Verhagen gaat mee in vrees voor buitenlanders

Vicepremier Maxime Verhagen vindt de vrees van Nederlanders voor buitenlandse invloeden „begrijpelijk” en „terecht”. Kabinetspartij CDA zou meer moeten luisteren naar de zorgen dat buitenlanders Nederland blijvend veranderen, dat „buitenlandse producten” ook een „buitenlandse ziekte” met zich kunnen meebrengen, dat kerken vervangen worden door islamitische gebedshuizen, dat immigranten Nederlandse werknemers te snel af zijn of dat nieuwkomers zich niet aanpassen.

CDA-leider Verhagen zegt dit in een ongewoon stevig getoonzette toespraak over populisme, die hij vanavond uitspreekt op een partijbijeenkomst in Den Haag. Niet eerder verbond Verhagen zich zo expliciet aan het gedachtegoed van de PVV over buitenlandse invloeden die Nederland zouden bedreigen.

„Blijft mijn buurt wel mijn buurt als er weer een kerk gesloten wordt en er een moskee wordt gebouwd? Waarom passen de nieuwkomers zich niet aan ons aan? Ze pikken toch niet de baan van mijn zoon in?” zo verwoordt Verhagen de vrees die volgens hem breed wordt gedeeld in het land.

Dit soort huivering zou volgens Verhagen – „ook door mijn eigen CDA” – lang beschouwd zijn als een „foutieve reactie op de snelle veranderingen in de wereld”. Ten onrechte, zegt hij nu. „We moeten die zorgen niet afdoen als onfatsoenlijk of stellen dat je dat niet mag vinden.”

Het CDA moet hierop inspringen en „het onbehagen moet ook het onbehagen zijn van een volkspartij als het CDA”. Doet de partij dit niet, dan worden anderen „beloond met de ene verkiezingsoverwinning na de andere”. Verhagen zegt afstand te willen houden tot populisme, maar zegt niet blind te willen zijn „voor de voedingsbodem ervan”.

Verhagens CDA heeft vier verkiezingen op rij verloren. De partij zoekt naar een koers en de vicepremier zet in zijn toespraak uiteen wat volgens hem de oplossing is voor christen-democratische politici die het vertrouwen van kiezers hebben verloren: „CDA-politici moeten als leiders tussen de mensen staan. Net als de kapelaan vroeger: gezaghebbend, maar toch in de buurt”. Verhagen noemt dit „afstandelijke nabijheid”.

Ook moeten zijn partijgenoten inzien dat zij „niet voor zichzelf” werken maar voor het algemeen belang „en de gewone man”. „Wij hebben daar als CDA’ers van weggekeken.”

Verhagen zegt dat de vragen zoals hij ze opsomt niet populistisch zijn, maar de antwoorden van sommige politici wel. Daarmee lijkt hij te doelen op de PVV, die hij bekritiseert. Het wereldbeeld van deze coalitiegenoot is volgens hem „onjuist en kortzichtig”, en het is ook „een illusie te denken dat een hek om Nederland alles oplost en dat we kunnen wegkruipen achter de dijken”.

‘Onze groenten’: lees de toespraak van Verhagen op nrc.nl