Brandblussers bij de NAVO

Hotel Intercontinental in Kabul was vannacht de frontlinie voor zowel de NAVO als de Talibaan. De NAVO ontzette het hotel. Een Talib liet tegelijkertijd weten dat de Nederlanders die volgende week beginnen met hun trainingsmissie van Afghaanse politieagenten, hun leven niet veilig zijn. De Talibaan willen het korps gaan infiltreren.

Dat is geen al te best vooruitzicht voor de ‘Afghanisatie’ waarop de NAVO haar kaarten heeft gezet. Maar secretaris-generaal Rasmussen houdt moed. Door deze krant gevraagd of de meisjes die nu naar school kunnen dat straks ook nog mogen, antwoordde hij dat „elke Afghaanse regering zich zal houden aan de principes in de grondwet”.

Vermoedelijk wilde Rasmussen vooral geen somberheid etaleren om het project van de NAVO in Libië – het wegbombarderen van het regime van kolonel Gaddafi – niet in diskrediet te brengen. Volgens hem laat deze interventie zelfs zien dat de Europeanen met de NAVO ook zonder de Amerikanen tot actie kunnen komen. Mits ze bereid zijn hun bijdrage weer naar het niveau uit de Koude Oorlog op te voeren: van eenvijfde naar eenderde van de totale defensie-uitgaven van de alliantie.

Hij haakt daarmee in op de zwanenzang van minister Gates van Defensie die in een afscheidstoespraak eerder in Brussel voorspelde dat de NAVO „irrelevant” wordt als de Europeanen blijven meeliften op kosten van de Verenigde Staten.

In Brussel heeft zijn Nederlandse ambtgenoot Hillen hem vandaag van repliek gediend. Iedereen zit in hetzelfde schuitje. In Amerika is de staatsschuld een gevaar voor de nationale veiligheid, in Europa ondergraven de onbeheersbare zorgkosten de defensie. Volgens Hillen moet de NAVO haar pretenties versoberen: geen langdurige opbouwmissies meer, maar snel vechten. „De NAVO is er om vuurtjes uit te trappen”.

Geconfronteerd met de budgettaire crises lijkt dit een pragmatisch antwoord, al is het betoog van Hillen bepaald geen steun in de rug van de politietrainers die straks met gevaar voor eigen leven met hun opbouwwerk beginnen. Maar zo simpel is het niet. Het idee van Hillen – „Stepping in. Not moving in” – is niet alleen een ingrijpende breuk met de Nederlandse traditie van afgelopen decennia, maar veronderstelt ook consensus binnen de NAVO over de aard en het gevaar van de wereldbrandjes en over de zin van interventies. Aan die eensluidende analyses ontbreekt het, zoals bleek bij de no-flyzone boven Libië.

Dat laatste is de grootste zorg van Rasmussen. Als secretaris-generaal, die een dienstbaar ambtelijk profiel moet hebben, kan hij geen politieke initiatieven nemen. Maar hij kan de interne besluitvorming over geld en ideeën wel faciliteren. En moet dat nu ook gaan doen.