Vervoersbedrijven kunnen problemen ov-chipkaart niet oplossen door onderling wantrouwen

OV-chipkaartpoortjes op het station in Leiden. Foto NRC Handelsblad / Rien Zilvold

De vervoersbedrijven op het spoor slagen er niet in problemen met de ov-chipkaart op te lossen omdat er onderling veel wantrouwen heerst. Ook speelt mee dat de financiële gevolgen bij de reiziger liggen en niet bij de bedrijven. Dat blijkt uit een onderzoek van de commisie-Meijdam dat morgen aan minister Schultz (Infrastructuur, VVD) wordt gepresenteerd.

Volgens Meijdam moet er één ov-autoriteit komen die bij conflicten tussen vervoerders de knoop doorhakt. Daarin zitten de vervoerders en de provincies die de vergunning verlenen, maar de doorslaggevende stem komt van een onafhankelijk voorzitter, benoemd door het kabinet. “Er is nu nergens een plek waar besluiten worden genomen”, zegt voorzitter Henry Meijdam. “Het kost allemaal onnodig veel tijd en moeite, eindigt soms in een impasse.” De kaart belooft reizigers gemak, maar dat wordt niet waargemaakt, aldus het rapport.

De verplichte invoering van de ov- chipkaart ligt politiek en maatschappelijk gevoelig. De afgelopen acht maanden debatteerde de Tweede Kamer er acht keer over. De ov-chipkaart wordt nog dit jaar in heel Nederland verplicht gesteld voor bus-, tram- en metroreizigers. Eind 2012 wil ook de NS overstappen van het papieren kaartje op de chipkaart.

De ov-chipkaart wordt nu beheerd door Trans Link Systems (TLS), waarin NS en de gemeentelijke vervoersbedrijven HTM, GVB en RET samenwerken. Maar TLS wekt veel wantrouwen bij vervoerders omdat NS bijna 70 procent van de aandelen heeft. De vervoerders vertrouwen er niet op dat er ordelijk met hun gegevens wordt omgegaan.

Meijdam biedt in zijn rapport ook oplossingen voor twee problemen met de chipkaart. Alle vervoerders hebben eigen in- en uitcheckpalen, zodat reizigers die overstappen van een NS-trein op een regionale vervoerder meerdere keren moeten in- en uitchecken. In de praktijk levert dat vaak problemen op: reizigers vergeten het of ze komen aan op een perron waar de verkeerde palen staan. De financiële gevolgen zijn dan voor hen. Ook betalen reizigers die overstappen nu twee keer het zogenoemde opstaptarief, een basisbedrag van tachtig cent.

Beide problemen kunnen binnen twee tot drie jaar technisch worden opgelost, voor het dubbele opstaptarief is binnen een jaar al een tijdelijke oplossing mogelijk. De kosten, vijftig miljoen euro, kunnen worden terugverdiend door alle treinreizen drie eurocent duurder te maken. Totdat de problemen zijn opgelost, zou het papieren kaartje gehandhaafd moeten blijven, schrijft Meijdam.

Dit bericht werd geschreven door parlementair redacteur Oscar Vermeer van NRC Handelsblad