Ik ontwijk wurggreep van gamebedrijven

Hoe blijft gamejournalist Niels ’t Hooft onafhankelijk? ‘Hoe meer ik schrijf over kleine games, des te minder macht ik toeken aan de traditionele speluitgevers.’

Bijna twintig jaar heeft het tijdschrift Power Unlimited de gamejournalistiek in Nederland gedomineerd. Vanaf dag één was het mijn lijfblad. Elk nieuw deel van vechtspel Mortal Combat kreeg automatisch een 10. Zo gaaf was het. De bespreking gingniet over de game zelf, maar over hoe de recensent het met vrienden speelde. Ik smulde ervan.

Gamers zijn ouder geworden. En ook de games zelf zijn gegroeid. Spellen als Mortal Kombat bestaan nog altijd. Maar naast dure, spectaculaire producties zijn er nu ook de kleine games die je speelt op je internetbrowser en op je telefoon. Games zijn ook reclames, cursussen, revalidatiehulpmiddelen en autonome kunstuitingen.

Bij een medium met zo’n verscheidenheid hoort volwassen gamejournalistiek. Met aandacht voor de techniek, wetenschap en cultuur erachter. Amerikaanse bladen als The New Yorker en Wired weten hoe je diepgaand over games kunt schrijven. Maar zeker in Nederland gebeurt het te weinig.

Dankjewel Power Unlimited. Dankzij jullie bestaat het gamelandschap vooral uit websites als Insidegamer en het tv-programma Gamekings. Uit hype gevoelige, vaak oppervlakkige besprekingen. Een serieuze journalistieke traditie is nooit ontstaan. Hoe kan dat ook in een genre dat af en toe doet denken aan bedrijfsjournalistiek? Wie volwassen gamejournalistiek wil maken, moet het zelf uitvinden.

Ik heb het zelf geleerd, met vallen en opstaan. Het was nooit mijn doel om journalist te worden. Ik ben een gamer die uit interesse en enthousiasme over games ging schrijven. Het label ‘journalist’ kwam vanzelf.

Bij dat label hoort onafhankelijkheid – of althans de poging zo onafhankelijk mogelijk te blijven. Dat is lastig. Ik ben tot op zekere hoogte gebonden aan de gamebedrijven die het product maken waar ik over schrijf. Ik heb het spel nodig, wil mensen spreken en op de hoogte blijven.

Maar er zijn manieren om niet klakkeloos de bedrijfsagenda over te nemen. Recensies en reportages blijven gescheiden. Als ik een maker interview, zorg ik dat iemand anders de bijbehorende game recenseert. En als ik een recensie-exemplaar aanvraag („Dit spel is mogelijk interessant voor een bespreking”), beloof ik nooit een stuk. Pas na het spelen kan ik beoordelen of ik er ook echt over ga schrijven.

Contact met pr-medewerkers moet oppervlakkig en zakelijk blijven. Dat je zo interessant materiaal misloopt: jammer dan. Power Unlimited wordt voor bijna iedere grote aankomende game naar het buitenland gevlogen, om een vroege versie te spelen en interviews af te nemen. Daar staat tegenover dat het blad er vaak een vooraf overeengekomen aantal pagina’s over schrijft. Gamebedrijven regisseren zo welke games aandacht krijgen.

Een goede gamejournalist probeert hier onderuit te komen. Daar zijn steeds meer mogelijkheden voor. Grote games komen uit op de Xbox 360 en de PlayStation 3. Maar de games op Facebook en iOS en de onafhankelijk geproduceerde indiegames zijn vooralsnog minder aangetast door het grote voorlichtingsapparaat. En in Nederland zijn de bedrijven nog klein, en zijn er mooie verhalen te vinden. Als ik een nieuwe techniek of trend wil toelichten, haal ik mijn voorbeelden liever dichtbij huis. Hoe meer ik schrijf over kleine games en bedrijven, des te minder macht ken ik toe aan de traditionele speluitgevers.

En: een goede gamejournalist beseft dat het misschien helemaal niet wenselijk is om te leven van gamejournalistiek alleen. Immers: de beste manier om onafhankelijke gamejournalistiek te maken is om er zelf niet afhankelijk van te zijn. Dus combineer ik mijn journalistieke werk met advies- en productiewerk. Over de serious game voor Belastingdienst-medewerkers waarvoor ik teksten schreef, kan ik geen artikel maken. Maar over vergelijkbare games kan ik des te beter verslag uitbrengen, omdat ik nu precies weet hoe zulke spellen in elkaar zitten.

Opties genoeg voor volwassen gamejournalistiek. Het moet alleen nog gemaakt worden.

Niels ’t Hooft is freelance gamejournalist en schrijft onder meer voor weblog bashers.nl en nrc.next