Machtige vrouwen regeren mannenland

Het vrouwvijandige India telt sinds kort vier deelstaten die geleid worden door vrouwen. Aan ‘stree raj’, een bewind van vrouwen, is India niet toe, maar zij spreken nu wel mee.

In Indore, een stad in de Indiase deelstaat Madhy Pradesh, worden jaarlijks honderden jonge meisjes operatief veranderd in jongens. Volgens de artsen in deze week in The Hindustan Times gaat het om correctieve behandelingen bij jongetjes wier uiterlijke geslachtskenmerken niet ontwikkeld zijn. Maar vermoed wordt dat de ingrepen vooral om sociale redenen worden verricht: ouders hebben liever een jongen dan een meisje.

Het past in het beeld van India als mannenmaatschappij. Abortus van vrouwelijke foetussen en infanticide onder meisjes zijn veel voorkomende verschijnselen. Uit de recent gehouden volkstelling blijkt dat tegenover elke duizend jongens (t/m 6 jaar) slechts 914 meisjes staan, het laagste aantal sinds de onafhankelijkheid in 1947. Jaarlijks ‘verdwijnen’ een half miljoen tot 700.000 meisjes.

Maar in de Indiase politiek laten vrouwen zich niet het zwijgen opleggen. Vrouwen maken zich op een grotere rol te spelen in de democratische organen. Vier decennia geleden was premier Indira Gandhi als vrouw de uitzondering die de regel bevestigde. Nu bezetten vrouwen 11 procent van de zetels in het nationale parlement, het hoogste percentage ooit. Vorige jaar stemde het Hogerhuis in met het wetsontwerp om voortaan eenderde van het aantal zetels in Delhi en de deelstaten te reserveren voor vrouwen. Nu wil de (vrouwelijke) parlementsvoorzitter Meira Kumar het wetsontwerp agenderen in het Lagerhuis. Daar bestaat – om uiteenlopende opportunistische redenen – nog fel verzet bij sommige partijen. Dat de wet er uiteindelijk komt, lijkt evenwel zeker.

Er zijn meer tekenen die, optimistisch geredeneerd, duiden op een opmars van vrouwen. De president van India is een vrouw. Maar haar functie is ceremonieel. Dat geldt zeker niet voor de vrouwen die momenteel al strijden in de politieke arena. Na recente verkiezingen in West-Bengalen en Tamil Nadu geven vrouwen nu politieke leiding in vier deelstaten, bijna eenderde van de totale Indiase bevolking (1,2 miljard zielen).

Sheila Dikshit (73) is al vanaf 1998 premier van de hoofdstedelijke regio Delhi (16,7 miljoen inwoners). In Uttar Pradesh, de grootste deelstaat met bijna 200 miljoen inwoners, heerst sinds vier jaar Mayawati, zelfbenoemd leider van de dalits (kastenlozen).

Afgelopen maand zijn daar twee sterke vrouwen bijgekomen. In West-Bengalen (92 miljoen inwoners) maakte premier Mamata Banerjee eigenhandig een einde aan 34 jaar regeringsmacht van de communisten. In Tamil Nadu ( 72 miljoen inwoners) vierde oud-filmster Jayalalithaa een glorieuze come back.

Hun afkomst en politieke oriëntatie zijn zeer verschillend, maar hun vechtersmentaliteit hebben de vier deelstaatpremiers gemeen. Mayawati, Mamata en Jayalalithaa werden eerder vernederd (door mannen) en leken voorgoed uitgerangeerd in het politieke spel. Nu staan ze sterker dan ooit. Zonder echtgenoot aan hun zijde. Mayawati, Mamata en Jayalithaa zijn ongetrouwd. Dikshit is weduwe.

Nog een naam hoort thuis in het lijstje van sterke vrouwen aan de macht. Sonia Gandhi (64) is sinds 1998 leider van de Congrespartij en regisseur achter de schermen van de federale regering in Delhi. Zij heeft haar gezaghebbende positie te danken heeft aan dynastieke opvolging. Zij is de weduwe van de in 1991 vermoorde premier Rajiv Gandhi, zoon van oud-premier Indira Gandhi en kleinzoon van Nehru, eerste premier na de onafhankelijkheid.

Betekent de opkomst van de vrouwen op het hoogste politieke echelon een historische doorbraak? Maakt India zich op voor een stree raj, een bewind van vrouwen, met een totaal ander beleid? Nee, schreef historicus Ramachandra Guha afgelopen maand. Dat vrouwen aan de macht zijn gekomen in enkele van de grootste deelstaten moet worden toegejuicht. Het is „opmerkelijk” omdat ze zijn doorgebroken ondanks de diepgewortelde discriminatie jegens vrouwen in de samenleving. Daaruit mag evenwel niet de omgekeerde conclusie worden getrokken, namelijk dat de traditionele patronen plotseling tot het verleden behoren. Er is vooruitgang te zien, maar het gaat heel langzaam.