Beëdiging Turks parlement geboycot

Twee Turkse oppositiepartijen hebben gisteren geweigerd deel te nemen aan de beëdiging van de leden van het nieuw gekozen parlement uit protest tegen het feit dat verscheidene van hun kandidaten hun zetel niet kunnen innemen omdat ze gevangen zitten. Volgens de partijen, de seculiere Republikeinse Volkspartij (CHP) en de Koerdische Partij voor Vrede en Democratie (BDP), hebben hun gedetineerde vertegenwoordigers recht op parlementaire onschendbaarheid omdat ze nog niet zijn veroordeeld.

Het gaat om vijf leden van de BDP, twee van de CHP en een nationalist. Drie worden beschuldigd van een rol in een vermeend seculier complot om premier Erdogans regering omver te werpen. Vijf van de BDP-kandidaten worden beschuldigd van banden met Koerdische rebellen. Een zesde BDP-lid is door de verkiezingscommissie zijn zetel ontnomen wegens een veroordeling voor ‘terroristische propaganda’.

Erdogans conservatief-islamitische AK-partij kreeg deze zetel toegewezen en heeft er nu 327 in het 550 leden tellende parlement. De CHP heeft 135 zetels en de BDP 35. De boycot betekent dat meer dan 30 procent van de gekozen parlementsleden het parlement mijdt.

Erdogan kritiseerde aanvankelijk de oppositiepartijen omdat ze gevangen aanhangers kandidaat hadden gesteld. „Ze hebben deze mensen aangewezen in de wetenschap dat het tot deze problemen zou kunnen leiden”, zei hij maandag. Maar gisteren zei hij dat hij zou luisteren naar voorstellen van de oppositie om de kwestie op te lossen. (AP, Reuters)