Nederland moet een bestand in Libië bepleiten

In Libië zijn al twintigduizend doden gevallen, mede doordat de NAVO-interventie indirect de burgeroorlog verlengde. Hoeveel meer moeten dat er nog worden? Het Westen misbruikt VN-resolutie 1973, door partij te worden in de burgeroorlog, ja, eraan mee te doen als luchtmacht van de rebellen, en door hun eis van regime change over te nemen, in strijd met 1973. Het verzoek om aanhouding van Gaddafi door het internationaal strafhof (ICC) is op zichzelf positief. De haast om dat al tijdens de burgeroorlog uit te spreken, is vreemd. Een dictator als Gaddafi geen andere uitweg geven dan zich „dood te vechten”, is onverstandig in de optiek van vrede. Het kan zelfs leiden tot een drama, zoals in 2003, na de westerse oorlog tegen de eveneens onsympathieke en bluffende Saddam Hoessein. Burgers zijn dan altijd het slachtoffer.

‘Partij worden’ in een conflict is polemologisch een doodzonde. Laat het Westen zich om verder bloedvergieten te voorkomen richten op een bestand – met uitzicht op onderhandelen, ook al leidt dat tot een tweedeling van het land. De Afrikaanse Unie en de Arabische Liga willen het en Italië, ex-kolonisator en kenner van de stammensituatie van Libië, ook. Ook de Veiligheidsraad eiste het in maart. Als de NAVO dat niet wil, is zij een oorlogspartij. Laat Nederland zich sterk maken voor een bestand.

Dr. Hans Feddema

Antropoloog en publicist te Leiden