Hillen: militair terug naar kerntaak - vechten

Minister Hillen (Defensie, CDA) vindt dat militairen meer moeten vechten en zich minder als ontwikkelingswerkers moeten gedragen. Hij zei dit vandaag in een toespraak in Brussel.

„Militairen moeten weer doen waarvoor ze zijn – militaire taken verrichten en militaire successen behalen en tonen”, aldus Hillen. Met een verwijzing naar de Nederlandse bijdrage in Afghanistan zei hij dat van soldaten verwacht wordt dat zij zich in de eerste plaats als soldaten opstellen, ook al zijn Nederlandse militairen „de beste ontwikkelingswerkers”.

Met zijn woorden neemt Hillen afstand van de door Nederland fel gepropageerde zogeheten ‘3D-aanpak’ zoals die zich in Afghanistan heeft ontwikkeld. Deze houdt in dat Defensie, ontwikkelingshulp (Development) en diplomaten nauw samenwerken. In de praktijk komt het er op neer dat militairen zich veel bezighouden met ontwikkelingstaken.

„We zijn als krijgsmacht te veel van ons merk verwijderd geraakt”, zei Hillen vanmorgen in Brussel desgevraagd in een toelichting op zijn rede. „Kijk naar onze inzet in Kunduz. We sturen daar 535 militairen heen (onder wie veertig politiemensen, red.) en moeten die missie dan civiel noemen. ‘Militair’ heeft een negatieve connotatie gekregen. Dat heeft me geweldig aan het denken gezet.”

Volgens Hillen zal de NAVO scherper moeten kiezen, omdat de steun onder de bevolking voor complexe operaties ver buiten de landsgrenzen, zoals die in Afghanistan, terugloopt. „Onze militairen moeten aan de slag waar onze belangen in gevaar zijn, bijvoorbeeld als piraten onze schepen aanvallen. De NAVO bestaat om vuurtjes uit te trappen. Niet om missionaris van de wereld te zijn.” Hillen reageerde in zijn rede ook op kritiek van zijn Amerikaanse collega Gates, die Europa verweet te weinig bij te dragen aan de NAVO. „Europa moet acht slaan op de boodschap van Gates”, zei Hillen. De bezuinigingen op Defensie zijn „zeker geen bewuste Europese politiek om de VS de rug toe te keren”. Over de oproep van NAVO-chef Rasmussen aan Nederland, gisteren in deze krant, om een grotere bijdrage te leveren aan de oorlog in Libië zei Hillen: „We hebben een goed gevoel bij wat we nu doen. Wij hoorden niet bij de landen die deze acties per se wilden. Het zou er om moeten gaan hoe we burgers beschermen, niet om een dictator te verjagen. Als dat de bedoeling wordt, moet de NAVO zich afvragen of dat wel een NAVO-taak is.”

NAVO alleen aan de slag als onze belangen gevaar lopen: pagina 16