Veel plannen, maar weinig geld over

De Tweede Kamer spreekt morgen over alle grote bouwprojecten tot 2020. Het Rijk spendeert miljarden aan de aanleg van spoor en wegen. Daarna is het geld op.

Ze zegt het elke keer weer, en steeds met een glimlach. Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD) zou de populairste verkeersminister ooit kunnen worden, maar na haar zou niemand die functie meer ambiëren.

Het is de symphatieke manier van Schultz om uit te leggen dat ze de hand op de knip houdt voor nieuwe infrastructuur. Tot 2020 is het geld voor nieuwe wegen, spoor en andere projecten al gereserveerd. En voor de periode tussen 2020 en 2028 wil Schultz maximaal 7,3 miljard – drieachtste van het budget – vastleggen, zo liet ze onlangs weten. Haar opvolgers beslissen waar de rest van het geld aan wordt uitgegeven. En dan heeft het kabinet ook nog eens besloten dat de aardgasbaten, die jarenlang deels werden gebruikt voor grote projecten als de HSL en de Betuwelijn, voortaan rechtstreeks in de schatkist verdwijnen.

Dat is een lastige boodschap voor de Tweede Kamer, die morgen praat over alle infrastructurele en ruimtelijke projecten in Nederland die tot 2020 op de planning staan. Elk Kamerlid neemt een wensenlijstje mee van lokale bestuurders. Op dat lijstje staat welke weg er aan de planning moet worden toegevoegd of versneld, of welke spoorlijn uitgebreid of aangelegd moet worden. Tot voor kort beschikte de minister altijd wel ergens over een geldpotje, waardoor ze enkele Kamerleden tegemoet kon komen. Kamerleden blij, want ze kregen een foto en verhaaltje in een lokale krant. De minister blij, want ze had weer wat krediet verdient.

Maar in deze tijd van bezuinigingen ligt dat anders. Geld is er niet. Het lobbywerk uit de regio’s heeft weinig opgeleverd. En dus wordt er gegluurd naar de enige pot waar nog wat geld in zit, het geld dat bestemd is voor na 2020. Het CDA deed vorig jaar al eens een voorstel voor deze periode voor ruim 9 miljard euro aan infrastructurele projecten vast te leggen. Maar Schultz geeft geen krimp. Of zoals ze vorig jaar tijdens de begrotingshandeling van haar departement verkondigde: „Het geld is op. Ik heb veel goede dingen van mijn voorganger geërfd. Maar ik had gewild dat ik ook die grote zak met geld had geërfd die in zijn tijd nog beschikbaar was.”