Als Nederland Griekenland zou zijn

De Griekse regering moet draconisch bezuinigen. Hoe hard de ingrepen zijn, wordt pas duidelijk als ze op Nederland zouden worden losgelaten.

Hoe zwaar zijn de bezuinigingen die aan Griekenland door zijn Europese partners worden opgelegd? De protesten uit de zorg, de omroep, de kunsten, defensie en al die andere sectoren die in Nederland de klap voelen van de 14 miljard euro aan bezuinigingen die het kabinet-Rutte op de samenleving loslaat, aangevuld met nog eens vier miljard euro die het vorige kabinet al overeenkwam, zijn vanuit het perspectief van de getroffenen begrijpelijk. Maar wat de Europese probleemlanden doormaken is van een heel ander kaliber. De ombuigingen in Ierland, die een half jaar geleden al werden gepresenteerd, waren al ongekend hevig. Zij zouden in Nederland gelijk staan aan zo’n 60 miljard euro. Dat is meer dan driemaal het pakket van Rutte.

Griekenland gaat nog veel verder. De maatregelen waarover vandaag en morgen in het Griekse parlement over wordt gestemd, omvatten ruim 28 miljard euro. Daarvan bestaat de helft uit lastenverzwaringen en de helft uit bezuinigingen. Hoe zouden wij in Nederland dat ervaren? Vergelijkingen zijn uiteraard ruw. Maar om er een gooi naar te doen: de Griekse economie is veel kleiner dan de Nederlandse, zodat er een factor 2,6 moet worden losgelaten op het Griekse bedrag. Dat geeft, in Nederlands perspectief, een totale bezuinigingsopdracht van maar liefst 73 miljard euro. Dat is meer dan vier maal zoveel als het kabinet-Rutte van plan is te doen.

Hoe ingrijpend dat is? De kunstsector zou in Nederland vrijwel al zijn rijkssubsidies kwijtraken, de publieke omroep zou worden opgeheven. Kinderopvang wordt geheel zelf betaald. De krijgsmacht wordt meer dan gehalveerd. Zo gaat het in wezen bij alle plannen. En dan moet er nog rekening mee worden gehouden dat het kabinet-Rutte haar bezuinigingsopdracht wellicht niet eens geheel uitvoert. Het gaat zo goed met de economie en de inkomsten dat het op dit moment vóór ligt op schema. Dat is bij de Grieken anders. De Europese partners zullen er op toezien dat alles tot achter de komma wordt uitgevoerd.

De economische gevolgen voor Griekenland zijn ingrijpend. Het is zelden voorgekomen dat een land in één jaar, 2010, vijf procentpunten van het begrotingstekort inliep, van 15 procent van het bruto binnenlands product naar rond de 10 procent dit jaar. De bezuinigingen van nu zijn erop gericht het resterende gat in 2014 of 2015 geheel te hebben gedicht. Nederland dacht in de jaren tachtig te hebben gezucht onder de kabinetten-Lubbers en in de jaren negentig onder minister Zalm van Financiën een huzarenstukje met de begroting te hebben verricht. Maar dat valt in het niet bij wat Athene te doen staat.

En dan nog: de Griekse overheid wordt verplicht voor 50 miljard binnen te halen met de privatisering van staatseigendommen. Voor Nederland zou dat neerkomen op 130 miljard euro. Dat is hier vrijwel onmogelijk. Veel staatsbedrijven zijn in de jaren tachtig en negentig allang van de hand gedaan, zodat er niet zo heel veel meer te privatiseren valt. Wat te verkopen? De gehele infrastructuur onder beheer van het Rijk (61 miljard euro) overdoen aan de Chinezen? Alle toekomstige winstrechten op olie en gas (109 miljard) aan de Russen?

Nu is er wel een significant verschil tussen Nederland en Griekenland. In elk land onttrekt een deel van de bedrijvigheid zich aan de overheid, het toezicht of de belastingheffing. In Nederland wordt deze ‘schaduweconomie’ geschat op 10 procent. Griekenland heeft, niet geheel onverwacht, van alle eurolanden de grootste schaduweconomie. Een kwart van alle bedrijvigheid is ‘zwart’. Dat betekent dat er met bezuinigen en lastenverzwaring best een boel te halen valt. Maar beginnen met het innen van de belastingen die allang gelden zou al heel wat uitmaken. In dat geval krijgen de Grieken slechts te maken met een harde werkelijkheid die er in wezen al lang was. Dat die te lang is ontkend, is een van de belangrijkste redenen voor de pijnlijke inhaalslag van nu.