'Ik wil er nog niet echt bijhoren'

Céline Sciamma wilde haar tweede film kleiner en simpeler houden dan haar eerste. „Het is heel gevaarlijk om er ineens bij te horen. Ik kom nog maar net kijken.”

In haar debuutfilm Naissance des pieuvres toonde regisseur Céline Sciamma (Pontoise, 1980) zich al zeer begaafd in het vertellen van een subtiel verhaal over een jong meisje en ontluikende (homo-)seksuele gevoelens. In Tomboy bewijst ze dat opnieuw, met nog minder middelen, eenvoudiger, directer en daardoor nog indrukwekkender. Na een verhuizing doet de tienjarige Laure (Zoé Héran) alsof ze een jongen is tegenover haar nieuwe buurkinderen. Dat gaat goed zolang de zomervakantie duurt – Tomboy komt precies op het juiste moment uit, want het is de perfecte zomerfilm – maar haar bedrog zal onherroepelijk uitkomen als het schooljaar weer begint.

U liep al lang rond met het idee voor Tomboy. Waarom juist dit verhaal?

„Ik wilde de film heel snel en met zoveel mogelijk vrijheid maken. Ik wilde kijken of ik een film zou kunnen maken in drie maanden tijd. Dit verhaal was daar perfect voor. De plot is sterk maar ook heel simpel. Door te werken met kinderen was de casting ook niet heel ingewikkeld.”

U heeft met een kleiner budget gewerkt dan bij uw debuutfilm?

„Ja, maar dat was mijn eigen keuze. Mijn eerste film was een succes. Daarmee heb ik mijn plaats veroverd als filmmaker. Ik hoorde er ineens bij. Maar voor mij kwam dat te snel. Het is heel gevaarlijk om er ineens bij te horen. Je moet kwetsbaar blijven, durven experimenteren. Ik ben nog maar een beginner, ik kom net kijken. Meestal betekent een tweede film een groter budget, meer verantwoordelijkheid, grotere namen als acteurs. Dat wilde ik allemaal niet. Misschien zal dat veranderen in de toekomst, maar nu nog niet.”

De films hebben veel gemeen.

„Zeker, de seksuele ambiguïteit, de jonge personages. Ook de manier van vertellen. Maar deze film heb ik echt opgebouwd als een thriller, bijna zoals een film over een agent die undercover gaat bij de maffia. Dat zat steeds in mijn hoofd. Het ritme is ook heel anders dan in mijn eerste film. In de eerste film gebruik ik het ritme van de puberteit. Dat is langzaam en weemoedig. In deze film zocht ik het ritme van de kindertijd. Dat is veel vrolijker, sneller. De film is daarom veel sneller gemonteerd. Voor mij kan dit het portret zijn van elke willekeurige kindertijd. Alle kinderen zijn dol op zich verkleden en rollen spelen. Alleen gaat Laure daar wat verder in dan de meesten.”

Waarom een film over een meisje dat zich voordoet als een jongen?

„Omdat het zo’n speels gegeven is, dat tegelijkertijd rigide, vastgelegde sekserollen ondermijnt. Ik wilde laten zien dat de grens tussen een jongen en een meisje maar een heel dunne lijn is.”

Zo’n hoog niveau van acteren bij kinderen zie je maar zelden, zeker bij het kleine meisje dat het zusje van Laure speelt.

„Dat is vooral heel veel werk, echt ploeteren. Dat heeft me zeker vijf kilo gekost. Als je werkt met kinderen moet je twee dingen doen, die eigenlijk tegengesteld aan elkaar zijn. In de eerste plaats moet je ze heel serieus benaderen als acteurs. Ik heb alle scènes met ze doorgepraat, uitgelegd wat het onderwerp van de scène was, waarom het personage zich zo gedraagt. Alles moet volstrek helder zijn. Dat is de voorbereiding. Maar als de camera loopt, moet je er vooral een heel groot spel van maken. Ik speelde met de kinderen als de camera uitstond, en ook als die aanging. We draaiden steeds hele lange takes van tien, twaalf minuten. Want als je stopt denkt het kind dat het iets verkeerds heeft gedaan. Het allerbelangrijkste is de vertrouwensband die zo met de kinderen kan ontstaan. Tijdens de opnamen ben ik ook steeds tegen ze blijven praten, ben ik ze aanwijzingen blijven gegeven. Dat moest er later natuurlijk allemaal worden uitgeknipt. Tijdens de montage is dat echt een nachtmerrie.”