'Wij zijn de grootste schuldenzondaar'

Duitsland kijkt in het debat over de schuldencrisis in Griekenland ook naar zijn geschiedenis. Het land was na beide Wereldoorlogen failliet, maar dankt zijn huidige stabiliteit mede aan coulante schuldeisers.

Deze maand kwam de omslag. De meerderheid van de Duitsers is volgens opiniepeilingen voor het eerst tegen nieuwe kredieten voor Griekenland. Ook het vertrouwen in de euro is tot een dieptepunt gedaald. Het volksgevoel loopt steeds minder in de pas met de politiek van de regering-Merkel. De Griekse crisis „dreigt een vuurproef te worden voor de verhouding tussen staat en burgers”, zoals de Frankfurter Allgemeine eergisteren met gevoel voor dramatiek schreef.

De gesprekken met Duitse banken over hun door bondskanselier Merkel verlangde „vrijwillige deelname” aan de redding van Griekenland verlopen uiterst stroef. „De Duitse private sector kijkt de kat uit de boom en committeert zich voorlopig niet”, zegt een financieel specialist desgevraagd. Josef Ackermann, directeur van de grootste bank van Duitsland, Deutsche Bank, bevestigde gisteren dat beeld. Hij zei dat de Duitse banken weliswaar „principieel bereid” zijn om bij te dragen aan een oplossing van de Griekse schuldencrisis, „maar dat niemand goed geld naar kwaad geld wil gooien”.

Het feit dat steeds meer Duitsers, ook politici, zich tegen hulp aan Athene keren en dat Duitse banken alleen met de grootste moeite tot steun over te halen zijn, heeft een moreel beladen debat in de Bondsrepubliek ontketend. Naar beste Duitse traditie hebben zich niet de minsten in de discussie gemengd.

Filosoof en schrijver Jürgen Habermas verwijt de regering-Merkel „een kortademige omgang” met de Griekse problemen. In een voordracht voor de Humboldt Universiteit zei hij dat Berlijn sinds de Duitse hereniging „nationale normaliteit” nastreeft en met die houding Europa in gevaar brengt. „De egocentrische en normatief pretentieloze mentaliteit van een in zichzelf gekeerde kolos in het hart van Europa biedt nauwelijks garantie dat de Europese Unie en haar wankelende status quo behouden blijven.”

Europa’s hoofdprobleem is volgens Habermas het gebrek aan goed functionerende internationale politieke instituties, zoals een Europese economische regering. Europa heeft volgens hem niet afgedaan, maar is „ergens halverwege tot stilstand gekomen”. Nu moet een nieuw doel worden geschapen: Europese solidariteit. „Nationale identiteit en transnationale volkssoevereiniteit moeten met elkaar worden verzoend.”

Dat is het steeds terugkerende kernthema in het debat: in hoeverre moet Duitsland, de grootste en sterkste economie van Europa, solidair zijn met zwakkere EU-lidstaten en garant staan voor hun schulden? Of, zoals de vraag in de volksmond luidt, „waarom moeten wij met ons goede geld Europese schuldenzondaars uit de brand helpen?” Waarbij steevast wordt opgemerkt dat dit alleen „op onze voorwaarden” mag gebeuren; streng en veeleisend.

De Duitse economische historicus Albrecht Ritschl wijst er in bijdragen voor dag- en weekbladen fijntjes op dat zo’n houding voor Duitsland ongepast is. „We vergeten steeds weer dat ons land de grootste schuldenzondaar van de twintigste eeuw is. Wij zijn historisch gezien schuldenkeizer van Europa. Twee keer, na de beide wereldoorlogen, waren we failliet. Duitsland heeft zijn huidige financiële stabiliteit te danken aan Amerika, dat zowel na de Eerste als de Tweede Wereldoorlog genoegen heeft genomen met vermindering of uitstel van de betaling van Duitse oorlogsschulden.”

Het feit dat de vorderingen op Duitsland in de jaren ’50 op de lange baan werden geschoven, heeft volgens Ritschl de basis voor de wederopbouw en het ‘Wirtschaftswunder’ gelegd. Nog tot in 1990 heeft Duitsland van schuldsanering kunnen profiteren. Toenmalig bondskanselier Helmut Kohl weigerde een herstelbetalingsverdrag uit 1953 na te komen, dat bepaalde dat de Duitse herstelbetalingen opnieuw geregeld moesten worden in geval van hereniging. Ritschl in weekblad Der Spiegel: „Na 1990 heeft Duitsland geen herstelbetalingen meer gedaan, afgezien van schadeloosstellingen aan dwangarbeiders. Het heeft eveneens de in de Tweede Wereldoorlog afgedwongen kredieten en bezettingskosten niet gedelgd – ook niet jegens Griekenland.”

Over het algemeen worden Duitse politici hier liever niet aan herinnerd. Maar bij demonstraties in Athene zijn steeds weer pijnlijke borden te zien met hakenkruizen erop en leuzen als: ‘Merkel nazi’. Vorig jaar herinnerde een Griekse minister Duitsland aan zijn plicht tot betaling van de oorlogsschulden aan Athene. Aanleiding was een omslagverhaal van het Duitse weekblad Focus. Op de cover van het tijdschrift was de Griekse liefdesgodin Aphrodite afgebeeld met een uitdagend opgestoken middelvinger. De emoties tussen beide landen liepen even hoog op.

Tot nut toe heeft de regering van bondskanselier Angela Merkel in de schulden- en eurocrisis een Europese lijn gekozen, gericht op de redding van Griekenland door garanties, miljardenkredieten en cash. Merkel en vooral haar minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, lijken liever een conflict aan te gaan met de Duitse publieke opinie en de Bondsdag dan een Europese meltdown te riskeren. Duitsland betaalt – voorlopig.