En opnieuw heeft het CDA het lastig

De toespraak waarin CDA-minister Verhagen zei begrip voor onderbuikgevoelens te hebben, viel niet bij iedereen in de partij even goed. „Wij hanteren een andere toon, Maxime en ik.”

Sommige politieke discussies zijn zo licht ontvlambaar dat ze buiten het parlement tot meer discussie leiden dan erbinnen.

Gisteren sprak vicepremier en de facto leider van het CDA Maxime Verhagen over populisme in de voorname Haagse Sociëteit De Witte – dassen verplicht, behalve als het warmer is dan 30 graden. In de uren daarvoor was Verhagens toespraak al uitgelekt en barstte de latent aanwezige discussie over de integratiegedachten van de kleinste regeringspartij weer los.

Intern, maar ook op internet was Verhagens koersbepaling veelbesproken. Op Twitter, waar iedereen berichtjes kan achterlaten voor wie het maar wil lezen, was ‘Verhagen’ een kleine tien minuten het zogeheten trending topic: wereldwijd het meest besproken onderwerp. En ook Kamerlid Ad Koppejan gaf op Twitter, in drie berichtjes, een pijnlijke reactie. „Maxime Verhagen, zorgen vd mensen serieus nemen ok, maar dan ook de zorgen van vele goedwillende en hardwerkende allochtone Nederlanders” en „CDA: ieder mens telt mee”.

De kern van alle opwinding, zowel binnen als buiten de partij, waren de tien vragen waarmee Verhagen begon. „Ze pikken toch niet de baan van mijn zoon in?” „Waarom passen ze zich niet aan?” Hoe zit het met „producten uit het buitenland” en „die buitenlandse ziekte” die mogelijk in „ons vlees” terechtkomt? Et cetera.

Daarmee had Verhagen, zo probeerden medestanders te kalmeren, alleen maar laten zien welke vragen Nederlanders hebben over de stand van het land. En dat het CDA daar beter naar moet luisteren. Maar hij ging verder dan dat. Verhagen keurde dit soort onderbuikgevoelens, borreltafelpraat of insinuaties niet af. Integendeel: hij had er begrip voor. En terecht is daarbij het kernwoord.

„Met dat soort standpunten kun je het als politieke partij oneens zijn, het is wel erg gemakzuchtig de zorgen erachter meteen als onredelijk te kwalificeren.”

„We moeten de zorgen niet afdoen als onfatsoenlijk of stellen dat je dat niet mag vinden.”

„Kort door de bocht of niet: het zijn terechte zorgen van mensen.”

Die Nederlandse huivering voor het vreemde die Verhagen beschrijft is – „ook door mijn eigen CDA” – lang beschouwd als een „foutieve reactie op de snelle veranderingen in de wereld”. Ten onrechte, zegt Verhagen nu. Zijn partij moet daar juist op inspringen en „het onbehagen moet ook het onbehagen zijn van een volkspartij als het CDA”. Doet de partij dit niet, dan worden anderen „beloond met de ene verkiezingsoverwinning na de andere”.

Dat heeft het CDA als geen ander gemerkt, de laatste jaren. Na vier verloren verkiezingen op rij en een formatieproces waarvan de wonden bij het CDA nog niet zijn geheeld, is de partij hard op zoek naar een nieuwe koers. Degene die dat moet aanjagen zou niet Maxime Verhagen zijn – die heeft het ook al druk genoeg, was het idee – maar Ruth Peetoom, de twee maanden geleden verkozen voorzitter. Zij staat bekend als meer christelijk en minder conservatief, en werd juist voorzitter vanwege de belofte de discussie binnen de partij aan te zwengelen. Dat doet ze nu ook, zegt ze. Eind september is er een discussieavond gepland en er zijn twee commissies aan het werk gezet, later dit jaar moeten zij met aanbevelingen komen.

Verhagen wacht daar niet op, en dat hoeft hij als vicepremier en minister „natuurlijk” ook niet te doen, zegt Peetoom. Zij zegt de tekst van Verhagen anders te lezen; volgens haar kun je zulke vragen stellen, zonder je ermee te identificeren. Van de toon is ze echter geen fan. „Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is, en wij hanteren een andere toon, Maxime en ik.”

Dat Verhagen opnieuw vaststelt dat de multiculturele samenleving „mislukt” is, bestrijdt de voorzitter. „De multiculturele samenleving is juist een gegeven.”

Dat is ook het bezwaar van Kamerlid Ad Koppejan, voormalig partijdissident. Hij ziet de toespraak als „een prikkelende bijdrage aan de discussie, hoewel een tikkeltje eenzijdig”. Hij heeft wel een bezwaar: „Het CDA moet niet alleen gehoor geven aan mensen die het buitenland als een bedreiging zien.” Anderen – allochtonen – voelen zich evengoed „steeds minder prettig hier: bijvoorbeeld door het klimaat van intolerantie”.

Dat Verhagen zegt dat de „samenhang in steden en dorpen” onder meer is verdwenen door „immigranten uit de hele wereld” stoort Koppejan ook. „Je maakt mij niet wijs dat de samenhang in Volendam verdwenen is door de immigranten die daar helemaal niet zijn”.

Dat immigratie een moeilijk onderwerp is voor het CDA, blijkt ook uit het geval van de 18-jarige Angolese jongen Mauro. De partij wil, in navolging van de PVV, graag streng zijn voor asielzoekers. Maar wat als zij een gezicht krijgen? De CDA-fractie twijfelt nu: misschien moet Leers opnieuw een uitzondering maken.

Is de partij te hard? Koppejan heeft het over „wij-zij-denken” dat uit Verhagens toespraak klinkt. Ook zijn fractiegenoot Kathleen Ferrier stoort zich hier aan. Ook zij ziet allochtonen die evenzogoed vragen stellen over Nederland. „Waar ik het ook niet mee eens ben, is de sfeer in het stuk”, zegt Ferrier. „Alsof de multiculturele samenleving het probleem is.”

De directe voorman van deze beide Kamerleden, fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma, is juist lovend over de toespraak. „Wij zijn als partij verplicht een volgende fase van koersbepaling in te gaan”, zegt hij, en Verhagen neemt daar nu het voortouw in. „Dit is een erkenning dat een politiek partij op zoek moet naar de samenleving, en de zorgen van mensen serieus moet nemen.”

Maar waarom dan niet gezegd: geachte burger, dat u vragen heeft kan, maar ze zijn onterecht, of zelfs suggestief? Niks daarvan, zegt Van Haersma Buma. „Wie zijn wij als politici in Den Haag om te zeggen: u heeft geen gelijk? Wie ben ik om te zeggen: wat de helft of eenderde van de Nederlanders zegt of ziet klopt niet?” Het is de taak van de politicus, volgens deze CDA’er, „om náást de mensen te gaan staan, niet er tegenover”.

Geert Wilders twitterde ook nog even over de kwestie. „Verhagen in verwarring: zet zich af tegen de PVV maar wil van CDA ’n soort PVV-light maken”, schreef hij. „Ach, je moet wat als je op 13 zetels staat :-)”

M.m.v. Marit van Kooij