Besnijdenis van vrouwen, door vrouwen

De Koerden in Noord-Irak hebben vrouwenbesnijdenis verboden.

Een ingrijpende breuk met een traditie. „Iedere familie hier is erbij betrokken.”

A. werd besneden toen ze vier jaar oud was. „Ik speelde met jongens en andere vrouwen zeiden tegen mijn moeder: het is beter als ze zou worden besneden”, zegt de Koerdische journaliste – geen naam want besnijdenis is hier in Iraaks Koerdistan een schaamteonderwerp. „Ik herinner me hoe ze de meisjes bijeenbrachten, en geschreeuw en geroep. Niemand had ons van tevoren verteld wat er ging gebeuren.”

Vorige week heeft het parlement van de Noord-Iraakse autonome regio Koerdistan vrouwenbesnijdenis bij wet verboden. „Je kunt je niet voorstellen hoe gelukkig ik was”, zegt Falah Moradkhin van de Iraaks-Duitse ontwikkelingsorganisatie WADI, die jarenlang heeft actie gevoerd voor de wet. Hij straalt. Besnijdenis, in de officiële benaming vrouwelijke genitale verminking (FGM), is een grotere zaak dan eermoorden, zegt hij. „Want elke familie hier is erbij betrokken.”

Vrouwenbesnijdenis is een onderwerp waar regering en parlement in de Koerdische hoofdstad Arbil niet graag over praten. Want de seksuele organen van vrouwen zijn al zwaar taboe in de conservatieve Koerdische cultuur.

Bovendien wordt de ingreep vaak met de islam verbonden, al heeft de Al-Azhar in Kairo, het meest gezaghebbende orgaan van de sunnitische islam, dat in 2006 in een fatwa van de hand gewezen. Koerden zijn in overgrote meerderheid sunnieten. „Iedereen voelt schaamte. Je kon aan hun gezichten zien hoe moeilijk de parlementsleden het hadden met het onderwerp”, zegt Moradkhin.

De autoriteiten hebben lang volgehouden dat het probleem niet bestaat of tenminste dat de cijfers van WADI, die zeggen dat 70 procent van de vrouwen in Koerdistan is besneden, zwaar overdreven zijn. Maar onder zware druk, ook van buitenlandse regeringen, is er nu een wettelijk verbod tot stand gekomen. In de rest van Irak geldt het verbod niet. Maar daar wordt besnijdenis voorzover nu bekend minder toegepast. „Nu kunnen vroedvrouwen, verpleegsters en familieleden worden aangepakt, onder wie buren, moeders en grootmoeders, die vaak grote invloed hebben op de moeders”, zegt Moradkhin. „Tot dusverre stond je machteloos. Maar nu is de praktijk een misdrijf en kan je aangifte doen. Hoe vervolgens verder, is een andere kwestie. Het bewijs zal erg moeilijk zijn.”

A. (25), die alleen wil praten in een anoniem hotel, is niet optimistisch. „In Koerdistan bestaan al verscheidene wetten tegen geweld in de familie, maar die worden niet uitgevoerd. De rechters zijn hopeloos conservatief en zij spreken zich in veel gevallen in het nadeel van de vrouw uit.”

Ze wijst op het lot van drie vrouwen die hun toevlucht hadden gezocht in een vrouwenhuis in Arbil. Rechters besloten de drie vrouwen terug te sturen naar hun familie, omdat er geen probleem zou zijn. Het ging om twee vrouwen die wilden scheiden en een vrouw die wilde trouwen met een man die haar familie afwees. „Ze werden alle drie door hun familie vermoord.”

Vrouwen zijn hoofdverantwoordelijk voor het voortduren van de praktijk, bevestigt A. „De moeder beslist. Zij moet ervoor zorgen dat de dochters zich goed gedragen. De eer is in het geding. Het idee achter besnijdenis is dat als je het seksueel plezier van vrouwen beperkt, zij er geen vriendjes op na zullen houden.”

Hun echtgenoten, zegt A., weten niet dat hun vrouw geen plezier aan seks beleeft.

Journalist Badran Habeeb, hoofdredacteur van het onafhankelijke persbureau AKNews, is evenmin optimistisch. „Het is geen gewone wet, zoals een verkeerswet, die meteen afdwingbaar is. Vrouwenbesnijdenis heeft te maken met cultuur en mentaliteit. Neem de wet die veelwijverij verbiedt. Er zijn toch nog veel mannen die geloven dat ze recht hebben op vier vrouwen.”

De parlementsleden die het verbod in overgrote meerderheid hebben aangenomen, denken volgens Badran helemaal niet aan uitroeiing van de praktijk. „Vrouwenbesnijdenis is een modieus onderwerp. De parlementsleden zijn reactionaire mensen. Ze zijn in meerderheid tegen een verbod. Ze wilden die wet hebben om indruk te maken op Europese landen. Partijen in het Midden-Oosten willen vaak een glanzende façade laten zien aan de Europese landen, en soms doet Europa met die façade zaken.”

Ondanks de jarenlange voorlichtingscampagne die WADI heeft gevoerd denkt Moradkhin dat vrouwen nog steeds op grote schaal worden besneden. Zowel op het platteland, als in de steden.

„Wij gaan nu”, zegt ze, „een aardig, nieuw pamflet publiceren dat we verspreiden onder vroedvrouwen om hen te overtuigen dat ze moeten stoppen met besnijden. Daarin verwijzen we naar de fatwa van de Al-Azhar en naar de wet. Verder blijven we bijeenkomsten met vrouwen organiseren. We laten documentaires zien, er is medische voorlichting. Er is discussie. Het gaat tijd kosten, maar geen generaties. In de wet hebben we nu een wapen.”