De onhaalbare eenvoud van de PVV

Een nationale opluchting – we mogen in Nederland alles zeggen: dat de islam een achterlijke godsdienst is, dat de Koran zou moeten worden verbrand, dat hier de islamisering dreigt, dat er een ‘kopvoddentaks’ moet worden ingevoerd, het hele repertoire van Geert Wilders en nog veel meer, als het maar niet aanzet tot haat en geweld.

In taalkundig opzicht is met deze uitspraak een mijlpaal bereikt. Nederland is heel lang een coalitieland geweest. Partijen van soms ver uiteenlopende signatuur waren verplicht tot samenwerking. Ze moesten water bij de wijn doen en compromissen sluiten om een kabinet te kunnen formeren. De voorzitters, besturen en kandidaten konden dus niet zeggen wat ze dachten. Daaruit is een bijzonder soort eufemistisch Nederlands gegroeid. Het is de wollige Haagse taal. Die bereikte soms een dusdanig niveau van vage abstractie dat de gewone kiezer daaraan geen touw meer kon vastknopen.

De communist Marcus Bakker was na de oorlog de eerste die gewoon, duidelijk Nederlands bleef spreken. Ter ere van die prestatie is in de Tweede Kamer een zaal naar hem genoemd. De behoefte aan duidelijke taal bestond wel, maar geen politiek talent was in staat om erin te voorzien.

Toen kwam Pim Fortuyn. Hij zei wat hij dacht en deed wat hij zei. Zo heeft hij het tenminste aangekondigd. Voordat hij kon laten zien wat hij waard was, werd hij vermoord. Voor die tragedie zich voltrok, had hij aan een paar goede vrienden laten weten dat hij het Nederlandse volk wakker had gemaakt. Zijn geestverwanten moesten de rest doen.

Daarna kwam de zomer van de kogelbrieven. De chaos, waarin de LPF ten slotte is verdwenen, groeide. Rita Verdonk dacht dat ze Fortuyns opvolger was. Ook zij sprak duidelijk Nederlands. Verder ontbrak het haar aan politiek talent.

Intussen is Geert Wilders verschenen. Hij zet de lijn van Fortuyn voort. Dat doet hij minder barok, maar met een veel grotere praktische politieke intuïtie.

Zo is de PVV onder zijn leiding de partij geworden die het kabinet-Rutte gedoogt. De gerechtelijke uitspraak van afgelopen week bevestigt niet alleen de algemene vrijheid van meningsuiting maar vooral die van Wilders zelf. De vraag is nu of het zal helpen om de politiek verder in de door hem gewenste richting te sturen.

Ik citeer nog eens het klassieke essay van Max Weber uit 1919, Politik als Beruf. De schrijver maakt daarin onderscheid tussen „Gesinnungsethik” en „Verantwortungsethik”. De eerste is de ethiek van de Bergrede waarin, ongeacht de consequenties, de absolute waarheid wordt verkondigd. De andere is de ethiek van de verantwoordelijke politicus, die zich altijd afvraagt wat de gevolgen van zijn woorden en daden zullen zijn. Voor alles overweegt hij in welke mate zijn denkbeelden praktisch uitvoerbaar zullen zijn.

Volgens Webers categorieën is Wilders verwant aan een bergredenaar. Als ik hem goed begrijp is zijn ideaal het gezonde Nederland van Henk en Ingrid, zonder moskeeën, islamvrij. Dit is anno 2011 onuitvoerbaar. Er wonen hier tienduizenden moslims die zich uitstekend hebben aangepast, de taal spreken, zich Nederlander zijn gaan voelen. Wilders kan zeggen wat hij wil, maar uitvoering van dit programmapunt zou erop neerkomen dat er massale deportaties en boekverbrandingen worden georganiseerd. Een simpele vraag: hoe stelt hij zich dat voor, hoe zou hij daarvoor een parlementaire meerderheid kunnen krijgen? Wat zouden de praktische gevolgen zijn? Nationale chaos. Met andere woorden, het ideale land van Henk en Ingrid is, praktisch bekeken, flauwekul.

Dit proces, door Wilders en Moszkowicz overigens terecht gewonnen, deed me denken aan een andere rechtszaak waarin de vrijheid van meningsuiting in het geding was. In 1951 verscheen de roman Ik heb altijd gelijk van W.F.Hermans. Daarin beledigt de held, Lodewijk Stegman, het katholieke volksdeel. Hij pakt het niet zuinig aan, om het zacht te zeggen. Aan het einde van zijn tirade komt hij tot de conclusie dat het de bedoeling van ‘de roomsen’ is, Nederland weer onder het gezag van de moederkerk te brengen. De schrijver werd aangeklaagd. Hij werd vrijgesproken op grond van de overweging dat niet hij maar een romanfiguur het volksdeel had beledigd.

Hermans heeft een mooi, soms profetisch boek geschreven, maar met de voorspelling van Stegman is het wel losgelopen. Zestig jaar later verkeren in Nederland alle christelijke kerken in een uiteenlopende staat van verval. De algemene oorzaken daarvan zijn de verwereldlijking van de samenleving, de stijging van de welvaart, de televisie met haar dagelijkse stortvloed van entertainment, het consumentisme.

In de filosofie van de PVV worden deze culturele ontwikkelingen niet meegeteld. Er wordt impliciet vanuit gegaan dat de verhouding tussen de wereld van de islam en het Westen statisch is. Het tegendeel is het geval. In Afghanistan en Pakistan zijn de islamieten misschien aan de winnende hand en dat zou een reden kunnen zijn om ons zo weinig mogelijk met dat gebied te bemoeien, tot er een betere politiek is ontworpen dan die het Westen nu volgt.

Maar in Noord-Afrika voltrekken zich met de modernste middelen democratische omwentelingen waarbij het Westen tot voorbeeld dient. En in Saoedi-Arabië is vorige week een Indonesisch dienstmeisje onthoofd omdat ze na mishandeling haar werkgeefster had doodgestoken. Saoedi-Arabië is onze grootste olieleverancier. De wereld is ingewikkelder dan door de PVV wordt voorgesteld.