Uit de brief van Mauro

„Geachte heer Leers,

Mijn naam is Mauro Manuel. Ik ben achttien jaar oud en ik woon al acht jaar in een pleeggezin. [...] U heeft de afgelopen dagen denk ik wel al over mijn zaak gehoord omdat zoveel mensen net als ik geschrokken zijn dat ik weg moet. Ik dacht dat het wel netjes was als ik dan ook even zelf aan u zou schrijven.”

„Ik kan het mij niet voorstellen dat ik terug zou gaan naar Angola, een land dat voor mij heel vreemd is. Ik heb altijd gevreesd voor de dag dat ik definitief terug zou moeten. Die dag is de afgelopen week gekomen. Ik kreeg op maandag 20 juni van mijn pleegouders te horen dat er geen toekomst meer is voor mij in Nederland. Ik had die dag examen en kreeg het te horen toen ik van school kwam. De tijd stond even stil. [...] Mijn hart begon steeds harder te kloppen. Ik was altijd al zo bang voor deze dag. Ik heb de hele avond alleen maar gehuild. [...] Ik heb de afgelopen donderdag moeten tekenen voor vrijwillige terugkeer naar Angola. Het is heel verschrikkelijk om op papier te tekenen dat je binnen dertig dagen het land moet verlaten.”

„Ik zou u, meneer Leers, willen vragen of u toch nog een keer goed zou willen nadenken over mijn zaak. [...] Ik vraag u of ik toch mag blijven, of u een uitzondering wil maken op de regels.

Hoogachtend, Mauro Manuel”