Geloof in pas-sie, o-ver-tui-ging

Marcel van Roosmalen bezoekt de eerste Utrechtse Ondernemersdag.

Hans van Breukelen, ex-keeper, kwam vertellen over „de zeven pijlers van succes”.

In de Jacobikerk werd voor de eerste keer de Utrechtse Ondernemersdag georganiseerd. We troffen inderdaad een kerk vol Utrechtse ondernemers, de meesten hadden zich voor de gelegenheid extra mooi aangekleed. Ze zwierven met hun visitekaartjes langs de gebruikelijke kraampjes waar andere ondernemers hun waren hadden uitgestald. Na twintig minuten had ik twee oesters, drie Japanse hapjes, een fairtrade-banaan en een stuk quiche gegeten, een glas biologische landwijn gedronken, liep ik rond in een spuuglelijke lichtblauwe sweater van een plaatselijk radiostation en had ik visitekaartjes van een kalendermaker, een jurist en een filmer.

Op het hoofdpodium sprak een man over het fenomeen ‘netwerken’. „Dat betekent letterlijk: met elkaar in contact komen. Gefeliciteerd! Dat bent u aan het doen.” Hij stelde voor om – ‘een, twee, drie!’ – allemaal een visitekaartje in de lucht te gooien en om die dan later op te rapen, ook een methode.

Tijd voor de hoofdgast: Hans van Breukelen, ex-keeper van het Nederlands elftal. Hij kwam vertellen over ‘de zeven pijlers van succes’. Uit de geluidsinstallatie klonk een opzwepend nummer. We zagen Hans in een driedelig pak naar het podium rennen, op het podium springen en daarna de vuisten ballen. Hij was er klaar voor, hij had er zin in, ik nog niet. Het was even wennen, zo’n man in de war.

Hans zei dat het precies 23 jaar geleden was dat hij met het Nederlands elftal van Duitsland won. „U weet vast nog wel waar u toen was, met wie u was en hoe dronken u geworden bent. Ik weet ook nog waar ik was: op het veld! Een jaar eerder had een Belgisch tijdschrift nog geschreven ‘Hans van Breukelen: een geboren verliezer’.”

Hij sprong van het podium en duwde een microfoon onder het gezicht van nietsvermoedende Utrechters. Ze moesten zeggen wat de sleutels tot succes waren.

De antwoorden – volharding, inzet, doorzettingsvermogen en samenwerken – bevielen hem, de opmerking ‘ik zou het niet weten’ viel fout.

Hans, schreeuwend: „We doen het omdat we het zo leuk vinden! En ’s nachts in bed zeggen we tegen de partner: ‘ik doe het ook voor jou...’.”

Een bulderend gelach steeg op.

Die Hansie...

Hans liet een fragment zien.

Paul Potts weer, die kansloze postbesteller uit Engeland die Idols won, het verhaal is bekend.

Hans zei dat iedereen kon leren van Paul Potts, de wedstrijd duurde negentig minuten, er kon altijd nog een goal vallen. Je moest erin geloven.

„Weet u waar ik in geloof? In pas-sie! O-ver-tui-ging!”

Hij was laatst Marco van Basten, ook een Utrechter, tegengekomen.

„Ik zei: ‘Hee Bassie, waarom ben jij de beste spits ter wereld geworden?’ Bassie keek me aan en antwoordde: ‘Wat een rare vraag Breukie, omdat ik dat wilde.’ En daarna vertelde hij over het Utrechts jeugdelftal waarin een jongen zat die eigenlijk nog beter was. Hij had er nooit meer wat van gehoord. Die was een eigen kroeg begonnen, waarin hij jongeren professioneel leerde drinken. Dat is het verschil... Pas-sie!”

Nadat Hans nog een paar keer gezegd had dat we positief moesten denken, we ons moesten richten op de dingen waarin we goed waren en dat iedere dag nieuwe kansen bood, nam hij afscheid. Hij danste op een feelgoodnummer, zwaaide naar de mensen en sprong van het podium.

Een paar uur later trof ik ’m weer. Hij zat naast me, kluivend aan de kippenbout bij het afsluitende diner. Hij sprak over zijn voetbalcarrière, de tijd in Engeland was het mooist. „Toen ik bij PSV speelde vond ik het jammer dat Eindhoven geen stad in Engeland was.”

De dag ervoor had hij een groep stadswachten toegesproken. Net zo lang totdat ze weer zin in hun werk hadden. „Ze vlogen de straat op”, zei Hans. „Jammer dat er altijd managers zijn die het enthousiasme temperen.”

Aan zijn andere kant zat een Utrechtse ondernemer, hij deed iets in de mobiele telefonie. Hij sloeg een arm om Hans heen en zei: „Hee Breukie, mag ik wat vragen?”

„Als het maar niet mijn pincode is”, grapte Hans.

„Nee”, zei de man. „Ik vroeg me af waar je die onzin vandaan haalt. Gaat het wel goed in de kop?”