'Voor musical kon ik opeens met pathos gaan werken'

De cabaretier Thomas van Luyn regisseert een vernieuwde versie van de musical De Engel van Amsterdam „Wat er gedateerd aan was? Alles!”

Een cabaretier regisseert een musical – die combinatie is niet gebruikelijk. Toch snapt Thomas van Luyn wel waarom M-Lab hem vroeg een nieuwe versie van de musical De Engel van Amsterdam uit 1975 te regisseren, als sluitstuk van het festival 50 Jaar Musical in Nederland. „Natuurlijk heb ik eerst gevraagd hoe veel mensen er al vóór mij waren gebeld”, grijnst hij. „Maar ik kreeg te horen dat ik bovenaan de lijst stond. Ze zochten een cabaretier die ook kon schrijven omdat het script bewerkt moest worden. Bovendien kwamen de Nederlandse musicals van de jaren zeventig vooral voort uit cabaret. Het moest dus iemand zijn die satire in zijn bagage heeft, wat goed bij mijn Kopspijkers-verleden past. En ik hou van musicals; vooral de kleinere, waarin vlak voor je neus wordt gespeeld en gezongen.”

De Engel van Amsterdam werd geschreven door Lennaert Nijgh (tekst) en Joop Stokkermans (muziek) ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan van Amsterdam. Nijgh combineerde elementen uit de Vondel-klassieker Gijsbreght van Aemstel met kwesties die toen actueel waren, zoals de kaalslag in de binnenstad, de vrouwenemancipatie, de opstand der linkse jongeren en de toestroom van gastarbeiders. Jasperina de Jong vormde het oog- en oorstrelende middelpunt als de engel Rafaël die de gemoederen in de stad tot bedaren moet brengen, maar vergeten is wat haar goddelijke boodschap ook weer was. „Als dit geen verdiend en daverend succes wordt, weet ik het niet meer”, schreef de recensent van NRC Handelsblad. In de nieuwe versie speelt Suzan Seegers de titelrol.

Van Luyn kende de musical niet. „Ik heb ja gezegd tegen de naam Joop Stokkermans, want ik ken zo goed als alle liedjes uit mijn hoofd van de tv-serie Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?, die hij in diezelfde tijd schreef. Daar kan ik me geen buil aan vallen, dacht ik. Ik hoor ook loopjes uit Hamelen in deze muziek.”

Intussen heeft Van Luyn diverse zangnummers geschrapt – van de 32! – omdat ze niet in zijn herschreven script pasten. Eén daarvan was het opzwepend bedoelde Vrouwen, vrouwen, vrouwen (voorwaarts in de strijd), het enige lied dat ook buiten de musical enige bekendheid kreeg, in een carnavalsversie van Ria Valk. „Ja, ik heb de grootste hit eruit gegooid. Maar wat moest ik nu nog met zo’n vrouwenemancipatienummer? En ik vond het ook nogal flauw om het om te draaien en er een mannennummer van te maken. Dat zou óók nergens op slaan. Dus heb ik het eruit gehaald; er bleef nog genoeg over”.

„Wat er verder gedateerd aan was? Alles! De musical gaf een verklaring waarom Amsterdam zo succesvol was geworden. Dat kwam allemaal door de tolerantie. Het was een nogal zelfgenoegzame boodschap, eigenlijk. Maar nu weten we dat tolerantie voornamelijk betekende: bemoei je met je eigen zaken. Dat werkt wel, maar er ontstaat een probleem zodra er moralisten en idealisten aan te pas komen. En leiders zijn tegenwoordig geen vaders meer, maar zonen – weifelend, twijfelend. Ik heb hier en daar de generaties omgedraaid: linkse vaders met rechtse zonen. Ook is nu niemand meer bang voor de kerk. Bisschop Gozewijn krijgt bij ons hooguit een paar pedograppen naar zijn hoofd geslingerd. Verder komen zulke massale demonstraties tegen sloop, zoals in de tijd van de metroaanleg, ook niet meer voor. Bij ons staan er nog maar twee, drie mensen te demonsteren. Nee, ik kon die metro niet zomaar veranderen in de Noord/Zuidlijn – die is van een geheel andere orde.”

De casting verraste hem: „Ik wist eerlijk gezegd niet dat het niveau van de huidige musicalgeneratie zo hoog lag. Ook bij mij leefde de perceptie dat het allemaal Andrew Lloyd Webber-galmers waren. Maar er wordt veel beter geacteerd dan ik dacht. En bovendien wordt er voortreffelijk gezongen. Joop Stokkermans schreef graag een stukje Bach. Als ik dat door deze mensen hoor zingen, schiet ik vol. Omdat het zo goed is.”

Door agendaperikelen had Van Luyn slechts twee weken om zijn eerste musicalscript te schrijven. Maar de ervaring beviel hem. „Het is heel ambachtelijk werk. In een cabaretvoorstelling kun je elke situatie oplossen door een liedje of een sketchje in te voegen. Bij een musical niet. Het moet altijd kloppen. Maar het is wel heel leuk om voor anderen te schrijven. Ik kon opeens met pathos werken, met emoties die niet erg passen bij wat ik verder als cabaretier doe. Dus op de vraag of ik ooit nóg eens een script zou willen schrijven, zeg ik: wie weet.”

De Engel van Amsterdam: 29/6 t/m 4/7. Inl. m-lab.nl