De artiest

Een bruisende cocktail van rock, funk, soul, gospel en ballades, uitgevoerd door topmuzikanten, onder leiding van een zanger met de keel van een bronstige nachtegaal, die gitaar speelt als Eric Clapton, George Harrison en Jimi Hendrix in één. De opkomst van Prince, begin jaren tachtig, wekte de nodige rumoer (welke serieuze muzikant droeg destijds visnetkousen, hoge hakken en eyeliner?). Maar in de eerste vijftien jaar van zijn carrière bleek iedere nieuwe Prince-cd een muzikaal ijkpunt: de brutale funk-rock van Purple Rain (1984), de hippie-funk van Around The World In A Day (1985), de nu eens minimalistische, dan weer uitzinnige stijl van Sign O’The Times (1987), de ingehouden soul van Diamonds & Pearls (1991). Hits waren ‘1999’, ‘Cream’, ‘If I Was Your Girlfriend’, ‘Raspberry Beret’, en ‘Let’s Go Crazy’.

Sinds hij, vanaf 1993, zijn cd’s zelf uitbrengt, werden de albums minder coherent. Nu Prince driedubbelcd’s of zelfs vijfdubbel-cd’s met ‘archiefmateriaal’ compileert, krijgt de fan weliswaar zicht op zijn muzikale ontwikkeling, maar verdwaalt hij ook regelmatig in de uitgesponnen jamsessies.

Hoogtepunt van de recente Prince-geschiedenis is de cd Planet Earth (2007), waarin hij in uptempo nummers weer zijn ongebreidelde fantasie en bizarre interpuncties als handelsmerk laat herleven. Dat leidt tot opzwepende nummers als ‘Lion Of Judah’ en ‘The One U Wanna C’, en enkele geslaagde ballades, waar Prince van oudsher patent op had (denk aan het door Alicia Keys gecoverde ‘How Come You Don’t Call Me Anymore’, uit 1982), als ‘Future Baby Mama’.

Ook na vijfendertig jaar en dertig cd’s is zijn muzikale gretigheid nog onovertroffen. Zijn concerten duren uren, en na afloop geeft hij meestal nog een afterparty waar nog eens uitgebreid gespeeld wordt. Voor Prince staat het musiceren voorop – vóór aanzien, hits of roem. Want, zoals hij als toegewijde Jehova’s getuige zingt in ‘No More Candy 4 U’ (2009): ‘Nine out of ten mortals agree today; too much fame causes spiritual decay.’