Boegbeeld van de Nederlandse baggeraars

Jan van Oord, grondlegger van een van de grootste baggeraars van Nederland, was een flamboyante calvinist.

Op alle schepen van baggeraar van Oord hangt aanstaande vrijdag de vlag halfstok.

In februari was Jan van Oord, een van de grondleggers van de gelijknamige multinational, nog aanwezig bij de tewaterlating van het enorme baggerschip Athena. Afgelopen maandag overleed hij op 88-jarige leeftijd. Hoewel Jan van Oord al sinds 1985 met pensioen was, zullen velen medewerkers zich hem nog herinneren. Jan van Oord was een ouderwetse directeur, die veel van zijn werknemers persoonlijk kende. Tot op hoge leeftijd verstuurde hij kaarten naar medewerkers.

De sociale bewogenheid van de welgestelde familie Van Oord (nr. 27 in de Quote-500) vindt zijn oorsprong in het ontstaan van de gereformeerde kerken. Stamvader Govert van Oord verliet in 1868 de Hervormde Kerk, werd daarom ontslagen, en richtte in Werkendam zijn eigen handel in rijshout en riet op. In 1948 legde Jacques van Oord in samenwerking met zonen Jan en Goof de basis voor het huidige waterbouwbedrijf. Werk was er genoeg, na de Watersnoodramp van 1953 en Deltawerken die daarop volgden.

Broer Koos, die eveneens aan het hoofd stond van het familiebedrijf, omschrijft Jan als een „groot ondernemer” . „In zijn tijd, de jaren zeventig en tachtig, was hij één van de boegbeelden van de sector.” Zo was Jan van Oord jarenlang voorzitter van de belangenvereniging van Nederlandse baggeraars.

Volgens Koos heeft Jan van Oord de onafhankelijkheid van het familiebedrijf steeds centraal gesteld. Na zijn pensionering in 1985 overleefde het bedrijf opeenvolgende fusies in de baggerwereld. Door de overname van de baggerdivisie van Ballast Nedam werd Van Oord in 2003 één van de grootste bagger- en offshorebedrijven van Nederland. „Geheel in de geest van Jan”, zegt broer Koos.

Hoewel de kerk centraal stond in zijn leven was Jan van Oord geen stijve ouderling, maar een flamboyante man, die hield van poëzie en een glas wijn. Hoewel hij wist dat hij niet lang meer zou leven, plantte hij afgelopen najaar een olijfboompje in zijn tuin. Daarbij haalde hij Luther aan: „Als ik wist dat morgen de wereld ten onder zou gaan, zou ik vandaag een appelboompje planten.”