Opdracht Venizelos lijkt onmogelijk

De nieuwe Griekse minister van Financiën Evangelos Venizelos heeft weinig financiële expertise, maar veel politieke ervaring. Die heeft hij nodig om het parlement te overtuigen.

Denkt Evangelos Venizelos, de nieuwe Griekse minister van Financiën, dat de internationale geldschieters er iets om geven of het Griekse belastingsysteem eerlijk is? Het antwoord dat Venizelos in het Griekse parlement gaf, kort na zijn eerste ontmoeting met zijn Europese collega’s en het IMF, was kort: „Nee. Dat kan ze niets schelen.”

De belastingmaatregelen zijn geboren uit pure nood, zei de oud-minister van Defensie. Hij deed geen moeite zijn voorganger Papakonstantinou, die de maatregelen nam, in bescherming te nemen. Als de crisis overwonnen is, kan worden begonnen met het ontwerp van een modern en sociaal systeem, zei hij.

Het was typisch Venizelos: recht voor zijn raap. Niet verhullend dat hij zelf ook bedenkingen heeft bij de zwaardere belastingen voor de gewone man en de gevolgen voor de economie. Maar zonder af te wijken van de afgesproken koers. Het bezuinigings- en privatiseringspakket van de regering-Papandreou wordt niet veranderd. Hooguit zet Venizelos zich ervoor in om tijdens de bezuinigingen ook maatregelen te nemen om de economie te kunnen stimuleren. Dat is in essentie gelijk aan waar de grootste oppositiepartij in Griekenland voor pleit.

Venizelos moet de parlementariërs overreden vandaag te stemmen voor 28 miljard euro aan bezuinigingen en 50 miljard aan privatiseringen en morgen voor het pakket wetten waarmee dit wordt uitgevoerd. Het zijn omstreden maatregelen waarvan allerminst vaststaat dat ze het land economisch op de been zullen helpen. Ze zijn nodig om internationale geldschieters te overtuigen dat de Grieken alles op alles zetten.

Venizelos (54) heeft kwaliteiten die in Griekenland tellen. Hij staat bekend als een briljant jurist, gespecialiseerd in constituties. Hij heeft goede contacten via familie, binnen zijn partij Pasok en met de Griekse media. En hij is welbespraakt.

Hij heeft in Parijs gestudeerd en was tien jaar docent aan de universiteit van Thessaloniki. Zijn politieke carrière begon achttien jaar geleden nadat hij Andreas Papandreou, de vader van de huidige premier, als advocaat had geholpen toen die werd beschuldigd van corruptie. Hij heeft weinig financiële expertise maar kan bogen op brede politieke ervaring, waaronder als minister van Justitie. Ook speelde hij een belangrijke rol in de voorbereidingen voor de Olympische Spelen van 2004.

Hij is het type politicus dat zo ervaren en zelfverzekerd is dat hij vrijuit spreekt. Soms met scherpe uitspraken en grove grappen die vaak goed vallen bij het thuispubliek. Tijdens zijn eerste ontmoeting met ministers van Financiën in Luxemburg vorige week zondag en maandag maakte hij naar verluidt echter geen indruk. Volgens dagblad Financial Times had Venizelos de stemming onder de Europeanen volledig verkeerd ingeschat. Hij probeerde nog eens over de bezuinigingen te heronderhandelen, terwijl dat volgens de EU-ministers een gepasseerd station is.

Venizelos was niet de eerste keus van Papandreou. Die probeerde eerst een ervaren en internationaal gerenommeerd financieel specialist aan te trekken. Zijn benoeming is een gewaagde zet; de twee zijn directe concurrenten. Vier jaar geleden deed Venizelos een gooi naar het partijleiderschap. Hij verloor ruim van Papandreou, maar werd en wordt gezien als een serieuze concurrent.

Papandreou en Venizelos gelden in veel opzichten als tegenpolen. De premier wordt vaak omschreven als een beetje saai en braaf. Er worden grapjes gemaakt over de ijzeren discipline waarmee hij sport, het belang dat hij hecht aan de mening van zijn moeder en de aarzelende manier waarop hij Grieks spreekt. In het Engels komt Papandreou veel zelfverzekerder over.

Venizelos is Griekser dan Grieks. Vroeger een knappe charmeur, goed van de tongriem gesneden en inmiddels zeer ervaren in het binnenlandse politieke spel en in de omgang met de machtige vakbonden, wat van pas kan komen bij het hervormen van de belastingdienst. Meer dan Papandreou geldt hij als iemand die de kloof tussen de oudere socialisten en de moderne managers in de partij kan overbruggen.

Papandreou probeert zijn critici te ontwapenen door ze aan zich te binden en medeverantwoordelijk te maken. Mogelijk is dat een briljante politieke zet. Venizelos werkt op het ministerie samen met de nieuwe staatssecretaris Pantelis Ekonomou, die zich heeft uitgesproken tegen het eerste Memorandum met het IMF, de EU en de ECB.

Venizelos moet doen wat onmogelijk lijkt. Behalve een zo groot mogelijke meerderheid in het parlement vinden moet hij ook het vertrouwen van de Grieken winnen, en daarmee hun bereidheid grotere offers te brengen. Alleen met dat laatste zou hij zich echt onderscheiden.