Domme war on shoarma werkt niet

Amsterdam wil dat shoarma- en friettenten vroeger sluiten.

Dat werkt niet tegen overlast. Zie Eindhoven of Nijmegen.

De Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan wil de openingstijden van friettenten en broodjeszaken beperken, naar eigen zeggen om de uitgaanspleinen veiliger te maken. In plaats van om 6:00 uur moeten ze, als het aan de burgemeester ligt, voortaan om 4:00 uur dicht, een uur voordat de kroegen en clubs leeg moeten zijn. Deze maatregel zal de veiligheid echter verder in het geding brengen.

De veiligheid op uitgaanspleinen in Amsterdam verslechtert al jaren. Er is veel geweld, en alcohol- en drugsgebruik zijn daar vrijwel altijd een dominante factor in. De constatering dat de narigheid zich momenteel vooral concentreert rondom de broodjeszaken klopt redelijk, maar is tegelijkertijd slechts een oppervlakkige analyse van de problematiek. De problemen worden namelijk niet veroorzaakt door frietjes of broodjes shoarma, maar door de piekdrukte die voortkomt uit een nachtleven met gefixeerde openingstijden. Het eerder sluiten van de ‘droge’ horeca, zoals de broodjeszaken heten, is daarom een onverstandige en verkeerde strategie.

Het verder inperken van de sluitingstijden zorgt namelijk voor meer overlast en onveiligheid op de toch al drukke uitgaanspleinen. Het Amsterdamse nachtleven is gebaat bij meer vrijheid, niet bij de werkelijkheid van de tekentafel. Die vrijheid lijkt het tij echter tegen te hebben. In de veiligheidsanalyses van het Rembrandtplein en Leidseplein die het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement publiceert, staat dat de positieve effecten van het afkoeluurtje zoals dat geldt op het Leidseplein teniet worden gedaan door het feit dat de broodjeszaken nog lang open zijn.

Het lijkt daarom misschien logisch om helemaal een einde te maken aan de voorzichtige verruiming. Toch is het dat niet. De druppelsgewijze uitstroom uit de kroegen die beoogd wordt met het afkoeluurtje op het Leidseplein werkt inderdaad niet als iedereen vervolgens bij de broodjeszaken blijft hangen, maar wel als alle horeca, zowel de kroegen als de broodjeszaken, in het vervolg niet meer aan vaste tijden zijn gebonden. Geen stap terug, maar een stap vooruit. Amsterdam moet leren van twee steden die eerder met het bijltje hebben gehakt, en allebei een andere weg bewandelden.

In Eindhoven werd in 2004 geprobeerd de sluitingstijd van eetgelegenheden in te perken. In het vervolg moesten die een uur eerder sluiten dan de cafés, precies zoals Van der Laan nu in Amsterdam voorstelt. In Eindhoven werd de maatregel echter snel teruggedraaid toen bleek dat de cafébezoekers helemaal niet eerder weggingen om nog een broodje te kunnen halen, maar in plaats daarvan allemaal om 5:00 uur hongerig en chagrijnig op het Stratumseind stonden. Het effect daarvan laat zich raden, en na de evaluatie in 2007 werd de maatregel dan ook teruggedraaid.

In Nijmegen werd gekozen voor het versterken van de geleidelijke uitstroom van bezoekers van zowel de kroegen als de broodjeszaken, verspreid over de nacht en het begin van de vroege ochtend. Net als Amsterdam heeft Nijmegen een uitgaansplein met een grote hoeveelheid horecazaken op een klein gebied, waardoor het ’s nachts snel druk en broeierig wordt. In Nijmegen hoeven horecagelegenheden echter niet meer op een vast sluitingsuur dicht. Navraag bij de gemeente en politie leert dat de ervaringen onverdeeld positief zijn. Het is rustiger geworden op straat. ‘Druppelsgewijs’ gaan de clubbezoekers en kroegtijgers naar huis. Ook bij de shoarma- en frietzaken loopt de verkoop dan geleidelijk en zijn er geen grote groepen tegelijk meer. Door de strategische plaatsing van de taxistandplaats kunnen de bezoekersstromen de hele nacht door zonder overlast worden afgevoerd naar verschillende bestemmingen in de stad. Omdat uitstroom zich bovendien meer gespreid over de nacht voordoet kunnen agenten en handhavers beter het overzicht bewaren en effectiever optreden in het geval er toch rottigheid plaatsvindt. Ook sluit het laatste broodje beter aan op de eerste trein terug naar huis. Kroegtijgers kunnen dan, voordat ze naar het station gaan, nog even een beetje ontnuchteren.

De kroegen en broodjeszaken op en rond het Leidseplein en Rembrandtplein moeten daarom in navolging van Nijmegen vrije sluitingstijden krijgen.

D66 heeft voorstellen gedaan om de openingstijden vrij te geven op voorwaarde dat ondernemers zich betrouwbare partners hebben getoond in het bestrijden van onveiligheid en overlast. Met zo’n beloningsmodel is de veiligheid op straat op pleinen gediend: een horecaonderneming wil immers kunnen meeprofiteren van de 24-uursmogelijkheid, en zal als overlastvrije zaak te boek willen staan. Morgen spreekt de gemeenteraad naar aanleiding van de voorstellen van D66 over de openingstijden en het horecabeleid. Laat de ‘war on shoarma’ dan vervangen worden door oer-Amsterdams pragmatisme.

Jan Paternotte en Thijs Kleinpaste zijn respectievelijk raadslid van de gemeenteraad en stadsdeelraadslid in Amsterdam Centrum voor D66.