Een foto van Waits

Tom Waits kijkt ons met zijn gegroefde gezicht bezorgd aan. Hij ziet eruit alsof hij net uit bed is gekomen, gehuld in een slordig T-shirt, overvallen door het scherpe zonlicht. Hij wordt een dagje ouder, dat is zeker. Het is vooral te zien aan dat ijdele, grijze plukje haar onder zijn onderlip.

Een foto van Anton Corbijn uit 2004, genomen in Petaluma, Californië. De foto hangt op de tentoonstelling Inwards and onwards in fotomuseum Foam in Amsterdam. Er hangt veel meer moois op die tentoonstelling, maar deze foto is voor de Waits-watchers onder ons iets om wat langer bij stil te staan.

Je slaat onvermijdelijk aan het rekenen. Hoe oud was hij hier? 55 jaar. Dan is hij nu… mijn hemel… een zestiger.

Ja, wat had je dan gedacht? Dat hij eeuwig jong bleef?

Nee, maar ik had nu eenmaal dat eerste beeld van hem nog in mijn geheugen hangen, op de hoes van zijn meesterlijke debuutelpee Closing Time uit 1973. Een jonge man leunt vermoeid over zijn piano waarop een overvolle asbak en halfleeg glas staan. Op de achterkant van de elpee staat alleen zijn hoofd afgebeeld, dan nog met een volledige geitensik. Ook daarop kijkt hij trouwens weinig vrolijk. Filmregisseur Francis Ford Coppola, die met hem werkte, noemde hem niet zomaar „The prince of melancholy”.

In de ruim dertig jaar tussen Closing Time en Corbijns foto ontplooide zich een talent en een mens. Het talent ging zijn eigen weg. Het trok zich niets aan van ons, die hadden gewild dat hij was doorgegaan in deze stijl: droefgeestige ballads aan de piano, geschikt voor kleine clubs. Zó heb ik hem in die jaren nog eens zien optreden in het Utrechtse Vredenburg – schitterend, sfeervol concert.

Later wilde Waits zich ontdoen van dat imago, hij luisterde met grote weerzin naar zichzelf uit die periode, hij zocht liever het experiment met avant-gardistische popmuziek.

Als mens koos hij na die eerste chaotische periode voor een veilig privéleven. Hij liet zijn vriendin Rickie Lee Jones, de zangeres, vallen omdat ze hem met haar drugsverslaving en depressiviteit de diepte in dreigde te zuigen. Hij trouwde met Kathleen Brennan, een nuchtere intelligente vrouw die zijn carrière voortvarend onder haar hoede nam. Ze schermde hem af van de buitenwereld en wees hem op andere artistieke wegen. Waits brak met de meeste vrienden van vroeger, wat Brennan hier en daar op vergelijkingen met Lennons toverfee(ks) Yoko Ono kwam te staan.

Zo verdween de mens Tom Waits vrijwel uit het zicht. Plichtmatig gaf hij interviews bij het uitkomen van nieuw werk, maar over zichzelf liet hij weinig los. Hij werd vader van drie kinderen en is nog altijd getrouwd met Brennan. In een van de interviews liet hij zich (per ongeluk?) ontvallen dat hij in 1992 een alcoholverslaving had overwonnen.

Anton Corbijn moet meer van hem weten, maar hij zal erover zwijgen, zoals de meeste vrienden tegen biografen van Waits deden. Corbijn begon hem al in de jaren zeventig te fotograferen. De foto in Foam is een van de vele honderden die Corbijn van hem heeft genomen.

Maar wel een van de beste, vermoed ik. Hij staat op de cover van een fotoboek van Corbijn, exclusief gewijd aan Waits, dat voor dit jaar is aangekondigd. Het zal een gelimiteerde uitgave worden, lees ik op internet: 6000 exemplaren voor 148 euro per stuk.

Hoe interessant de combinatie Corbijn-Waits ook is, ik zou het liever uitgeven aan een geslaagde nieuwe cd van Waits.