De verfoeilijke opkomst van 'fact free journalism'

In mijn eerste column (1 december) hekelde ik dat er aantoonbaar minder feitelijke politieke verslaggeving is dan tien, vijftien jaar geleden. Berichtgeving is vooral beeldvorming en interpretatie, terwijl debatfragmenten of interviews vaak slechts het illustratiemateriaal vormen bij een journalistiek vooraf al getrokken conclusie. In een land dat de persvrijheid hoort te koesteren, kan echter geen ander dan de pers zelf controle op diezelfde pers uitoefenen en wel door kritisch over elkaars missers te berichten. Maar dát gebeurt niet – een uit democratisch oogpunt onfrisse omstandigheid – omdat de beroepsgroep te vaak onder elkaar solliciteert, ook mentaal een gesloten kaste vormt en kritiek niet accepteert.

Laat ik niettemin nog wat ammunitie aandragen. Eind mei stelde ik voor om het middelbare scholen te vergemakkelijken een speekseltest op of rond de school af te laten nemen wanneer kinderen drugs gebruiken. Het onschuldig lijkende stickie van vroeger is inmiddels een wolf in schaapskleren, die een op de vier kinderen verleidt. Dat zijn cijfers waar je niet blijvend van kunt wegkijken.

Er valt van alles over te zeggen: zit zo’n test nog binnen liberale grenzen (ik stelde randvoorwaarden voor), dient bestraffing niet louter over gedrag te gaan, is de rol van de school niet een andere dan die van politie en justitie enzovoorts en zo verder. Al die aspecten besprak ik dan ook.

Deze krant schreef er geen letter over. Nu ga ik uiteraard niet over de journalistieke keuzen. Maar vanuit journalistieke informatieoverdracht is het merkwaardig dat ruim een week later een PvdA-fractievoorzitter uit Voorschoten over twee kolommen mag toelichten waarom dit een idioot plan is, terwijl over het idee zelve met geen letter is bericht.

Er is nogal wat discussie geweest over fact free politics: Sarah Palin-achtig geschreeuw, zonder acht te willen slaan op de feiten. Maar de media, ook de serieuze kranten, doen steeds vaker aan wat ik fact free journalism zou willen dopen. Let wel: ik val niet over dat toevallige ene voorbeeldje dat me extra opviel omdat ik er zelf bij betrokken was, nee, ik schrik van de verfoeilijke trend.

Staatssecretaris Zijlstra (Onderwijs, VVD) gaf onlangs een plan vrij om leraren te prikkelen tot betere prestaties. Ook hier weer: daar zitten allerlei kanten aan en ook hier weer is het logisch dat deze krant dat nieuws in de berichtgeving kan laten wegvallen tegen ánder nieuws. Maar een paar dagen later verschijnt er een op zich aardig interview met ‘een’ leraar, die iets van dat plan vindt – toevallig iets redelijk positiefs ook nog, maar daar gaat het me nou even niet om.

In een serieus medium wordt de lezer steeds vaker via de mening van een individu geïnformeerd over feiten die eerder in de krant niet werden gemeld. Daar moet de redenering onder zitten dat lezers het nieuws wel zullen volgen via sites, blogs, twitter en dat de krant aanvullend en verdiepend wil wezen. Nog los even van het feit dat ik zo’n majeure journalistieke beleidswijziging graag even ergens in de krant had willen lezen (ik word immers ook van elk gekozen nieuw lettertype trouwhartig op de hoogte gebracht): deze redenering gaat niet op. Er is geen lezer die beleidsplannen gaat googelen en vervolgens lezen, om daarna de verdieping in de krant te vinden.

Met fact free journalism groeit de gewoonte om het politieke en maatschappelijke debat te voeren op het niveau van stand.nl: „Bent u er voor of tegen om pubers wattenstaafjes in hun mond te duwen”. Oprecht: serieuze kranten als deze moeten dat per se niet willen. Ik dank deze krant overigens voor de onbekrompen wijze waarop ik als politicus de ruimte kreeg mijn mening te ventileren – op de plaats nota bene waarop eens de column van mijn vader stond. Over onderwijs.

Dit is de laatste bijdrage van Ton Elias aan deze wisselcolumn. Na de zomervakantie komen andere politici aan bod.