouch: „Jonge moslims staan op en verenigen zich. Misschien was dit toch ergens goed voor.”

Over één ding zijn de moslims het eens, zegt Boukari. „Het land waar ze geboren werden, waar ze opgroeiden, studeerden, dat land voelde nog nooit zo onaangenaam.”