Zijlstra wil minder studenten kunst

Het kunstvakonderwijs moet strenger selecteren bij het toelaten van nieuwe studenten. Ook moeten de opleidingen beter aansluiten op de arbeidsmarkt. Het geld dat strengere selectie oplevert moet weer in het kunstvakonderwijs worden geïnvesteerd om de kwaliteit te verhogen.

Dat zei staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) gisteren tijdens zijn overleg met de Kamer over de bezuinigingen op cultuur. Hij loopt daarmee vooruit op het rapport dat de zestien instellingen voor kunstvakonderwijs (van Gerrit Rietveldacademie tot Fontys Hogescholen) volgende week aan hem presenteren.

Kamerlid Bart de Liefde (VVD) wilde gisteren een motie indienen over de toekomst van het kunstvakonderwijs. Maar hij trok die in omdat Zijlstra onmiddellijk toezegde het kunstvakonderwijs te herzien op selectie aan de poort en aansluiting op de arbeidsmarkt.

Het kunstvakonderwijs staat al enige tijd onder druk. Uit de politiek en uit de cultuursector klinkt de kritiek dat er te veel studenten worden opgeleid die niet goed zijn voorbereid op de arbeidsmarkt. Kamerlid Boris van der Ham (D66) stelde gisteren voor om het geld dat vrijkomt door strengere selectie aan de poort, te besteden aan postacademische instellingen als de Rijksakademie.

Zijlstra voelt hier niets voor. „Onderwijsgeld blijft binnen onderwijs.” Hij verdedigde de voorgenomen bezuiniging op de vermaarde Rijksakademie door erop te wijzen dat in andere sectoren het postacademisch onderwijs evenmin door de overheid wordt bekostigd. „Dus hier ook niet.” Er komt wel geld voor vijftig getalenteerde beeldend kunstenaars om zich verder te ontwikkelen.

Het kunstvakonderwijs is een diverse sector. Van circus tot barokviool wordt gedoceerd aan deze hogere beroepsopleidingen. De werkgelegenheidskansen variëren: voor studenten design is veel werk, beginnend beeldend kunstenaars hebben het moeilijker.

Om ingrijpen van buitenaf voor te zijn stelden de scholen zelf een toekomstplan op, dat op 7 juli aan Zijlstra wordt gepresenteerd. Om het overleg in goede banen te leiden, werd een ‘regie-orgaan’ ingesteld, voorgezeten door Elco Brinkman, oud-minister van Cultuur en nu voorzitter van Bouwend Nederland. Brinkman zei onlangs in deze krant dat de instroom in het kunstvakonderwijs met eenvijfde moet verminderen. „Er zou een landelijke toets moeten komen”, zei hij.

Niet alle opleidingen zouden de instroom moeten beperken volgens Brinkman. „Bij de opleiding dans bijvoorbeeld zal je, om frustratie te voorkomen, eerder zeggen tegen een leerling: je bent niet aan de maat.” De hogescholen moeten volgens hem ook meer samenwerken en zich profileren: keuzes maken welke opleidingen ze nog aanbieden en welke ze overlaten aan anderen. Dat gaan de scholen per regio bekijken.

Sommige van de scholen voor kunstvakonderwijs zijn ‘monosectoraal’: er is alleen kunstonderwijs, zoals de Hoge School van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans in Den Haag. Andere zijn onderdeel van een algemenere opleiding.