Een activist die altijd haar eigen weg ging en gevreesd is als redenaar

Politiek in India draait om personen, en om de roep om ‘verandering’. Zo’n historische verandering heeft plaats gevonden in West-Bengalen door toedoen van Mamata Banerjee, geboren en getogen in een oude volksbuurt van Calcutta. Zij is sinds 20 mei de eerste vrouwelijke premier van West-Bengalen. Een van haar eerste besluiten als premier was het teruggeven van vele hectaren land aan boeren die eerder waren onteigend.

Banerjee begon haar carrière als activistische voorzitter van de jeugdafdeling van de Congrespartij. Maar ze heeft altijd haar eigen weg bewandeld. Ze studeerde geschiedenis, pedagogie en recht. Haar aanhangers noemen haar ‘Didi’ (oudere zus) en prijzen haar eenvoudige levensstijl. Analisten vonden haar veranderlijker dan het weer, en tegenstanders vrezen haar heetgebakerde retorische talenten.

Ooit werd ze tijdens een protest aan haar haren uit Writer’s Building gesleept, de regeringszetel in Calcutta waar ze nu haar intrek heeft genomen. In 1998 richtte ze haar eigen partij op, Trinamool, uit onvrede met de Congrespartij.

Bij de algemene verkiezingen in 2004 behaalde Banerjee als enige van haar partij een zetel in het parlement in Delhi. Sindsdien is haar ster gerezen, door haar verbeten strijd voor afschaffing van de „communistische dictatuur”.

Banerjee liep voorop in protestmarsen tegen gedwongen landonteigening voor industrie (zoals Tata). Ze was eerder twee keer minister voor Spoorwegen.

Ook was ze minister voor Kolen. In de federale regering van India was zij minister voor Jeugdzaken, Sport en Vrouwen en Kinderontwikkeling.