Van ordebewakers tot boeventuig

Kunduz, waar Nederlandse politietrainers binnenkort aan de slag gaan, wordt geplaagd door criminele bendes.

Deze arbiki’s zijn vaak veel sterker dan de lokale politie.

Directeur Hamidullah van een meisjesschool in Kunduz werd begin deze maand bewusteloos gevonden in zijn schoolgebouw. Een maffioos opererende gewapende bende – een arbiki – vond het tijd hem te straffen, vertelt een lokale journalist. Hamidullah, die al jaren meisjes lesgeeft in Kanam, een dorp aan de noordkant van de stad Kunduz, weigerde namelijk usher te betalen, een van oorsprong islamitische belasting die nu door arbiki’s opgeëist wordt.

Met dertig man slaagde de arbiki die het op hem voorzien had, erin het hele dorp urenlang af te sluiten. Terwijl buren de man naar het ziekenhuis droegen, greep de reguliere politie, tot walging van de inwoners van Kanam, niet in. De blauwe uniformen durfden het dorp niet in. Het schooltje ging dagen later weer open, de daders lopen nog vrij rond.

Steeds meer Afghanen in Kunduz maken zich zorgen over de opkomst van de arbiki’s, die snel machtiger worden in het gebied. Bij het inbelprogramma van de radio in Kabul klagen mensen uit Kunduz steevast over de opkomst van de bendes. Eerder dit jaar trokken 150 Afghanen uit de provincie naar de Afghaanse president Hamid Karzai om aandacht te vragen voor het probleem.

Asadaullah Omar Khel, het hoofd van de zogenaamde Peace Council van Kunduz die de strijdende groepen bij elkaar moet brengen, luidt de noodklok. De plaag van de arbiki’s loopt uit de hand, zegt hij. „De politie heeft niks meer over hen te zeggen”, legt hij uit. „Mannen die vrede willen en strijdgroepen zoals de Talibaan hebben verlaten, worden door deze bendes opgejaagd.” Zo werden onlangs twee voormalige Talibaan-strijders, die kwetsbaar zijn omdat ze nergens meer bijhoren, vermoord, zegt hij. Ook is er een verkrachtingszaak aan het licht gekomen waar de politie tot nog toe weinig aan doet.

Said Akim, een van de mannen die bij de Talibaan vochten en zich nu bij de lokale overheid hebben gevoegd, maakt de dreiging van de arbiki’s dagelijks mee. „Ik ben nu weg bij de Talibaan maar ik kan nauwelijks reizen, overal kom ik arbiki’s tegen die me zeggen: als ik je nog een keer zie vermoord ik je.” Bij de politie klopt hij niet aan. „Dat heeft niet zoveel zin.” Said Akim vertrouwt er niet op dat de politie sterk genoeg is om op te treden.

Inmiddels weten de arbiki’s in aantal steeds beter te concurreren met de zogenoemde National Police. Er zijn ongeveer 1.500 agenten in Kunduz, het aantal arbiki’s loopt op tot wel 2.000, volgens schattingen. „Elk dorp heeft een groep mensen die de handhaving van de orde probeert over te nemen”, zegt een lokale journalist.

Het is niet zo gek dat er veel van deze gewapende groepen rondstruinen in Kunduz. Vorig jaar nog kregen ze alle ruimte. Uit gebrek aan reguliere politie en leger werden ze door de lokale overheid en de Amerikanen in de arm genomen om de Talibaan te bevechten. Vervolgens kregen ze ook nog een zakcentje betaald door de lokale geheime dienst. Maar nu worden deze groepen geacht te integreren in het politieapparaat en is de financiering gestopt. Sinds de Talibaan en andere verzetsgroepen door omvangrijke militaire acties van de Verenigde Staten zijn uitgeschakeld, gaan de arbiki’s meer en meer hun eigen gang.

De Nederlandse politietrainers die hier half augustus beginnen, krijgen ook te maken met arbiki’s. Eerst waren de bendes vooral actief in verre districten, nu weten ze ook het centrum van de stad Kunduz te bereiken, waar de trainers hun werk beginnen.

De onlangs aangestelde politiecommandant Samiullah Qatra, die de belangrijkste contactpersoon van de Nederlanders wordt, lijkt geen baken te zijn in de strijd tegen arbiki’s. Hij geldt als zwakker dan zijn vermoorde voorganger Abdul Rachmam Said Khel, die met ijzeren vuist optrad tegen ongehoorzame groepen.

Volgens een vooraanstaande ex-parlementariër uit Kunduz, Moeen Marastial, komt Nederland terecht in een gebied waar de arbiki’s de toch al gaande etnische strijd nog verhevigen. „Iedere groep heeft zijn eigen mannen met wapens. Onderling is er rivaliteit die met moord en doodslag wordt uitgevochten. Daar komt geen politie bij kijken.”

Omar Khel van de Peace Council hoopt dat de Nederlandse trainers verandering kunnen brengen. „Alle beetjes helpen. Zij moeten vooral de politiecommandant aansporen op te treden tegen deze bendes.”

Haiatullah Amiri, de vertegenwoordiger van de Afghaanse mensenrechtencommissie in Kunduz, kreeg de afgelopen twee maanden tien klachten van mishandeling door arbiki’s binnen. Hij hoopt dat de Nederlanders „hard hun best gaan doen met het trainen”. Maar, zegt hij: „Voordat ze dat goed kunnen doen moeten ze samen met de politie deze groepen hun wapens afnemen, anders wordt het niks. Arbiki’s zijn niet geschoold, hebben onderlinge rivaliteit en dat gaat alleen maar meer onrust veroorzaken.”